Ontwikkeling van een kortere tuberculosebehandeling

Ooit waren patiënten met multiresistente tuberculose vogels voor de kat. Vandaag kunnen ze hun strijd meestal winnen, dankzij een sneller werkende combinatie van geneesmiddelen, uitgedokterd door het ITG.

Antibiotica in de cultuur links stoppen de groei van bacteriën. De bacteriën in de cultuur rechts zijn resistent.
Antibiotica in de cultuur links stoppen de groei van bacteriën.
De bacteriën in de cultuur rechts zijn resistent.

Hoe vaak lukt het een wetenschapper om de overlevingskansen van duizenden patiënten gevoelig te verhogen? Dr. Armand Van Deun mag die pluim op zijn hoed steken. Jaarlijks krijgen negen miljoen mensen tuberculose, een van de bacteriële infectieziekten die almaar ongevoeliger worden voor antibiotica. Wie “multi-drug resistent tuberculosis” (MDR-TB) oploopt, is veroordeeld tot bijna twee jaar behandeling — als die al aanslaat. Vaak zijn er giftige bijwerkingen. Zo wordt een derde van de patiënten doof. Amper de helft overleeft. Tenminste, zo was het vroeger, want in mei 2016 erkende de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) een combinatie van geneesmiddelen die Armand heeft ontwikkeld.

Van Deun raakte als tropenarts vertrouwd met de ziekte, onder meer in Bangladesh, waar hij voor Damiaanactie werkte. Hij zag de resistentie toenemen, maar weigerde zich neer te leggen bij de situatie. In 1999 ging Armand in het ITG werken, op de Dienst Mycobacteriologie die toen nog werd gerund door prof. Francoise Portaels, maar inmiddels is opgevolgd door prof. Bouke de Jong. Van Deun kwam in 2006 op de proppen met het “Bangladesh-regime”, een therapie met zeven geneesmiddelen die maar negen maanden duurt in plaats van de 18 tot 24 maanden die de WGO op dat moment aanbeval. De jaren erna bevestigden de wetenschappers hun resultaten met diverse studies. In mei 2016 zette de WGO de kroon op dit levenswerk. Dankzij Armand is multiresistente tuberculose een behandelbare ziekte geworden.