Institut de Médecine Tropicale Anvers
   
Recherche
Nouvelles
Contacts
Emploi
Voyages
Liens utiles
 
Nederlands
Français
English
 
 Print

Nouvelles et evenements

18/12/2009

Hongerige tseetseevliegen zijn gevaarlijker  

ANTWERPEN – De slaapziekteparasiet doet het beter in hongerige tseetseevliegen. Dergelijke vliegen hebben minder weerstand tegen de parasiet die zich in hun ingewanden ontwikkelt. Wat weer betekent dat ze vaker de besmetting zullen doorgeven aan mensen of vee. Voor die vaststelling kreeg onderzoeker Komlan Akoda van het Instituut voor Tropische Geneeskunde een doctorstitel aan de Universiteit Gent.

Tussen de 50 000 en de 70 000 mensen zijn met slaapziekte besmet. Als ze niet behandeld worden, eindigt dat onherroepelijk in de dood. De ziekte wordt veroorzaakt door parasieten van het geslacht Trypanosoma, die een deel van hun ingewikkelde levenscyclus doorbrengen in mensen (of andere zoogdieren, afhankelijk van de precieze soort van de parasiet), en een deel in tseetseevliegen. De parasiet stapt over van vlieg op gastheer op het ogenblik dat de vliegen bloed zuigen. In de twee richtingen: als de gestokene besmet is komt een vorm van de parasiet met het bloed mee in de ingewanden van de tseetseevlieg terecht, waar hij zich ontwikkelt tot een andere vorm, die naar de mond of speekselklieren reist en, na vormverandering, bij het voeden in een volgende mens terechtkomt, waar hij zich vermenigvuldigt en allerlei schade aanricht.

Gelukkig is slechts een klein deel van de tseetseevliegen besmet. Wetenschappers onderzoeken welke factoren daarbij allemaal een rol spelen. Het klinkt zinnig dat uitgehongerde, verzwakte vliegen minder weerstand kunnen bieden tegen een parasiet, maar is dat ook zo? Akoda stelde vast dat uitgehongerde tseetseevliegen, zowel de net ontpopte als de oudere exemplaren, inderdaad een gastvrijere thuis boden aan de parasieten die ze hadden opgezogen.

Ook als de vliegen eerst een besmet bloedmaal kregen en pas nadien uitgehongerd werden, ontwikkelde de parasiet in hun darmen zich vlotter en kwamen er meer volgroeide parasieten in hun speekselklieren of monddelen terecht. Zelfs de nakomelingen van uitgehongerde vrouwtjes zijn gevoeliger voor besmetting, zo stelde Akoda vast.

Volgende vraag: hoe komt dat? Akoda ontdekte in het lab dat uitgehongerde vliegen minder chemische wapens aanmaakten die tegen indringers bedoeld zijn, stoffen met namen als attacine, defensine en cecropine. Vervolgens stelde hij vast dat tseetseevliegen in de natuur (de vallei van de Zambezi) in het hete, droge en voedselarme seizoen eveneens minder van die strijdstoffen aanmaken als in het regenseizoen.


18/12/2009

Aidsvirus laat ons lichaam het vuile werk doen  

ANTWERPEN – Onderzoek aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en een laboratorium van VIB aan de Vrije Universiteit Brussel, heeft een van de vele smerige trucs van het aidsvirus blootgelegd: hoe het omschakelt naar een agressievere vorm. Of juister, hoe het ons eigen lichaam het vuile werk laat doen. Dat opent misschien perspectieven voor een geneesmiddel. Onderzoeker Rafael Van den Bergh kreeg er aan de Vrije Universiteit Brussel een doctorstitel voor.

Het is al lang geweten dat het hiv-virus de witte bloedcellen van ons immuunsysteem aanvalt en uitschakelt; precies die cellen die strijden tegen virussen en andere indringers. De grootste slachtoffers zijn de stafofficieren en de inlichtingendienst van ons immuunsysteem (in jargontaal: de CD4-cellen en de dendritische cellen).

Maar daar blijft het niet bij. Ook andere witte bloedcellen, bijvoorbeeld de monocyten, worden aangevallen. We weten nog steeds niet goed wat er in de monocyten gebeurt, maar het werk van Van den Bergh heeft alvast een tip van de sluier opgelicht. En daar kwamen geen fraaie dingen onderuit.

Het aidsvirus blijkt onze monocyten te misbruiken om een stof te maken, visfatine, die op haar beurt een schakelaar in het virus helpt omleggen, waardoor dat plots een stuk agressiever wordt. Het begint onze immuuncellen sneller te veroveren, en te doden. Patiënten van wie het virus zijn schakelaar heeft omgelegd, moeten veel sneller aidsremmers krijgen.

Dankzij deze ontdekking van Van den Bergh kunnen we nu werken aan een diagnostische test die toont – of misschien zelfs voorspelt – bij wie de schakelaar zich aan het omleggen is.

We wisten al dat in de praktijk de schakelaar bij zowat de helft van de patiënten wordt omgelegd. Nu aangetoond is dat visfatine deze schakelaar kan beïnvloeden, kunnen de vorsers gericht op zoek naar middelen die de omlegging blokkeren, bijvoorbeeld door visfatine onschadelijk te maken.

Om even technisch te worden, door het omleggen van de schakelaar, schakelt het aidsvirus om van type R5 naar type X4. R5 en X4 verwijzen naar de ankerplaatsen die het virus kiest om zich aan een cel te koppelen en die vervolgens binnen te dringen. (Terloops: het was al eerder bekend dat de zeldzame mensen die bestand zijn tegen het aidsvirus, een afwijkende R5-ankerplaats hebben. Volgens sommigen zouden de mensen die in de middeleeuwen de pest overleefden, precies dezelfde afwijking hebben gehad.)

Van den Bergh ontwikkelde een werktuig (een ‘genenchip’) om bij honderden genen tegelijk snel, gevoelig en goedkoop vast te stellen welke genen actief waren in besmette monocyten, in gezonde monocyten, en in de monocyten van mensen die behandeld worden met aidsremmers. In de lijst van afwijkende genen in besmette cellen zaten genen die te maken hebben met atherosclerose, diabetes, zelfmoord van cellen en de verwerking van vetten, maar ook het gen voor visfatine. Dat leidde Van den Bergh tot zijn ontdekking dat visfatine, op aanstoken van het aidsvirus, de schakelaar naar de agressievere vorm van het virus helpt omleggen.


15/12/2009

Betere test voor slaapziekte  

Onderzoekster Thao Tran van het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de Vrije Universiteit Brussel bestudeerde een eiwit dat identiek is bij een reeks verwekkers van menselijke en dierlijke vormen van slaapziekte en dat geschikt is om er een betere diagnosetest mee te maken. Dat is belangrijk, omdat een vroege diagnose een betere behandeling toelaat. Voor een vaccin is het eiwit jammer genoeg niet bruikbaar, want de Trypanosoma-parasieten blijken voor de zoveelste keer de biomedici een stapje voor te blijven. Het leverde Thao wel een doctoraat aan de VUB op.

Slaapziekte bij mensen wordt veroorzaakt door twee eencellige parasieten, Trypanosoma brucei gambiense en Trypanosoma brucei rhodesiense. Weer andere leden van het geslacht Trypanosoma veroorzaken verschillende ziektes bij dieren. Trypanosomen hebben in de loop van miljoenen jaren evolutie geleerd om alle aanvallen van ons immuunsysteem te weerstaan, te ontwijken of te verhinderen. Biomedici zoeken al lang naar een vaccin, maar tevergeefs.
Er zijn wel een paar geneesmiddelen, maar je kunt er maar beter vroeg bij zijn, want in het late stadium van de ziekte, als de parasieten tot in de hersenen geraakt zijn, zijn erg giftige middelen nodig.

