Het ITG zette aids op de kaart als afrikaanse heteroziekte

Het belang van het ITG in het onderzoek naar het hiv en aids valt nauwelijks te overschatten. Dat deze aandoening moet worden erkend als Afrikaanse heteroziekte die arme mensen treft, is aan het ITG te danken.

Begin jaren 80 van vorige eeuw dook aids op bij homomannen aan de Amerikaanse westkust. Typisch was dat hun weerstand volledig ondermijnd werd. Onder impuls van onder andere Peter Piot, het latere hoofd van de VN-organisatie UNAIDS, bogen ITG-onderzoekers zich meteen over deze nieuwe, verwoestende immuunziekte. Ze legden ook de Afrikaanse dimensie ervan bloot. In dat continent, maar ook elders in het zuiden, is hiv vooral een heteroprobleem dat arme mensen treft.

In 2011 werd aids-onderzoeker Marie Laga in de senaat gehuldigd als een van ’s lands ‘100 Uitzonderlijke Vrouwen’.
In 2011 werd aids-onderzoeker Marie Laga in de senaat gehuldigd
als een van ’s lands ‘100 Uitzonderlijke Vrouwen’.

Veel fundamenten van het wereldwijde onderzoek naar aids en het hiv-virus werden in Antwerpen gelegd. Bovendien manifesteert het ITG zich ook al decennialang als medisch dienstverlener en taboedoorbrekend pleitbezorger van hiv-geïnfecteerde mensen in eigen land. Ook nu nog kunnen zij in onze hiv/soa-polikliniek terecht voor begeleiding en behandeling. Honderden artsen en studenten uit de hele wereld hebben in het ITG geleerd hoe ze het best omgaan met hiv en aids. Sinds de jaren 80 zijn mensen als Kevin Ariën, Bob Colebunders, Eric Florence, Katrien Fransen, Marie Laga, Lut Lynen, Peter Piot, Guido van der Groen en Guido Vanham boegbeelden van het ITG-engagement inzake hiv/aids sinds de jaren 80 op virologisch, epidemiologisch, preventief, pedagogisch, diagnostisch, therapeutisch én sociaal-maatschappelijk vlak.