Goto content

Achtergrondinformatie

Geschiedenis

In 1906 richtte koning Leopold II de ‘School voor Tropenziekten’ op – in de praktijk veeleer ‘École de Médecine Tropicale’ – om artsen en verpleegkundigen te vormen voor de Vrijstaat Congo, toen nog zijn persoonlijke eigendom. Ze was gehuisvest in een oude villa in Brussel (foto). In hetzelfde decennium richtten ook Engeland, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Portugal ‘tropische instituten’ op.

In 1933 smolt de school, intussen Belgisch bezit, samen met de “Kliniek Leopold II voor Tropenziekten” en verhuisde ze naar de karakteristieke art-decogebouwen in Antwerpen, op een steenworp van de toenmalige Congodokken. Daar kwamen immers alle zieken uit de tropen aan. Voortaan heette ze ‘Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde’ of kortweg ‘Instituut voor Tropische Geneeskunde’.

Hoewel de Belgen zich intensief bezighielden met de volksgezondheid in hun kolonie, had het ITG in die periode nauwelijks contact met het terrein – wat met de transportmiddelen van toen ook onvergelijkbaar veel lastiger geweest zou zijn dan nu. Het bleef vooral een opleidingsinstituut voor mensen die naar de tropen gingen, en een ziekenhuis voor mensen die eruit terugkeerden. De meeste professoren waren gepensioneerde kolonialen.

Na de dekolonisatie in 1960 werd het ITG een gespecialiseerd onderdeel van het Belgische stelsel voor hoger onderwijs. We leidden geen kolonialen meer op, maar coöperanten. In 1964 traden we buiten de menselijke geneeskunde en begonnen we met cursussen tropische diergeneeskunde. In 1969 kwam er een ‘Master of Public Health’ bij. Het studentenpubliek werd steeds internationaler, en de staf ging ook in een reeks ontwikkelingslanden doceren.

Goed academisch onderwijs kan niet zonder wetenschappelijk onderzoek. In de jaren zeventig begon onze onderzoekscomponent sterk uit te breiden, en veel meer aan onderzoek in de ontwikkelingslanden zelf te doen. Wat vanzelf leidde tot medische hulpverlening en samenwerking met vorsers, instituten en autoriteiten ter plaatse. De focus werd ruimer dan enkel het behandelen of voorkomen van ziekten; epidemiologie en organisatie van volksgezondheidssystemen kregen meer en meer aandacht. Want ziekten hebben niet enkel een biologische kant; sociaal-economische determinanten spelen evengoed mee.

Vanouds strijden instituten voor tropische geneeskunde ook tegen seksueel overdraagbare ziekten (veel van hun patiënten waren zeelui, die met beide soorten ziekten aanklopten). In de jaren tachtig dook aids op. Onder impuls van onder andere Peter Piot, het latere hoofd van UNAIDS, bogen onze onderzoekers zich over de nieuwe seksueel overdraagbare ziekte en legden ze haar Afrikaanse component bloot. Een stevig deel van de fundamenten van het huidige wereldwijde onderzoek naar aids en het hiv-virus werd in Antwerpen gelegd.

In 1988 werd het Belgische ministerie van Onderwijs gedefederaliseerd. Omdat het ITG van dat ministerie afhing voor zijn basisfinanciering, werden wij een deel van het academische landschap van Vlaanderen, zonder Franstalige tegenhanger. We bleven – en blijven – echter opleidingen verzorgen voor Franstalige artsen en verpleegkundigen en samenwerken met federale entiteiten. Niet uit Belgische nostalgie, maar als onderdeel van onze internationale visie, waarbij we al vroeg de nadruk legden op het opleiden en ter plaatse ondersteunen van de experts die in de ontwikkelingslanden de gezondheidsdiensten moesten uitbouwen en aan eigen biomedisch onderzoek doen. In de jaren tachtig kwam er een internationale ‘Maîtrise en Sciences Biomédicales Tropicales’, in 1998 omgevormd to een ‘Master in Disease Control’.

In 1993 paste het ITG zijn statuten uit de koloniale tijd aan. Onze interuniversitaire positie werd verder bevestigd door het aanstellen van vertegenwoordigers van alle Vlaamse universiteiten in de Raad van Bestuur. Die Raad coöpteert ook drie leden uit onze internationale Wetenschappelijke Raad van Advies. Bij ‘gentlemen’s agreement’ zijn dit de vertegenwoordigers van de Franstalige Belgische universiteiten.De interuniversitaire positie van het ITG werd verder bekrachtigd toen het in 1996 samenwerkingsverbanden met de Vlaamse universiteiten sloot over o.a. gezamenlijk onderwijs, onderzoek en doctorale opleiding.




Van links naar rechts: prof. L. Eyckmans (directeur tussen 1976-1995), mevr. A. Dubois, prof. P.G. Janssens (1958-1976) and prof. B. Gryseels (1995- ). Op de muur afgebeeld: prof. A. Dubois (1947-1958).

Sinds 1997 erkennen en steunen de Ministeries van Volksgezondheid en Sociale Zaken formeel en financieel de rol van het ITG als referentiecentrum voor tropische ziekten en voor hiv-aids.

In 1999 werden we door de Vlaamse overheid erkend als “Instelling van Openbaar Nut voor Postinitieel Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Dienstverlening”. De wederzijdse verwachtingen en verplichtingen werden beschreven in een overeenkomst met het ministerie van Onderwijs. Als tegenprestatie voor structurele financiering, zorgt het ITG voor duidelijke beleidsplannen, een gewaarborgd onderwijsvolume, organisatie en aanvaarding van interne en externe kwaliteitscontrole en samenwerking met andere universiteiten en internationale instituten.

Het instituut, waar het aantal wetenschappers intussen verdrievoudigd was, barstte zo langzamerhand uit zijn voegen. Net op tijd kwam er aan de overkant van de straat een zeventiende-eeuws klooster te koop, dat ingericht werd tot een extra campus. Rond dezelfde tijd kregen ook de diergeneeskundigen hun eigen campus.

Sinds 1998 sluit het ITG raamakkoorden met de Directie-Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking (DGOS). Heel wat onderzoeksprojecten worden erdoor gefinancierd. Want ondanks onze basisfinanciering hangen wij voor het grootste deel van onze werking af van projectfinanciering, eigen inkomsten en mecenaat. In 2007 kwam er ook een overeenkomst met de administratie Wetenschapsbeleid, waardoor het instituut beroep kon doen op onderzoeksbeurzen.
In 2006 vierden we ons 100-jarig bestaan.

Het grootste deel van zijn geschiedenis werd het ITG internationaal erkend als een ‘centre of excellence’, een reputatie die het nog steeds waardig is. Maar het ITG is vandaag meer dan dat: we zijn een knooppunt in een internationaal netwerk van uitmuntendheid, met een hele reeks partnerinstituten over de hele wereld die we helpen met hun ‘capacity building’, maar die evenzeer ons helpen in onze strijd tegen armoedegebonden ziekten (een term die jammer genoeg redelijk synoniem is met ‘tropische ziekten’). Samen werken we aan ‘Gezondheidszorg voor Iedereen’.