Dit betekent dat er nood is aan goede tests. Jammer genoeg zijn de bestaande tests niet erg gevoelig, en voor sommige types zijn er gewoon geen goede tests.
Een van de trucjes van de parasiet is dat hij geregeld zijn buitenkant onherkenbaar verandert, waardoor hij telkens weer van de radar van ons immuunsysteem verdwijnt. Thao kon aantonen dat het eiwit ISG75 op de buitenkant van trypanosomen wel constant blijft, en dat het bovendien identiek is bij de soorten waar mensen en vee last van hebben.

“Een goed doelwit voor een vaccin” denkt een biomedicus dan meteen. Thao slaagde erin om het eiwit met gentechnologie in bruikbare hoeveelheden te produceren, zodat zij er een testvaccin kon mee maken. Het riep bij proefmuizen inderdaad antistoffen op, maar het immuunsysteem slaagt er niet in om het recept voor die antistoffen te bewaren tot ze nodig zijn. De cellen in de milt die daarvoor moeten zorgen, worden op een of andere manier zwaar beschadigd. Blijkbaar heeft de parasiet een truc in huis om de aanmaak van geheugencellen te saboteren. Dag vaccin.

Maar voor een diagnostische test is het eiwit wel geschikt. Thao ontwikkelde een goed werkende test die bruikbaar is voor een hele reeks trypanosomen bij dieren, weinig besmettingen mist en zelden onterecht een besmetting meldt. Zij gebruikte daarvoor ‘nanobodies’, stoffen die afgeleid zijn van de antistoffen van kamelen, en die het voordeel hebben dat ze gevoeliger en gemakkelijker te maken zijn dan de antistoffen die klassiek in diagnostische tests gebruikt worden. Nanobodies werden ontwikkeld aan de Vrije Universiteit Brussel en zijn een van de successen van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB).


15/12/2009

Hoe tuberculose bestrijden met weinig middelen  

ANTWERPEN – In het kielzog van aids rukt tuberculose, nog niet zo lang geleden een van de grootste plagen van de mensheid, opnieuw op. Een epidemie die we maar beter in de kiem kunnen smoren. Onderzoeker Yodi Mahendradhata bestudeerde in Indonesië en aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde hoe je dat in een omgeving met weinig middelen het beste kunt doen. Hij kreeg er aan de Universiteit Gent een doctoraat voor.

Tot een halve eeuw geleden was tuberculose een huiveringwekkend woord. Zo huiveringwekkend dat men het liever niet uitsprak, en het afkortte tot tbc of zelfs tb. Iedereen kende mensen die langzaam weggeteerd waren en in de bloei van hun leven uitgeveegd. Sinds de uitvinding van de antibiotica een halve eeuw geleden, zou tuberculose eigenlijk geen probleem meer mogen zijn. Maar de tuberculose-bacil kon zich schuilhouden bij de armen van deze wereld, en kreeg bovendien de kans om resistentie te ontwikkelen – doordat onze artsen jarenlang veel te nonchalant omsprongen met antibiotica, maar ook doordat Mycobacterium tuberculosis een taaie klant is. Met het gevolg dat de huidige stammen nog lastiger te bestrijden zijn dan die van een halve eeuw geleden. En dat in enkele, gelukkig nog zeldzame, gevallen geen enkel middel nog helpt.

De tuberculose-bacil en het aidsvirus (hiv) zorgen er wederzijds voor dat de andere het gemakkelijker krijgt om iemand ziek te maken. Bij de meeste met tuberculose besmette mensen is de ziekteverwekker inactief, decennialang wachtend tot het immuunsysteem van zijn gastheer verzwakt: wanneer die langdurig in armoe en ellende moet leven, of met hiv besmet geraakt. Pas dan breekt de ziekte uit.

Dragers van tuberculose zijn niet besmettelijk, maar zieken wel. Als we willen voorkomen dat tuberculose opnieuw een plaag wordt, kunnen we de combinatie tb-hiv dus maar beter tijdig detecteren, en meteen behandelen. Van de nieuwe tb-gevallen is wereldwijd 15% ook met hiv besmet, vertelt Mahendradhata. Maar bij de doden is dat 26%, precies omdat hiv de tuberculose-bacil stimuleert. Vooral in Afrika en Zuidoost-Azië liggen de gecombineerde besmettingen hoog. Indonesië staat nummer 3 in de wereldranglijst met aantal tuberculosegevallen.

De Wereldgezondheidsorganisatie, WGO, ontwikkelde een strategie met zes elementen:  (1) veralgemenen van de best beschikbare tb-behandeling: (2) krachtig aanpakken van gecombineerde besmettingen en resistente tb; (3) versterken van de gezondheidszorg in arme landen; (4) privé-zorgverstrekkers betrekken bij de bestrijding; (5) patiënten en de gemeenschap in staat stellen om voor zichzelf op te komen; en (6) steun aan wetenschappelijk onderzoek. Mooi op papier, maar begin er als arm land maar aan.

Yodi Mahendradhata onderzocht in Indonesië hoe die aanbevelingen het best in de praktijk konden worden gebracht – en of dat kon. Hij werkte in de provincie Jogjakarta, waar het aantal hiv-besmettingen onder de tuberculosegevallen drie keer hoger lag dan het nationaal gemiddelde. Aidstests aanbieden had niet veel zin: slechts 4% van de mensen wilde zich laten testen, terwijl 77% wel toestond dat hun bloed later anoniem gebruikt werd om na te gaan hoeveel procent van de bevolking met hiv besmet was. Dubbelbesmettingen bij voorrang bestrijden, zoals aanbeveling 2 wil, had dus niet veel zin.

Hij testte ook aanbeveling 4 uit: artsen met een privé-praktijk aanzetten om hun tb-patiënten door te verwijzen voor behandeling in de gespecialiseerde gezondheidscentra. Dat bleek inderdaad goedkoper en effectiever te zijn dan pure privé-geneeskunde, maar dan wel op voorwaarde dat het openbare systeem goed uitgebouwd was.

Zijn besluit: blind de aanbevelingen van de WGO toepassen, is geen goed idee. Elk land moet uitzoeken wat in de eigen situatie effectief werkt.


11/12/2009

Preventief middel tegen hiv-besmetting is mogelijk  

ANTWERPEN – Het moet op “relatief korte termijn” mogelijk zijn om een veilig en werkzaam preventiemiddel te hebben, een zogenaamd microbicide, dat besmetting door het aidsvirus verhindert – of op zijn minst aanzienlijk vermindert. Zo’n zalf of gel is een interessante aanvulling op  de bestaande vormen van preventie zoals veilig vrijen en condoomgebruik. Dat concludeert onderzoekster Katty Terrazas na onderzoek aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Ze deed haar onderzoek in een weefselkweek, nog niet op mensen, maar het geeft haar wel voldoende vertrouwen voor haar uitspraak. En het leverde haar op 10 december een doctoraat aan de Universiteit Antwerpen op.

Het hiv-virus, de veroorzaker van aids, is intussen een kwarteeuw bekend, en nog steeds is er geen vaccin om het te voorkomen noch een manier om een besmetting ongedaan te maken. De jongste vijftien jaar zijn er wel middelen gekomen die maken dat besmetting geen snel doodvonnis meer is, maar het leven met die besmetting blijft op allerlei manieren een zware opgave. Om besmetting te verhinderen is er voorlopig maar één manier: zorg dat je niet met het virus in contact komt. En dat lukt enkel met seksuele onthouding of een condoom. Twee manieren die moeilijk jarenlang foutloos vol te houden zijn. Zo zitten mensen nu eenmaal niet in elkaar, getuige de 2,7 miljoen nieuwe besmettingen per jaar.

Bovendien zijn het twee middelen waar vrouwen weinig greep op hebben. Als een man niet wil, hebben ze weinig verweer. Een geneesmiddel dat het virus in sperma verhindert om via vagina of anus nog bij een nieuw slachtoffer binnen te raken, en dat een vrouw zelf op ieder ogenblik kan aanbrengen, zou dus zeer welkom zijn.

