> English version


Historiek van het ITG

Het ITG viert deze herfst zijn honderdste verjaardag. Op 6 oktober 1906 ging de eerste Belgische cursus tropische geneeskunde van start in de “School voor Tropische Geneeskunde”, toen nog gelegen in een oude villa in Brussel. Koning Leopold II richtte de school voor de behoeften van de vrijstaat Congo, toen nog zijn persoonlijke bezit. In hetzelfde decennium werden in de UK, Duitsland, Portugal, Frankrijk en Nederland eveneens tropische instituten opgericht. De Belgische staat nam in 1908, met tegenzin, het geruïneerde Belgische Congo en dus ook het ITG over.


De school verhuisde na enkele politieke en - typisch Belgische - linguïstische perikelen in 1934 naar Antwerpen. Het nieuwe gebouw bevond zich in de Nationalestraat vlakbij de ‘Congodokken’ (wat later het ‘Sinksenfoor plein’ zou worden), zodat tropenpatiënten gemakkelijk van het schip naar de kliniek konden worden overgebracht. De nieuwe school werd “Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde” genoemd naar de kroonprins Leopold. In tegenstelling tot Leopold II had deze veel tijd doorgebracht in Congo, waarna hij de regering aanspoorde om iets te doen aan de gezondheidstoestand van de lokale bevolkingen. De volgende decennia werd er inderdaad een uitgebreid, paternalistisch gezondheidssysteem van de grond gebracht dat zich zowel bezig hield met curatieve als preventieve zorgen als met de bestrijding van endemische ziekten zoals slaapziekte.


Het instituut bleef deel uitmaken van het Ministerie der Koloniën tot in 1960, met als hoofddoel het opleiden van koloniale dokters en het behandelen van patiënten met tropische ziekten. Onderzoek was minder belangrijk en vreemd genoeg had het instituut eigenlijk weinig direct contact met het terrein. De kolonies hadden hun eigen onderzoekslaboratoria en epidemiologische posten; daarbij duurde een reis naar Afrika vanuit Antwerpen maanden tot jaren. De meeste professoren die op het Instituut werkten waren gepensioneerde kolonialen.


Na de overhaaste dekolonisatie in 1960 werd het ITG overgedragen aan het Nationaal Ministerie van Onderwijs als een autonome instelling, nog steeds gescheiden van de universiteiten en zonder duidelijk academische status. Het hoofddoel van het ITG bleef het opleiden van jonge artsen, verpleegsters, dierenartsen en technici die naar de tropen trokken. De Belgische ontwikkelingssamenwerking (ABOS, later DGOS) en vele NGO’s bleven immers tot ver in de 20e eeuw “coöperanten” uitzenden naar Centraal Afrika en, steeds meer, ook naar andere gebieden. In 1970 werd België een federale staat en onderwijs en wetenschap werden overgeheveld naar de regio’s. Het ITG werd, gezien zijn ligging, een – nog steeds onduidelijk - onderdeel van het academische landschap van Vlaanderen, terwijl het toch een federale rol behield in onderwijs, gezondheidszorg en ontwikkelingssamenwerking. Zowel de structuur de statuten van het ITG als de personele generatiewissels deden erg lang over de aanpassing aan de nieuwe nationale en internationale realiteiten.


Een deel van het ITG-personeel realiseerde zich echter al vroeg dat het opleiden van experten uit het Zuiden die de gezondheidsdiensten in hun eigen land konden overnemen, een van de hoofddoelen van het ITG moest worden. De internationale masters zagen het licht, met de Masters op Public Health (CIPS/ICHD) in de jaren 60, later de internationale veterinaire cursussen en in de jaren ’80 tenslotte de Maîtrise en Sciences Biomédicales Tropicales, die later (1997) de Masters of Disease Control werd. Andere stafleden concentreerden zich dan weer op onderzoek, als een manier om biologische en socio-economische gezondheidsdeterminanten te begrijpen, nieuwe middelen te ontwerpen en strategieën te ontwikkelen om de gezondheidszorg en ziektebestrijding te verbeteren. Het gamma aan ziekten werd nog uitgebreid door moderne plagen als HIV en Ebola. De klassieke tropische ziekten werden echter niet verwaarloosd en ook het onderzoek naar gezondheidssystemen werd een steeds belangrijker onderdeel van het instituut. De rol van het ITG in ontwikkelingslanden verschoof geleidelijk aan van vrijblijvend advieswerk en implementatie naar wetenschappelijke steun, samenwerking en capaciteitsversterking.
Het ITG heeft belangrijke bijdragen geleverd aan het onderzoek en de bestrijding van malaria, tuberculose, AIDS, slaapziekte, leishmania, tropische ulcera, schistosomiasis en andere wormziekten, dierziekten en zoonoses; maar evenzeer aan de ontwikkeling van primaire gezondheidszorg, moeder- en kindzorg, gezondheidsfinanciering en veeproductie. Jaarlijks worden er ongeveer 80 internationale mid-career experten opgeleid tot Master in de Volksgezondheid, Ziektebestrijding of Tropische Diergeneeskunde. Elk jaar volgen nog steeds 200 jonge, meestal Europese artsen en verplegers de specialisatiecursussen in tropische geneeskunde. Bijna 100 internationale doctoraatsstudenten voeren hun doctoraal onderzoek uit op of met het ITG.


De laatste tien jaar is het ITG verder diepgaand veranderd en geïnvesteerd in de toekomst; zowel in bakstenen en materiaal als in mensen, ideeën en samenwerkingsverbanden. Zijn academische, medische en internationale positie in het complexe, federale België is nu onbetwistbaar vastgelegd. Het aantal wetenschappers is verdrievoudigd, velen zijn afkomstig van het Zuiden. Met haar “gewogen onderzoeksimpact” haalt het ITG de top 15 van alle universiteiten en academische instellingen van Europa. De diploma- en Mastercursussen werden hervormd, een uitgebreid doctoraatsprogramma werd opgezet en het ITG blijft een groot aantal studenten en onderzoekers aantrekken uit heel de wereld. Er werden nieuwe campussen gebouwd voor de Departementen Tropische Dierengeneeskunde en Volksgezondheid, alsook voor de internationale mastercursussen, de onderzoekslaboratoria werden uitgebreid en volledig gerenoveerd, de departementen fysiek samengebracht. In samenwerking met Belgisch Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking heeft het ITG een uitzonderlijk programma voor capaciteitsversterking en partnerschap uitgebouwd, waaraan 23 instituten en honderden wetenschappers in 20 landen in Afrika, Azie en Zuid-Amerika meewerken. De (r)evoluties gingen echter niet gepaard met een verhoging van subsidies, waardoor de manageriele efficiëntie en externe fondswerving zeer strak moesten opgedreven worden. Een verbetering van de overheidssubsidies is thans echter in zicht.


Belangrijkst van al is wellicht dat de banden van het ITG met de bevolkingen en de collega’s in ontwikkelingslanden sterker zijn dan ooit. Het ITG is niet alleen meer een “Centre of Excellence”, maar een belangrijk onderdeel van een heel “Network of Excellence”, gekenmerkt door sterke wortels in het Zuiden en een duidelijk gemeenschappelijk doel: door wetenschappelijke vooruitgang “Gezondheidszorg voor Allen ” te verwezenlijken.



100jaar ITG specials