BIT-project onderzoekt antibioticaresistentie in de tropen

Een probleem als antibioticaresistentie pak je niet alleen in het laboratorium aan. Dat vergt een multidisciplinaire aanpak — exact wat het ITG doet met het BIT-project, nog minstens tot in 2020.

Wereldwijd is er toenemende antibioticaresistentie. Ook westerse landen kampen ermee, al kun je antibiotica bij ons enkel op recept krijgen en worden patiënten met een resistente bacterie apart verzorgd. Het Zuiden heeft vaak geen middelen om resistentie in te dijken. Antibiotica zijn er meestal vrij te koop. Als mensen in de tropen koorts hebben, valt doorgaans de standaarddiagnose ‘malaria’, krijgen ze diverse breedspectrumantibiotica tegelijk voorgeschreven, of gaan ze desnoods zonder recept hun “wondermiddel” kopen. In andere gevallen is het juist lastig om hen te overtuigen dat ze het middel moeten blijven nemen terwijl ze geen klachten meer hebben. Dat alles werkt resistentie in de hand.

Prof. Stijn Deborggraeve
Prof. Stijn Deborggraeve

Antibioticaresistentie moet dus multidisciplinair worden aangepakt. Het ITG heeft zo’n veelzijdig team: BIT — wat staat voor ‘Bacteriële Infecties in de Tropen’. De bacteriologen, specialisten in de tropische laboratoriumgeneeskunde en medisch antropologen van BIT hebben alvast samenwerkingen opgezet in eigen land, Cambodja, Burkina Faso, Ecuador, Peru, de Democratische Republiek Congo en Rwanda. 

In de lente van 2015 kreeg het BIT-team 1,35 miljoen euro van het Fonds Baillet Latour. Daarmee kunnen drie ITG-researchers antibioticaresistentie bestuderen, tot in het jaar 2020. Farmacoloog Stijn Deborggraeve heeft intussen een nieuw bacteriologisch lab opgezet, interniste Janneke Cox onderzoekt antibioticaresistentie in gebieden met beperkte hulpbronnen, en antropoloog Koen Peeters bestudeert de invloed van socioculturele factoren op antibioticaresistentie.