Het virus besmet hoofdzakelijk CD4-cellen, zeg maar de stafofficieren van ons immuunsysteem, en dendritische cellen, de inlichtingendienst. Terrazas onderzocht verschillende stoffen, die elk een andere stap in de verovering van die cellen blokkeren. Bijvoorbeeld de ‘reverse transcriptie’, waarbij de erfelijke informatie van het virus wordt overgeschreven in een alfabet dat cellen verstaan (van RNA naar DNA, het zo goed als universeel gebruikte alfabet bij levende wezens). Of een andere stap, de integratie, waarbij het virus-DNA zich binnenwringt in het DNA van de cel.

Tegen beide stappen bestaan potentiële middelen. Terrazas kon – in de reageerbuis – van twee middelen aantonen dat ze niet giftig zijn voor cellen, dat ze elkaars werking versterken, dat ze het virus uitschakelen en dat ze dat ook nog kunnen als de middelen pas na de blootstelling toegediend worden. Zoals te verwachten was, kan het virus tegen beide middelen resistent worden, maar die kans verlaagt door beide middelen in combinatie toe te dienen.


2/12/2009

ITG organiseert seminarie op Wereldaidsdag  

Naar aanleiding van Wereldaidsdag organiseerde de Eenheid Hiv/soa Epidemiologie en Bestrijding van het Instituut voor Tropische Geneeskunde op dinsdag 1 december een seminarie. Aan het seminarie namen 180 wetenschappers uit de hele wereld deel.

In 2008 alleen al werden wereldwijd naar schatting 2,7 miljoen mensen besmet met hiv . Er is nog steeds geen geneesmiddel of vaccin tegen aids. Preventie blijft een centrale rol vervullen. Ze werkt het best als de nadruk gelegd wordt op individuele gedragverandering en er ook aandacht besteed wordt aan de context waarin risicogedrag zich afspeelt.

Het onderzoek naar een middel tegen het virus is intussen wel sterk geëvolueerd. Het seminarie besteedde aandacht aan 3 mogelijke methodes:

  • Hiv-vaccin: na 20 jaar zoektocht met veel ontgoochelingen was er enkele maanden geleden even een lichtpunt met een studie in Thailand, maar van een echte doorbraak is er zeker geen sprake
  • Dagelijkse dosis aidsremmers als bescherming voor nog onbesmette risicopersonen: is dit de toekomst voor hiv-preventie of regelrechte waanzin? Voorlopig moet nog bewezen worden of dit wel werkt.
  • Vroegtijdig aidsremmers voor alle seropositieven: volgens sommige voorspellingen zou dit de epidemie definitief kunnen doen uitdoven in de meest getroffen landen van Zuidelijk Afrika. Maar er blijven nog veel vragen, vooral rond haalbaarheid en mensenrechten.

In de westerse wereld, en ook in België, is er binnen de groep van mannen die seks hebben met mannen de laatste 8 jaar een heropflakkering van de verspreiding van hiv. Dat toonden de cijfers van het Belgisch Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid. Harm Hospers van de Universiteit van Maastricht kwam vertellen hoe onze noorderburen de trends opvolgen en hoe zij hun preventie bij homomannen aanpassen.

Verder werd het heikele maar zeer actuele thema van “AIDS funding” belicht. Is er te veel of te weinig? Welke impact hebben we ermee gehad op de sterfte? En op de gezondheidsdiensten in het algemeen? Wim Vandamme van het Instituut voor Tropische Geneeskunde toonde aan dat, hoewel er scheeftrekkingen zijn door te veel “aidsgeld”, het bilan toch overwegend positief is, en dat ook andere ziekten en gezondheidsdiensten er beter van zijn geworden. Mit Philips van Artsen onder Grenzen pleitte dat verminderd aidsgeld nu onaanvaardbaar zou zijn, en tot een sterk stijgen van aidssterfte zou leiden. Of anders gezegd “het succes wordt nu afgestraft”.


25/11/2009

Nieuwe ziekte bij homomannen met hiv  

ANTWERPEN – Een zeldzame ziekte door een parasiet die normaal enkel via vervuild water wordt overgedragen, blijkt bij homomannen met hiv ook via seks verspreid te kunnen worden. Bij ons komt ze normaal niet voor, maar dat zou nu wel eens kunnen veranderen. Dat stelde de Taiwanese onderzoeker Chien-Ching Hung vast. Het leverde hem een doctoraat op aan de Universiteit Antwerpen en het Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Amoebiase, een besmetting met eencellige amoeben, is normaal heel zeldzaam. Je loopt ze enkel op in een paar ontwikkelingslanden waar de amoebe Entamoebia histolytica van nature in het milieu aanwezig is, en waar de hygiëne niet al te goed is, zodat je in contact komt met vervuild water. Gevaarlijk wordt het bovendien pas wanneer de amoebe je darmwand binnendringt en bloederige diarree veroorzaakt, of wanneer ze doordringt tot in het bloed en onder andere abcessen op de lever veroorzaakt. Al bij al kost dat wereldwijd zo’n 70 000 doden per jaar.
Er waren al een tijdje vermoedens dat de besmetting wat vaker voorkwam bij mannen die aan homoseks deden, maar bij zulke lage aantallen was dat moeilijk met zekerheid vast te stellen, ook al omdat de tests voor de diagnose (stoelgang bekijken onder de microscoop) niet al te betrouwbaar waren. Hung gebruikte moderne moleculaire technieken, waarmee hij niet alleen de amoebe met veel meer precisie kon aantonen, maar bovendien ook kon zien welke amoeben nauw met elkaar verwant waren, en dus wie de besmetting had gekregen van wie.
Alvast in Taiwan bleken seropositieve (met hiv-besmette) homomannen veel vaker een bijbesmetting met de amoebe te hebben dan de gezonde populatie, en ook vaker dan heteroseksuele seropositieven. Bovendien kon Hung aantonen dat homomannen uit verschillende streken toch door dezelfde amoebestam besmet waren. De enige zinnige verklaring daarvoor is dat de besmetting is overgedragen via (oraal-anaal) homoseksueel contact. In de mobiele wereld van vandaag betekent dit dat deze mensen de besmetting op hun beurt kunnen doorgeven naar gebieden waar ze van nature helemaal niet voorkomt.
Met andere woorden: ook de artsen bij ons kunnen vanaf nu maar beter weten wie Entamoebia histolytica is, en wat ze veroorzaakt.
Hung bevestigde voor Taiwan bovendien wat ook al op andere plaatsen zichtbaar is geworden: ook tuberculose rukt op in het spoor van hiv.
Tot een halve eeuw geleden was tuberculose een huiveringwekkend woord. Zo huiveringwekkend dat men het liever niet uitsprak, en het afkortte tot tbc of zelfs tb. Iedereen kende mensen die langzaam weggeteerd waren. Dat veranderde toen antibiotica ter beschikking kwamen en de ziekte in één generatie verdween uit de industrielanden.
Vandaag heeft geen enkele huisdokter er nog ervaring mee. Of juister: tot een paar jaar geleden, want vandaag komt tuberculose mee met arme immigranten, en kan ze overspringen naar mensen zonder goede immuunverdediging, zoals mensen onder chemotherapie, transplantatiepatiënten en mensen met een hiv-besmetting. Dat is extra gevaarlijk omdat er intussen tb-stammen zijn ontstaan die resistent zijn tegen alle, herhaal: alle, antibiotica die er bestaan. Maar zelfs zonder die stammen is het opnieuw oprukken van tuberculose zorgwekkend, want de behandeling is duur en moeilijk. En hoe meer mensen ziek worden, hoe meer nieuwe besmettingen zij weer kunnen veroorzaken.
Bij ons valt het allemaal nog mee in vergelijking met andere landen, omdat wij een goed en alert gezondheidssysteem hebben, maar in een tijd waarin ook ziekten het vliegtuig nemen, is geen enkele ziektehaard nog ver van ons bed. Alvast in Taiwan komt besmetting met Mycobacterium tuberculosis vaker dan hier samen voor met een hiv-besmetting (6 tot 7 gecombineerde besmettingen per tienduizend inwoners, tegen 1 in België).
Die gecombineerde besmetting is nog gevaarlijker. Het aidsvirus stimuleert immers de tuberculoseverwekker om zich niet langer sluimerend in je lichaam schuil te houden, maar om uit te breken en effectief de ziekte te veroorzaken. Mensen die met tb besmet zijn, zijn zelf niet besmettelijk, maar zodra ze ziek worden, zijn ze dat wel. Wat betekent dat je maar beter een gezondheidssysteem hebt dat dergelijke mensen tijdig opspoort, én behandelt.
Ook in Taiwan stijgen de bijbesmettingen met hepatitis B en C, eveneens ziekten die lastig te behandelen zijn, en extra gemakkelijk doorbreken bij mensen met een hiv-besmetting. Tel daarbij op dat die seropositieven dank zij de betere aidsmiddelen vier decennia langer leven dan vroeger, en ook hepatitis wordt een groeiend probleem voor de volksgezondheid.


