Ga naar hoofdinhoud

Honden in België officieel vrij van hondsdolheid, contact met vleermuizen blijft gevaarlijk

Op Wereldrabiësdag vraagt het ITG aandacht voor een vergeten ziekte die wereldwijd jaarlijks nog 60.000 slachtoffers maakt.

28-09-17

Afbeelding 1/1 : Europese vleermuis

Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) is sinds juli 2017 nationaal anti-rabiëscentrum, oftewel hondsdolheid, en zag de afgelopen drie maanden al 46 patiënten die gekrabd of gebeten waren door een mogelijk besmet dier. In de meeste gevallen ging het om Belgische reizigers die in risicolanden in Afrika of Azië in aanraking waren gekomen met honden, apen of andere dieren, maar er waren ook zes gevallen bij met krabletsels en bijtwonden veroorzaakt door Belgische vleermuizen. België is sinds 2001 officieel rabiësvrij, maar bij contact met vleermuizen in ons land bestaat er nog altijd een klein risico.

Dr. Patrick Soentjens, hoofdarts van de ITG-reiskliniek: “Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Hondsdolheid kan volledig voorkomen worden, maar toch gaan er in ontwikkelingslanden jaarlijks duizenden mensen dood aan deze ziekte. In België zelf is het risico beperkt tot contact met vleermuizen. Dat is gelukkig uitzonderlijk, maar komt af en toe wel voor. Reizigers die naar Afrika en Azië reizen, kunnen zich preventief laten vaccineren. Snel ingrijpen na een beet is ook van levensbelang.”

Een dodelijke, maar bijna vergeten ziekte

Hondsdolheid of rabiës is een fatale aandoening als gevolg van een infectie met het rabiësvirus, meestal door een beet van een met rabiës besmet dier zoals een hond. De ziekte eist jaarlijks meer dan 60.000 mensenlevens, vooral van jonge kinderen in Afrika en Azië. België is sinds 2001 rabiësvrij na een uitgebreide vaccinatiecampagne bij vossen, maar bij risicocontacten met vleermuizen bestaat een kleine kans om ook in ons land hondsdolheid op te lopen.

Het rabiësvirus komt met name voor bij honden, vleermuizen, vossen en katten. Reizigers kunnen het oplopen door een beet, krab of lik van een geïnfecteerd dier. Als er eenmaal symptomen optreden, is de ziekte altijd dodelijk. Wie in contact geweest is met een besmet dier, moet daarom zo snel mogelijk behandeld worden.

Vaccinatie voor én na een risicocontact

Sinds begin juli 2017 is het ITG het enige centrum in België dat bevoegd is voor de  gratis toediening bij mensen van actieve antistoffen (rabiës-immunoglobines) na een risicobeet. Tevens kan elke arts advies vragen aan het ITG om een inschatting te maken van het risico dat zijn patiënt heeft gelopen. In tegenstelling tot de meeste vaccinaties gebeurt de toediening van deze immunoglobulines dus achteraf. 

Preventieve vaccinatie biedt gedeeltelijke bescherming tegen besmetting en wordt door het ITG aangeraden bij avontuurlijke reizen in Afrika en Azië. Ook mensen die regelmatig naar deze gebieden reizen, halen best een dergelijke vaccinatie. Het vaccin wapent het immuunsysteem, maar na een risicobeet moet men toch bijkomend gevaccineerd worden, zij het in mindere mate.

Bescherming opbouwen tegen rabiës heeft wel wat voeten in de aarde: om precies te zijn drie inentingen op drie verschillende tijdstippen (dag 1, dag 7 en dag 28). Het ITG doet onderzoek naar veelbelovende kortere schema’s van een week of zelfs een dag. Verkorte vaccinatieschema’s zouden een goedkopere oplossing zijn die ook toepasbaar is in ontwikkelingslanden, waar de ziekte het grootste aantal slachtoffers maakt.

Meer nieuws over

PUBLIC HEALTH     BUITEN LAND