Goto content

Tropische open zweer kan behandeld worden

18 jun. 2010

Buruli-zweren, een van die ‘verwaarloosde tropische ziekten’ waarbij farmabedrijven en overheid het laten afweten, zijn toch redelijk behandelbaar, ook in arme regio’s. Er moet dan wel meer aandacht besteed worden aan tijdige diagnose en aan de juiste behandeling. Wat betekent dat de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie dringend moeten worden herzien. Dat zegt een onderzoeker van het Instituut voor Tropische Geneeskunde, op basis van tien jaar onderzoek in Congo. Anatole Kibadi Kapay kreeg er van de Universiteit Antwerpen een doctoraat voor.

De ziekte wordt veroorzaakt door Mycobacterium ulcerans, een neef van de beruchte tuberculosebacterie. Ze komt voor in tropische en subtropische landen. Ze veroorzaakt afzichtelijke, zwerende ‘gaten’ in de huid die soms tot op het bot gaan en een diameter van meer dan tien centimeter kunnen hebben. Over de ziekte is nog veel onbekend, bijvoorbeeld hoe mensen precies besmet worden. Men neemt aan dat het via contact met water gaat, maar pas in 2008 slaagden wetenschappers – van het Instituut voor Tropische Geneeskunde – er voor het eerst in om de bacterie te kweken uit een waterinsect.

Lang bestond de enige behandeling uit de wonden verzorgen en eventueel een huidtransplantatie. Tegenwoordig adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie WGO om, naar analogie met tuberculose, te behandelen met twee antibiotica, rifampicine en streptomycine. Dat helpt voor de lichte vormen, maar voor de grote letsels van meer dan tien centimeter was het effect niet gedocumenteerd. Kibadi Kapay verzamelde in Congo gegevens over de jongste vijf jaar, toen chirurgie gecombineerd werd met antibiotica, en over de vijf jaar daarvoor, toen enkel heelkundig ingegrepen werd. Daarbij ontdekte hij een nieuwe haard in het grensgebied met Angola; hij vermoedt dat die te maken heeft met de werkomstandigheden in de illegale diamantmijnen aldaar.

Kibadi Kapay stelde vast dat de klinische diagnose die de WGO aanbeveelt slechts twee keer op drie juist is, en plaatst daar een Ziehl-Neelsen uitstrijkje tegenover, een microscopische techniek die ook in arme landen doenbaar is (maar niet altijd aanwezig) en die nodeloos inzetten van antibiotica voorkomt.

Maar als grote wonden behandeld moeten worden, en het gaat inderdaad om microscopisch bevestigde Buruli, hebben de antibiotica wel degelijk nut. Met heelkundige methoden alleen hervalt 15% van de patiënten. Als tegelijk ook antibiotica ingezet worden, is dat nog geen 2%. Maar antibiotica zónder chirurgie verergeren de grote wonden nog. Kibadi Kapay pleit dan ook voor sneller chirurgisch ingrijpen bij grote wonden, zonder de zaak eerst vier weken aan te kijken met antibiotica alleen. Zeker omdat de patiënten, die de ziekte zien als tovenarij of het noodlot, toch al lang wachten eer ze uiteindelijk naar een dokter komen.

Het onderzoek van Kibadi Kapay toont aan dat er nood is aan betere voorlichting van de bevolking, maar vooral dat de huidige richtlijnen van de WGO voor de diagnose en de behandeling van Buruli zweren dringend aangepast moeten worden.