20/11/2009

Nieuwe hoop voor verwaarloosde ziekte  

LIMA – Er komt eindelijk beweging in de strijd tegen de ziekte van Chagas, een van die ‘verwaarloosde’ ziekten waar de farma-industrie geen brood in ziet, maar waar intussen wel acht tot twaalf miljoen mensen mee besmet zijn, ook bij ons. De bestaande (stokoude) geneesmiddelen worden opnieuw in productie genomen, er is een nieuwe aanpak van de behandeling en zelfs uitzicht op nieuwe middelen. Dat bleek op het wereldcongres ‘Verwaarloosde ziekten van Latijns-Amerika’, dat in de Peruviaanse hoofdstad Lima georganiseerd werd door het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde en zijn Peruviaanse tegenhanger.

De twee enige geneesmiddelen tegen de ziekte, waarvan de productie doodgewoon was stopgezet wegens niet rendabel, worden opnieuw beschikbaar gesteld, en voor het eerst in veertig jaar wordt er opnieuw onderzoek gedaan naar nieuwe middelen. Want de twee huidige, benznidazol en nifurtimox, hebben nogal wat bijwerkingen en een lang niet ideale werking. Dat had ertoe geleid dat artsen de moeite niet meer namen om mensen die al langere tijd besmet waren nog te behandelen, zelfs indien ze over de geneesmiddelen beschikten. Ook in die houding komt verandering, nu er weer voldoende geneesmiddelen komen en de Wereldgezondheidsorganisatie WGO heeft verklaard dat het wel degelijk zin heeft om ‘chronische’ gevallen te behandelen.
De ziekte van Chagas, precies een eeuw geleden ontdekt door de Braziliaanse arts Carlos Chagas, is de Zuid-Amerikaanse tegenhanger van wat in Afrika slaapziekte heet. Ze wordt veroorzaakt door een parasiet die in het bloed leeft, Trypanosoma cruzi. De parasiet wordt niet overgedragen door tseetseevliegen, zoals zijn Afrikaanse neef, maar door een wants, een klein bloedzuigend ‘kevertje’ dat leeft in bouwvallige huizen, in scheuren in de muren en tussen daken van riet- of palmblaren.
Hoewel Chagas in de eerste plaats een armenziekte is – en dus verlieslatend voor een farmabedrijf – spaart zij in deze geglobaliseerde wereld ook de rijke landen niet. Inwijkelingen brengen de ziekte mee en kunnen ze via bloedtransfusies en transplantaties doorgeven. In de VS alleen al leven 300 000 gevallen. En Zwitserland, waar de Boliviaanse poetsvrouw net zo’n begrip is als de Poolse bij ons, is echt niet het enige Europese land met Latijns-Amerikaanse inwijkelingen. Behalve de acute symptomen zoals koorts, bloedarmoede en algehele uitputting, kan de chronische besmetting ook leiden tot hartproblemen en enorme zwellingen van de ingewanden. Ze ontsteelt een mens al snel enkele decennia.

Artsen Zonder Grenzen gebruikte het geld van zijn Nobelprijs uit 1999 om onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen voor verwaarloosde ziekten te stimuleren. Verschillende van de daarbij betrokken onderzoekers waren op het congres aanwezig. Mede dank zij hun bemoeienissen zijn de twee oude middelen weer op de markt. De ene producent (Bayer) schenkt het gratis aan de WGO, de andere (Roche) droeg de rechten over aan een Braziliaans instituut dat nu voor de productie instaat.
Waarbij een nieuw probleem opdook: niemand weet juist hoeveel zieken er zijn, hoeveel met verwikkelingen aan hart of ingewanden, hoeveel nieuwe besmettingen, zodat niemand weet hoeveel er eigenlijk geproduceerd moet gaan worden.
Enkele onderzoekers hebben zich gebogen over iets dat eigenlijk nooit een probleem had mogen zijn: een toedieningsvorm voor jonge kinderen. Tot nu toe moest iedereen maar zelf tabletjes benznidazol in vier proberen te breken, fijnstampen en oplossen in wat water, met het gevolg dat baby’s tussen 40% en 160% binnenkregen van wat ze nodig hadden. Intussen is de siroopvorm in de fase van klinische tests. Volgend jaar beginnen in Argentinië de tests met oplostabletjes.
Maar er is meer. De Peruviaanse onderzoekster Rosario Rojas, die onderzoek doet naar geneeskrachtige planten die door de Amazonevolkeren worden gebruikt, testte meer dan tweehonderd planten en vond al drie stoffen die in de reageerbuis werken: naftil-isoquinolines, hinokinine en oleanolinezuur. Haar Braziliaanse collega Fabiana Alves rapporteerde over nog twee beloftevolle stoffen, een cysteïne-protease-inhibitor en ravuconazol (een afstammeling van de antischimmelmiddelen die indertijd door Paul Janssen werden ontdekt). Beide lagen stof te verzamelen in de archieven van farmaceutische bedrijven.
Het Koreaanse Institut Pasteur ontwikkelde een test om de honderdduizenden stoffen uit die archieven in hoog tempo te kunnen screenen op werking tegen Chagas. Meteen na het congres kondigde farmareus Pfizer aan dat ook zijn archieven mogen nagespeurd worden op middelen tegen Chagas, slaapziekte en nog een andere verwaarloosde ziekte, viscerale leishmaniase.
Muskietennetten helpen om besmetting te voorkomen, maar antropoloog Koen Peeters van het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde waarschuwde op het congres dat de zo gehypete netten met ingebouwd insecticide niet altijd de oplossing zijn. In verschillende Amazoneculturen dienen de bednetten tegelijk als scheidingswand, en de nieuwe netten zijn doorzichtig…
Chagas is lang niet de enige verwaarloosde ziekte. Farmabedrijven rapporteren nu eenmaal aan hun aandeelhouders, en niet aan de mensheid. Op het congres kwamen ook problemen ter sprake als leishmaniase, schistosomiase, HTLV-1, malaria, cysticercose, dengue, leptospirose, rivierblindheid. Allemaal armenziekten.

Want vaak genoeg is de behandeling niet het probleem – tegen melaatsheid bestáát een behandeling, die ook nog eens goedkoop is – maar de falende systemen van gezondheidszorg, waarvan de armen het eerste slachtoffer zijn. In de woorden van José Preciado van de Nationale Universiteit van Mexico: “Met een halve euro per persoon per jaar, kun je de zeven meest voorkomende verwaarloosde ziekten elimineren, waardoor miljoenen kinderen wél naar school zouden kunnen gaan, en er een kans krijgen op een waardige toekomst”.


6/11/2009

Crisis hoeft niet te leiden tot slechtere gezondheid(szorg)  

Ook in crisistijden, zelfs na een crisis van twintig jaar, is het mogelijk om een performant systeem van volksgezondheid te hebben. Als men inzet op een gestroomlijnd en gecoördineerd aanbod van publieke zorgverlening, met het accent op de eerste lijn. Dat betogen twee vorsers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in een commentaarstuk in het medische topblad The Lancet van 7 november.

