Skip to main content

Van het woud naar de stad naar de rest van de wereld

Opiniestuk uit De Standaard

25-05-22

Image 1/1

Dat de apenpokken de ronde doen in Europa, toont aan dat we alert moeten blijven. Onderzoek naar exotische virussen is geen geldverspilling.

Amper twee jaar na de start van de coronapandemie dient een ander virus zich al aan. Ook het apenpokkenvirus is afkomstig van dieren die ergens ver van ons land in het wild leven. Als we niet in de buurt van het gebied komen waar die dieren leven, is zo’n ‘zoö­nose’ (een infectie die van dier op mens overspringt) een ver-van-ons-bedverhaal. Maar heel af en toe slaagt zo’n virus er plots in om zich tussen mensen te verspreiden, en dan neemt het verhaal een andere wending.

We weten al lang dat het apenpokken­virus mensen kan infecteren. In West- en Centraal-Afrika zijn er duizenden gevallen per jaar, en de voorbije jaren is dat aantal sterk gestegen. De meeste mensen krijgen het virus vermoedelijk door contact met een besmet dier. Maar net als bij het sars-CoV-2-virus kennen we het dierlijke reservoir nog steeds niet. Het virus kreeg zijn naam nadat het voor het eerst ontdekt was in een kolonie makaken in een laboratorium. Maar in het wild zijn apen, net als mensen, eerder toevallige gastheren.

Besmette karkassen

Hoe komt zo’n virus dan bij ons terecht? Mensen op het Afrikaanse platteland jagen op kleine zoogdieren als voedselbron. Wie de karkassen aanraakt of het vlees bereidt, kan besmet raken. Na de overdracht van dier op mens, is er beperkte transmissie tussen mensen mogelijk. Zelden bracht iemand het virus via een vliegtuigreis naar een ander continent. Het virus is de voorbije jaren wel aangetroffen bij mensen die van Nigeria naar de Verenigde Staten en het Verenigd Konin­krijk reisden. De recente uitbraak suggereert dat het virus zich steeds beter aanpast aan zijn menselijke gastheer, waardoor langere transmissieketens ontstaan.

Als wetenschappers er drie jaar geleden voor waarschuwden dat lokale zoönosen zouden kunnen evolueren tot een pandemie, werd dat vaak afgedaan als alarmisme. Een theoretische mogelijkheid, maar zo onwaarschijnlijk dat je er niet te veel aandacht aan moest besteden. Ook al hadden we met hiv al een voorbeeld en was de ebola-uitbraak in 2014 in West-Afrika een duidelijke waarschuwing. Covid heeft laten zien tot wat dat kan leiden. De apenpokken zijn niet de nieuwe covid, maar dat deze infectie zich verspreidt onder mensen in Europa, toont aan dat we alert moeten blijven.

"Wat ver van ons bed lijkt, kan morgen voor onze deur staan. Er staan meer dan genoeg kandidaat-virussen klaar om een nieuwe infectie­ziekte te worden"

Diep in het regenwoud

Zulke nieuwe ziekten lijken steeds vaker voor te komen. Dat ligt deels aan betere diagnostische tests en de snelle verspreiding van informatie via het internet. Fundamenteler zijn de veranderingen in de ecologie van de gastheersoorten. Mensen dringen steeds dieper door in het regenwoud en verstoren de biotoop, de samenstelling van de lokale fauna en het gedrag van wilde dieren. De afname in biodiversiteit speelt in het voordeel van opportunistische diersoorten, die dan in grotere dichtheden voorkomen. Daardoor kunnen infecties makkelijker verspreiden onder dieren en hebben mensen een grotere kans om met besmette dieren in contact te komen.

De bevolkingsgroei doet de vraag naar wild voor lokale consumptie en de commerciële handel in de steden toenemen. Door de enorm toegenomen mobiliteit van mensen­, van het woud naar de stad en verder, komen nieuwe bevolkingsgroepen in contact met infecties waartegen ze niets van immu­niteit hebben opgebouwd. En vandaar kunnen die verder naar het buitenland reizen, met snelle vliegverbindingen, naar knooppunten waar mensen van overal samen­komen en daarna weer vertrekken naar alle wind­streken.Of een virus van wilde dieren overspringt naar mensen is een kwestie van toeval, maar we kunnen het in de hand werken, of juist de kans verkleinen dat het virus vrij spel krijgt. Je kunt moeilijk voorspellen welke ziektes potentieel een nieuwe pandemie kunnen veroorzaken. Wat een ver-van-ons-bedshow lijkt, kan morgen voor onze deur staan. Er staan meer dan genoeg kandidaat-virussen klaar om een nieuwe infectie­ziekte te worden.

‘Lokale ziekte’

Toen wij vier jaar geleden financiering zochten voor onderzoek naar apenpokken in Congo, kregen we geregeld te horen dat het ‘een onbelangrijke lokale ziekte was die niet de moeite was om geld aan te verspillen’. Onder­tussen hebben we gelukkig verschillende projecten in gang kunnen zetten. Dat blijkt een terechte investering te zijn.

We hebben meer wetenschappelijke kennis nodig over exotische virussen, over de kans dat ze overspringen, en over hoe ons te beschermen. Door de globalisering en klimaatverandering zal het niet volstaan als we ons alleen in Europa beter voorbereiden op pandemieën. Grote delen van de wereld moeten daarbij betrokken worden, anders is het dweilen met de kraan open. In samenwerking met lokale partners bestuderen hoe uitbraken van zoönoses ontstaan en hoe we ze kunnen voorkomen, is heel zinvol, niet alleen­ voor één dorp in het Afrikaanse woud, maar voor de hele wereldbevolking.

Herwig Leirs, Joachim Mariën, Sophie Gryseels (UAntwerpen)Emmanuel Bottieau, Isabel Brosius, Laurens Liesenborghs (Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen)Erik Verheyen (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Brussel).

Meer nieuws over

PUBLIC HEALTH     BUITEN LAND