Download


4/11/2009

Toiletgedrag helpt ziekte verspreiden - “Er moet opener over pis en kak gepraat kunnen worden”  

ANTWERPEN – Ook in streken waar menselijke uitwerpselen niet in het water terechtkomen, verspreidt de ziekte bilharzia zich. Bilharzia wordt veroorzaakt door een parasitaire worm, die nochtans contact tussen uitwerpselen en water nodig heeft. Seydou Sow van het Instituut voor Tropische Geneeskunde ontdekte wat er aan de hand is. Door op onderzoek te gaan naar het gedrag van de hurkende mens. Dat onderzoek levert hem op 5 november een doctoraat op, aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Download

Persbericht - Doctoraat Seydou Sow


29/10/2009

Uniek evolutionair experiment  

RIO DE JANEIRO – Bruno Gryseels en Tine Huyse, twee wetenschappers van het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde en de K.U.Leuven, demonstreerden een uniek evolutionair experiment: hoe een worm die op mensen parasiteert, vanuit Afrika Zuid-Amerika veroverde.
Beide vorsers scheepten tussen Salvador de Bahia en Rio de Janeiro in op het zeilschip ‘Stad Amsterdam’. Deze ranke clipper doet voor het VPRO-Canvasprogramma "Beagle - In het kielzog van Darwin" de historische reis van Darwin over.

Download


20/10/2009

Vergeten ziekte krijgt een gezicht  

Het internationale onderzoeksconsortium ‘Stop Buruli’ gaat in een gecoördineerde actie hoogstnodig onderzoek te velde doen naar een ‘vergeten’ ziekte, Buruli ulcus. Buruli ulcus is een besmettelijke ziekte die in de tropen en subtropen jaarlijks duizenden kinderen treft, maar toch veronachtzaamd wordt. Ze veroorzaakt open zweren en misvormingen, en is zeer moeilijk te genezen. De gezamenlijke aanpak van deze ‘weesziekte’ door zeven instituten heeft al resultaten opgeleverd.

De Buruli ulcus treft vooral kinderen: zij maken 70% tot 90% van gevallen uit. Veel patiëntjes lijden aan open zweren die vaak een chirurgische behandeling vergen, tot en met amputatie van hele ledematen. Ook als de zweren genezen, blijven de slachtoffers levenslang last hebben van de littekens en misvormingen. De Buruli ulcus is een van het dozijn ‘tropische weesziekten’, ziekten waar weinig aandacht voor is. Ze breken meestal uit in omstandigheden van diepe armoede, ondervoeding, ondermaatse gezondheidszorg, onhygiënische leefomstandigheden, gebrek aan zuiver water.
Het consortium ‘Stop Buruli’ telt, naast het Instituut voor Tropische Geneeskunde, zes leidende onderzoeksgroepen uit Australië, Zwitserland, Benin, Ghana, Kameroen en de VS. Ze willen snel en grondig de manier van besmetting ophelderen, een eenvoudige laboratoriumtest ontwikkelen en de vroege opsporing en behandeling van de ziekte verbeteren.
De eerste jaarlijkse bijeenkomst van ‘Stop Buruli’ ging in de lente van 2009 door in Benin, waar de eerste resultaten gepresenteerd werden die de speurtocht naar het besmettingsmechanisme mogelijk moeten maken. “De interdisciplinaire aanpak, met onderzoeksteams van over heel de wereld, moet het ons mogelijk maken om Buruli ulcus te begrijpen en beter te behandelen”, zegt professor Françoise Portaels van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
De volgende fase is nu in gang gezet: onderzoek te velde in verschillende gebieden van Afrika. Daarbij willen de onderzoeksgroepen volop de synergie laten spelen tussen hun verschillende aanpak en expertise. Op de webstek van het project, www.stopburuli.org, rapporteren ze geregeld over de vooruitgang van het onderzoek.

Informatie over het onderzoek naar Buruli ulcus van het Instituut voor Tropische Geneeskunde:
Prof. Françoise Portaels
03 247 63 17

Algemene informatie:
Stop Buruli Communications
+41 44 237 27 31
info@stopburuli.org
www.wtopburuli.org


16/10/2009

Gratis gezondheidszorg kan ook in arme landen - Politiek leiderschap zeer belangrijk  

ANTWERPEN – Het is ook in arme landen mogelijk om een gezondheidszorg op te zetten waarbij de patiënt niets moet betalen. Toch als de politici leiderschap tonen. Dat blijkt uit een onderzoek door vorsers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde, in opdracht van Unicef. De onderzoekers produceerden ook een beleidsdocument met achttien tips voor ontwikkelingslanden die de bijdrage van de patiënt willen opheffen.

Goede toegang tot medische zorg is een van de millenniumdoelstellingen. Op dit ogenblik lijkt er steeds meer politieke wil aanwezig om daar ook effectief iets aan te doen. De Britse premier Gordon Brown zei recent nog in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties dat medische zorg vrij toegankelijk moet zijn, zoals dat in Engeland trouwens het geval is. Verschillende ontwikkelingslanden proberen de toegang geheel of gedeeltelijk vrij te maken. De Antwerpse experts onderzochten de effecten van dergelijke maatregelen.

“Uit de ervaring in Oeganda bleek dat meer patiënten gebruik gingen maken van de gezondheidzorg”, zegt Bruno Meessen, een van de auteurs van de studie. “Bovendien zie je ook dat een dergelijke maatregel vooral de armsten ten goede komt”, merkt zijn collega David Hercot op.

De onderzoekers onderzochten maatregelen voor gratis gezondheidszorg in een zestal Afrikaanse landen met een laag inkomen. Belangrijkste les is dat het leiderschap dat Afrikaanse landen op dit ogenblik laten zien, een uitstekende kans biedt om barrières te slechten die de toegang tot de gezondheidzorg bemoeilijken. In verschillende gevallen bleek de invoering echter onvoldoende voorbereid, waardoor de hervorming niet werkte zoals had gekund.
Unicef steunt regeringen die zwangere vrouwen en kinderen gratis gezondheidszorg willen aanbieden. Vandaar dat de organisatie de studie bestelde, en de leidraad beschikbaar stelt.


12/10/2009

Vietnamese medaille voor Vlaams Onderzoeker  

ANTWERPEN – Onderzoeker Marc Coosemans van het Instituut voor Tropische Geneeskunde, kreeg de Medaille voor bewezen Dienst aan de Gezondheid van de Vietnamse Bevolking. Hij is daarmee de tweede Belg ooit die een onderscheiding krijgt in Vietnam.
Coosemans, hoofd van het Departement Parasitologie van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen, en een insectkundige van wereldfaam, verricht al jaren onderzoek naar de bestrijding van malaria. Malaria is in Vietnam nog steeds een belangrijk gezondheidsprobleem, en het Instituut voor Tropische Geneeskunde werkt reeds ruim vijftien jaar samen met het Vietnamese Nationaal Instituut voor Malaria Parasitologie en Entomologie (NIMPE) aan de bestrijding van malaria in Vietnam. Twee weken geleden doctoreerde nog een Vietnamese arts in Antwerpen op een nieuwe bestrijdingstechniek tegen een typisch Vietnamese malariamug, die al steekt vóór de mensen gaan slapen, en waartegen de klassieke muskietennetten boven het bed dus niet helpen.
De medaille werd uitgereikt in Hué, ter gelegenheid van een vergadering over verdere samenwerking, door professor Xuang Hung, vice-directeur van NIMPE, in naam van de Vietnamese minister van Volksgezondheid.


7/10/2009

Charte assurance de qualité des médicaments et des produits de diagnostic  

Dans les pays en voie de développement il y a des médicaments de qualité inférieure qui circulent.  Ceci constitue un problème sérieux de santé publique. Parfois la concentration des ingrédients est trop élevée ou trop basse, parfois ils sont contaminés, parfois les ingrédients sont de qualité inférieure, ou instables, ou parfois l’emballage est inapproprié. Parfois les médicaments sont même falsifiés. Il y a plusieurs raisons possibles pour la qualité inférieure. Les médicaments destinés à l’exportation ne sont pas toujours soumis à la même réglementation que les médicaments destinés à l’intérieur du pays, pendant que les instances réglementées dans les pays moins avancés sont souvent insuffisamment développées pour poser des normes ou pour les maintenir. L’initiative la plus connue afin de résoudre le problème est le programme de préqualification de l’Organisation mondiale de la santé. Mais cela ne suffit pas.

En décembre 2008 l’Institut de Médecine Tropicale et quelques membres de la Plateforme belge pour la Santé Internationale ont soussigné Be-cause health, une charte sur la qualité des produits médicaux utilisés. Dans la charte on s’est engagé à utiliser les critères de qualité corrects en se procurant des médicaments, des produits de diagnostic, des vaccins et des autres produits utilisés dans notre recherche et dans nos programmes de santé outre-mer.  On s’engage également à contrôler effectivement cette qualité. Il est de notre devoir moral de veiller à ce que tous les patients, dans le Nord et dans le Sud, puissent avoir confiance dans la sûreté et l’efficacité des médicaments, des produits de diagnostic et des vaccins reçus et des tests subis.


29/9/2009

Hangmatten tegen malaria  

Met langwerkend insecticide behandelde hangmatten kunnen een belangrijke bijdrage leveren om malaria onder controle te krijgen in gebieden waar de gebruikelijke middelen slechts een bescheiden effect hebben. Bijvoorbeeld in afgelegen en beboste gebieden van Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika. Dat blijkt uit onderzoek in Vietnam door Ngo Duc Thang, die daarmee op 23 september aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de Universiteit Antwerpen een doctoraat behaalde.

Malaria is nog steeds de belangrijkste parasitaire ziekte in de wereld, met veel lijden tot gevolg. De Global Malaria Eradication campagne van de Wereldgezondheidsorganisatie startte in het midden van de 20e eeuw, toen insecticiden zoals DDT ter beschikking kwamen, en kon het aantal gevallen van malaria zeer sterk doen dalen. Maar volledig uitroeien lukte niet; integendeel, de ziekte kwam weer opzetten. Vandaag is het officiële doel de ziekte onder controle te houden: de Global Malaria Control Strategy. Alvast in Vietnam deed de nieuwe aanpak het aantal gevallen dramatisch dalen. Dit was mogelijk omdat de politici sterk achter de bestrijding stonden, en dank zij internationale hulp. Daardoor konden de jongste geneesmiddelen, de artemisine-derivaten, al vroeg ingevoerd worden en werden met insecticide behandelde muskietennetten nationaal verspreid.
Malaria is nog steeds een gezondheidsprobleem in Vietnam, maar met 7 gevallen per tienduizend mensen en 25 doden in 2008, op een bevolking van meer dan 80 miljoen mensen, doet Vietnam het helemaal niet slecht.
Ondanks deze successen, blijft malaria een belangrijke ziekte in het grensgebied met Laos en Cambodja en in de centrale hooglanden, waar ongeveer de helft van alle malaria-gevallen en 80% van de sterfgevallen te vinden zijn. Deze afgelegen gebieden zijn bevolkt door etnische minderheden die traditioneel van het woud leven. De belangrijkste overbrenger van de malariaparasiet in die gebieden, de mug Anopheles dirus ss, houdt van bossen – én van mensen. Ze leeft en bijt buitenshuis, en bovendien vooral op momenten dat de mensen nog niet in bed liggen. Wat betekent dat bednetten, al dan niet met insecticide behandeld, niet echt veel helpen.
Nieuwe controle-instrumenten, beter aangepast aan deze situatie, zijn nodig. Daarom testten we de doeltreffendheid van insecticide-geïmpregneerde hangmatten met langdurige werking. We kozen voor de Ra-glai, een etnische groep in Ninh Thuan, één van de provincies in Vietnam die het sterkst door malaria getroffen zijn.
Zoals het hoort, namen we eerst de stand van zaken op bij het begin van ons onderzoek. Werken in het woud, gebruik van muskietennetten, etniciteit, leeftijd en opleiding werden bevestigd als risicofactoren voor malaria.
De belangrijkste risicofactor voor malaria bleek echter armoede te zijn: de rijkste groep was maar half zo vaak (8,9%) besmet dan de groep met lagere en middelgrote inkomens (16,6%). Gelukkig is een behandeling niet te duur voor de armen (de overheid biedt ze gratis aan), maar wie ziek is kan niet of nauwelijks werken. De gemiddelde kost van een malaria-episode voor een huishouden wordt geschat op zo’n 12 dollar.
We deelden de bevolking in twintig groepen in, elk ongeveer duizend mensen groot, en lieten het toeval bepalen welke groepen al dan niet behandelde hangmatten kregen. We volgden twee jaar lang hoeveel mensen besmet werden, en hoeveel mensen ziek werden. Dat kon dank zij de hulp van de gezondheidscentra en de dorpsgezondheidswerkers. Die waren opgeleid om sneltests uit te voeren, om een bloeduitstrijkje te maken en om de patiënten voor malaria te behandelen.
Op twee jaar tijd liep het aantal nieuwe gevallen terug van 26 per 1000 personen naar 12 per duizend. Het totaal aantal gevallen zakte van 13,6% naar 4,0% van de bevolking. De nieuwe gevallen daalden dubbel zo sterk in de groep met de behandelde hangmatten. De actie voorkwam ruim tien malariagevallen per duizend inwoners. Gemiddeld, in de zwaarst besmette gebieden was de winst nog driemaal groter.

Meer informatie:

Ngo Duc Thang
03 247 63 08

of op de communicatiedienst
03 247 07 29


29/9/2009

Geiten een bron van leishmaniase?  

Viscerale leishmaniase, ook gekend als kala-azar, is een van de onbekendste maar dodelijkste tropische ziektes. Tot nu toe ging men ervan uit dat mensen de enige besmettingsbronnen zijn van de dodelijke parasiet. Maar nader onderzoek in Nepal door Narayan Raj Bhattarai kwam met een onverwachte mogelijke besmettingsbron: geiten. Als dit klopt, zal de bestrijding van de ziekte op een heel andere manier aangepakt moeten worden. Bhattarai behaalde op 24 september met zijn onderzoek een doctoraat aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de Universiteit Antwerpen.

Kala-azar wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet, Leishmania donovani. Die wordt overgedragen door de beet van een bloed-etende zandvlieg. Tot nu toe dacht men dat de zandvlieg de parasiet alleen bij mensen haalde en alleen mensen infecteerde. In zijn onderzoek, wou Bhattarai de ganse parasietcyclus van dichterbij bekijken met een moderne diagnosetechniek: PCR (polymerase-kettingreactie). Die heeft aan een microscopisch spatje DNA genoeg om de aanwezigheid van een parasiet aan te tonen.

De grootste concentratie van kala-azar gevallen bevindt zich in het Indische subcontinent. Na jaren van verwaarlozing loopt er eindelijk een regionaal eliminatieprogramma. In de context van een EU-gefinancierd project (www.kalanetproject.org) verzamelde de jonge Nepalese onderzoeker honderden stalen van  mensen en dieren in een dorp waar kala-azar voorkomt. Hij vond, zoals verwacht, parasieten in een groot aantal mensen (6%), maar de verrassing kwam toen Bhattarai ook DNA van de parasiet aantrof in 16% van de geiten. Toen hij die gevallen in kaart bracht, en ze vergeleek met een kaart van de menselijke besmetting, bleek de aanwezigheid van geïnfecteerde geiten de belangrijkste risicofactor te zijn voor infectie bij de mensen.

“De ontdekking van Bhattarai is een belangrijke mijlpaal in het kala-azar onderzoek, maar veel werk is nu nodig om te bevestigen of de parasieten inderdaad tussen geiten en mensen circuleren.  Zo ja, dan heeft dit uiteraard grote gevolgen voor de strategie van de eliminatieprogramma; dan moet je bijvoorbeeld gaan denken aan behandeling van de dieren met insecticiden. Het is zeer moeilijk om dit soort onderzoek te financieren, gezien kala-azar alleen maar de armste van de armste landen treft, en weinig markt vertegenwoordigt voor farmaceutische firma’s. Maar met meer dan 500 000 gevallen wereldwijd, is het onze plicht om dit onderzoek verder te zetten, met alle mogelijke middelen.” Aldus Prof. Jean-Claude Dujardin, diensthoofd van de afdeling Moleculaire Parasitologie op het instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen en leishmaniase- expert.

Meer informatie:

Narayan Raj Bhattarai
03 247 65 08

of op de communicatiedienst
03 247 07 29


4/9/2009

Nieuwe worm maakt slachtoffers  

ANTWERPEN – Wat iedereen zo vreest bij griep – een nieuwe kruising tussen bijvoorbeeld mensengriep en vogelgriep, die beduidend meer slachtoffers maakt dan ‘gewone’ griep – blijkt intussen gebeurd te zijn bij een van de meest gevreesde parasieten, de schistosoma-worm. Dat melden onderzoekers van het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde en de K.U.Leuven in het gereputeerde vakblad PLoS Pathogens.

De schistosoma-worm is, na malaria, de schadelijkste parasiet voor mensen. Ruim 200 miljoen mensen zijn ermee besmet. Je sterft er zelden aan, maar hij beschadigt de organen waarin hij zich nestelt, veroorzaakt chronische ontstekingen en put zo zijn slachtoffers uit, remt de ontwikkeling van kinderen. Ook verlammingen en blaaskanker staan op zijn repertoire. De worm – eigenlijk een reeks nauw verwante wormen – komt vooral in de tropen en subtropen voor. De worm heeft een ingewikkelde voortplantingscyclus. Eitjes komen met menselijke uitwerpselen in water terecht, waarna de larven een zoetwaterslak besmetten, zich in de slak verder ontwikkelen en haar weer verlaten in een vorm die zich in menselijke huid naar binnen boort, tijdens bijvoorbeeld zwemmen of baden. Van daar gaat het via de bloedvaten naar de longen en vervolgens naar de lever, waar de jonge wormpjes zich met bloed beginnen te voeden. Mannetjes en vrouwtjes vinden elkaar voor een levenslang verbond, waarbij het kleine slanke vrouwtje zich installeert in een plooi in het lijf van het brede en wat langere mannetje. Volwassen wormen zijn ongeveer een centimeter lang. Ze nestelen zich vooral in de bloedvaten van lever, milt, darmen en urinewegen.

Nadat in de jaren tachtig dammen gebouwd werden op de Senegal-rivier, begonnen de gevallen van schistosoma-besmetting sterk te stijgen. Dat leek logisch, omdat de waterwerken nieuw leefgebied opleverden voor de slakken, en dus meer kansen voor de worm. Maar onderzoekster Tine Huyse (Instituut voor Tropische Geneeskunde en K.U.Leuven) en collega’s ontdekten dat er meer aan de had was. De worm, Schistosoma haematobium, bleek zich gekruist te hebben met een verre verwant die normaal enkel runderen besmet, Schistosoma bovis. Als verre verwanten toch kruisen, krijgt de nieuwe vorm van de natuur vaak ‘hybride kracht’ cadeau: hij is veel levenskrachtiger dan de ouder-rassen, groeit sneller, is vruchtbaarder, taaier, besmettelijker … Precies wegens die ‘hybride kracht’ zijn boeren en tuinders verzot op hybride plantenrassen, die hen een veel betere opbrengst opleveren.

Maar bij parasieten is dat uiteraard anders: een ‘betere’ parasiet betekent slecht nieuws voor zijn gastheer. Voor ons dus. Precies daarom is er nu zoveel lawaai rond de ‘Mexicaanse’ griep, een nieuwe kruising tussen drie virussen die normaal enkel vogels, varkens of mensen besmetten. In dit geval blijkt het mee te vallen met de gevaarlijkheid, en misschien zelfs de besmettelijkheid, van het nieuwe virus, maar het had evengoed op een ramp kunnen uitdraaien. Bij de nieuwe hybride worm is het evenmin tot een ramp gekomen, maar er is wel een duidelijke toename van het aantal besmettingen.

Dat komt onder ander omdat de ouderrassen zich elk slechts via één soort slak kunnen voortplanten, terwijl de hybride worm beide slakken kan gebruiken, met het grote ‘voordeel’ dat de slak van de rundervorm veel meer voorkomt dan de slak van de mensenvorm.

Omdat de kruising pas nu ontdekt is, is het nog niet duidelijk welke nieuwe trucjes de nieuwe worm nog allemaal kent, en of we te maken hebben met een nieuwe ziekte die nog lastiger te bestrijden is dan de oude, of ‘slechts’ met een variant die niet agressiever is dan de klassieke vorm. We kunnen maar beter zorgen dat we dat snel te weten komen.


2/9/2009

Open monumentendag - Powerpointpresentatie van het ITG  

Op de Open Monumentendag van 13 september 2009 opent het Instituut voor Tropische Geneeskunde twee gebouwen: haar hoofdgebouw, een parel van art deco, en haar onderwijscampus, een zeventiende-eeuws klooster.

Het Instituut voor Tropische Geneeskunde is wereldwijd bekend als instelling voor onderwijs, onderzoek en dienstverlening in de tropische geneeskunde en de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden. Het streeft met talrijke partners over de hele wereld naar “gezondheidszorg voor iedereen”.

Deze nobele doelstellingen kunnen we realiseren in twee prachtige monumenten die we zeer koesteren. Zij zijn gedurende een academiejaar de thuishaven voor de honderden internationale studenten die hier jaarlijks een opleiding volgen en dus een belangrijk visitekaartje voor België, Vlaanderen en Antwerpen als zij nadien terugkeren naar hun land van herkomst.

Mede dankzij de financiële steun van het Departement Monumenten en Landschappen, de Nationale Loterij en uiteraard niet in het minst het Departement Onderwijs via onze basistoelage, hebben we deze monumenten kunnen bewaren en deze “Campus Rochus” kunnen renoveren en omvormen tot een moderne onderwijscampus.

Het gebouw aan de Nationalestraat is een “art-decoparel”.

Het werd gebouwd tussen 1925 en1930, naar een plan van 2 jonge architecten: Marcel Spittael en Paul Le Bon. Zij kwamen als winnaars uit een architectuurwedstrijd, met de bekende architect Victor Horta als voorzitter van de jury.

De stijl is geraffineerd, functioneel, met strakke geometrische motieven. Ze stelden hoge eisen: alle details waren uitgewerkt, ze gebruikten dure materialen en zeldzame tropische houtsoorten, en de afwerking was perfect, tot in de stookkelder. De prachtige hall werd ingericht met de fascinerende schilderijen van Allard Ollivier, oorspronkelijk gemaakt voor de wereldtentoonstelling van Antwerpen, in 1930.

En dan is er het 17de eeuwse klooster, gebouwd door de kartuizers, in harmonie met hun strenge leefregels.

Een gravure van Petrus Balthazar van 1748 geeft ons een idee van de ligging en de omvang van het oorspronkelijke klooster. Het had twee delen: achteraan de claustrum majus, een gesloten gedeelte met de individuele kartuizercellen, nu de gevangenis; vooraan de claustrum minus, de gemeenschapsgebouwen, die de huidige Campus Rochus vormen.

De kartuizers bouwden meer dan 100 jaar aan dit klooster. De bouwstijl is een samenhang tussen barok en traditionele Brabantse kalkzandsteen, met onder andere een Toscaanse gaanderij met arduinen rondbogen met archivolt en sluitstenen. De kapel heeft een volplastische barokgevel en had in die tijd geen toegang aan de straatkant. De kartuizers leefden immers in afzondering.

In 1783 werden de kartuizers verdreven uit het klooster en meer dan 50 jaar werden de gebouwen onder andere gebruikt als kazerne en diamantslijperij. Met de Brabantse omwenteling kwamen de kartuizers even terug, maar dan werd het gebouw opnieuw een kazerne. Het claustrum major werd afgebroken en vervangen door een fabriek en in 1850 door een gevangenis, die er vandaag nog steeds is. De kerk werd zelfs gebruik als suikerraffinaderij.

In 1835 namen dan de Kapucinessen hun intrek in het gebouw. Zij bouwden dertig cellen op de eerste verdieping, en metselden raamkruisen en de Toscaanse galerij dicht. In de kapel werd een wand gezet tussen koor en schip, en er kwam een ingang langs de straat. In de gaanderij werd de grafsteen van priester Adrianus Moens bijgezet, die oorspronkelijk begraven lag in de kapucijnenkerk.

In 2001 kochten we dit klooster van de 4 overlevende hoog bejaarde kapucinessen. Op het moment van de verhuis waren er nog slechts twee zusters. Zuster Achila en zuster Roza, beide in de zeventig, dienden de verhuis te organiseren van een klooster waar ze met 25 zusters meer dan 50 jaar intensief hadden samengeleefd. De koffers die ze meebrachten bij hun intrede stonden nog op de zolder.

Na de renovatiewerken, die niet evident waren, met vele verdoken gebreken en muren die omver vielen, is deze onderwijscampus nu een oase van rust voor onze studenten en medewerkers.

In november 2006, bij ons 100-jarig bestaan, werden deze gebouwen plechtig ingehuldigd. Het resultaat mag gezien worden. Wij stellen het op 13 september dan ook met plezier voor het eerst open voor het grote publiek.

Download de Powerpointpresentatie met beeldmateriaal van het ITG als pdf-bestand (4.8MB) of als pps-bestand (35.8MB).


2/2/2009

World TB Day Conference 'Tuberculosis: Still a Global Emergency'

The conference 'Tuberculosis: Still a Global Emergency - New drugs, new vaccines, new tools for TB diagnosis' will be held on March 24, 2009. The conference is organised by the ITM and will be held as part of the framework of the EC FP7 programme.

The 24th of March marks the day in 1882 when Robert Koch detected the cause of tuberculosis, the TB bacillus. Today, tuberculosis is still a global emergency and new drugs, new vaccines and new TB diagnosis are needed to combat this disease.

Entrance is free but registration is required by sending us an e-mail. For any other information, please feel free to contact Dr. Juan Carlos Palomino or Dr.Anandi Martin.

Download the programme.


7/11/2008

Symposium 'Sex in the City'  

Poster 'Sex in the City'Helpcenter-ITG organiseert in het kader van Wereldaidsdag op 27 november het symposium 'Sex in the City'. Het thema van het symposium is 'Hoe drempels verlagen voor hiv- en soa-testing bij homomannen?'. De toegang is gratis, maar inschrijven is verplicht.

Programma

  • Introductie en moderatie
    Dirk Avonts (UA)
  • Gay men in the City: mannen die seks hebben met andere mannen in Vlaanderen
    Wim Vanden Berghe (UGent) en Mark Sergeant (Sensoa)
  • Testen op Locatie: een pilootproject voor hiv- en soa-testen in de Antwerpse homohoreca
    Tom Platteau (Helpcenter-ITG)
  • Testen op Locatie: Resultaten
    Tom Platteau en Kristien Wouters (Helpcenter-ITG)
  • Posterpresentaties
    Posterlunch
  • Hiv- en soa-testen via internet: Anoniem, snel, betrouwbaar en op verzoek
    Rik Koekenbier (GGD Amsterdam)
  • Dialogai-Checkpoint, from HIV prevention to gay men’s health promotion
    Michael Hausermann (Dialogai Geneva) - Presentatie in het Engels
  • Paneldiscussie en beschouwingen
    Marie Laga (ITG) en Alexis Dewaele (UA)

Taal |Nederlands
Locatie | Congrescentrum Elzenveld, Lange Gasthuisstraat 45, 2000 Antwerpen
Tijdstip | Symposium 9.30 - 15.30 uur.
Verdere informatie | helpcenter@itg.be, tel. 03/216.02.88


23/10/2008

GeMInI - innovatief onderzoek naar verwaarloosde tropische ziekten

Op basis van het onderzoek van Dr. Saskia Decuypere en Dr. Johan Van Griensven heeft het ITG, mede dankzij de financiering door het Fonds InBev-Baillet Latour, het veelbelovend internationaal onderzoeksproject "GeMInI" opgestart. Lees meer.


20/10/2008

Fonds InBev-Baillet Latour huldigt ITG-onderzoekers

Het Fonds InBev-Baillet Latour huldigt ITG-onderzoekers voor innovatief onderzoek naar verwaarloosde tropische ziekten. De onderzoekers stellen het multidisciplinair onderzoekcentrum “GeMInI” voor. Lees meer.


10/9/2008

ITG organiseert symposium ''Women & HIV'  

Het symposium zal plaats hebben op 20 november in het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
De voormiddagsessie is in het Engels. In de namiddag zijn er workshops in het Nederlands, Frans en Engels.

Inschrijven kan u door een ingevuld registratieformulier te verzenden naar mw. Geert De Greef.

We verwelkomen graag collega's uit heel België.


19/8/2008

ITM organises workshop 'AIDS Response & Health Systems Strengthening in sub-Saharan Africa'  

The workshop was held on May 28, 2008 at the World Health Organization headquarters in Geneva, Switzerland. Over 30 implementers, activists, academics and funders from Ethiopia, Ivory Coast, Malawi, Mozambique, South Africa, and Uganda attended. They reviewed evidence on the effects of AIDS programmes on health systems - particularly in settings with high HIV prevalence - and discussed the way forward. Read more.


9/7/2008

Development of quality standards for long-lasting insecticidal mosquito nets

A WHO meeting, jointly organised with the Institute of Tropical Medicine Antwerp and the Bill & Melinda Gates Foundation (B&MGF) 10 and 11 July 2008


22/5/2008

L’IMT participe à la Semaine de la Science

L’IMT participe de nouveau à la Semaine de la Science du 17 au 26 Octobre. Cette semaine est organisée bisannuel par le Gouvernement Flamand.


14/5/2008

MODIRISK capture de nouveau des moustiques  

L’Institut de Medécine Tropicale à Anvers et les partenaires du projet MODIRISK ont recommençé à capturer des moustiques sur l’ensemble de la Belgique. Le project MODIRISK dure deux ans.


6/5/2008

L’IMT répond à des questions scientiques  

L’IMT participe au projet ikhebeenvraag.be qui a commençé le 6 Mai. Ikhebeenvraag.be est un site web où tout le monde peut poser des questions scientifques.


8/4/2008

Des responsables politiques de l’Uganda aident des étudiants de l’IMT

L’IMT organise la semaine d’Uganda pour ses étudiants Master en Health Systems Management and Policy (HSMP). Durant cette semaine les étudiants analysent les services de santé en Uganda avec l’aide des policymakers qui sont ici sur l’invitation de l’IMT.


26/3/2008

Projet ‘Tester sur Location’  

Helpcenter et Sensoa commencent le projet ‘Tester sur Location’ samedi le 29 mars. En offrent des testes VIH et MST sur des lieux où beaucoup d’hommes homosexuels se rencontrent, les initiateurs espèrent joindre des hommes qui se ne se laisseraient pas tester autrement.


19/3/2008

Ministre de l’Education recoit Rapport de Visitation  

Le Ministre de l’Education Frank Vandenbroucke a visité l’ITM vendredi le 21 mars. A cette occasion l’ITM lui a donné le rapport excellent de la commission de visitation.


18/2/2008

Le Fonds Inbev-Baillet Latour accorde un soutien de € 450.000  

Dès 2008, et pour une première période de trois ans, le Fonds InBev-Baillet Latour accordera un soutien financier annuel de € 150.000 à l'IMT. Il s’agira de soutenir deux jeunes chercheurs dans le cadre de recherches postdoctorales sur les maladies tropicales négligées.


30/1/2008

Thèse PhD de Ludwig Apers  

Dr. Ludwig Apers défend sa thèse PhD sur ‘Les aspects du control de TB dans les pays à bas salaires avec une grande prévalence de VIH’. Le professeur Bob Colebunders est promoteur.



Tél.: +32 3 247.66.66 - Fax: +32 3 216.14.31 - Courriel:info@itg.be
Nationalestraat 155 - B-2000 Antwerpen

© 2001-2007 ITG - All Rights Reserved

Created by All Directions