Ga naar hoofdinhoud

Nieuw beleid postexpositieprofylaxe rabiës (PEP) in België

Aangepast advies (18 oktober 2018) naar aanleiding van nieuwe vaccinatie-aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

13-05-19

Afbeelding 1/1

Na nieuwe vaccinatie-aanbevelingen voor rabiës van de WHO werden enkele aanpassingen geformuleerd in het beleid rond postexpositieprofylaxe (PEP) voor rabiës in België.

Wat zijn de belangrijkste veranderingen? 

  • De berekening van de benodigde hoeveelheid menselijke anti-rabiësimmunoglobulinen (MARIG) wordt aangepast!
  • Personen die risico liepen op rabiës na contact met een aap hebben geen bijkomende injecties met MARIG nodig, ook niet bij wonden van categorie III.
  • Personen met enkel slijmvliescontact met speeksel van mogelijk rabide dieren, zonder wonde, hebben geen MARIG nodig.
  • De mogelijkheid is toegevoegd om postexpositieprofylaxerabiës (PEP) te geven op één dag voor individuen die reeds op voorhand gevaccineerd waren. 

Hoe kwam het aangepast advies tot stand?

De werkgroep SAGE (Strategic Advisory Group of Experts) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in april 2018 een aantal wijzigingen gepresenteerd van het rabiësbeleid met betrekking tot zowel het pre-expositieprofylaxebeleid (PrEP) als het postexpositieprofylaxebeleid (PEP) (Rabies vaccines and immunoglobulins: WHO position: summary report of 2017 updates. Jan 2018).

De Belgische Studiegroep Reisgeneeskunde heeft deze nieuwe aanbevelingen van de WHO beoordeeld en heeft beslist welke aanbevelingen overgenomen worden. De Hoge Gezondheidsraad heeft deze beslissingen geratificeerd in 2019.

Wat verandert er voor pre-expositie (PrEP) vaccinaties voor Belgische reizigers?

Vanaf 1 mei 2018 werd in België het preventief vaccinatieschema aangepast van drie visites over 28 dagen naar een vereenvoudigd schema van twee visites over zeven dagen.
 
Het rabiësvaccin wordt op dag 0 en dag 7 toegediend en kan via twee technieken toegepast worden:

  • Als een dubbele intradermale dosis (2 x 0,1 ml) op twee verschillende injectieplaatsen (bv. in de anterior-zijde van beide voorarmen).
  • Als 1 dosis (1 ml) intramusculair in de deltoideus-spier. 

Preventieve vaccinatie is aangewezen voor de volgende personen:

  • Personen die lang of vaak verblijven in een risicogebied of in afgelegen gebieden waar geen medische hulp op korte termijn beschikbaar is.
  • Reizigers die een langdurige fietstocht ondernemen of gaan joggen in endemische gebieden.
  • Reizigers die specifieke gebieden gaan bezoeken (Monkey Forest, Monkey Beach...) waar het risico hoog ligt.
  • Kinderen die met hun ouders gaan wonen in endemische gebieden.
  • Personen die een verhoogd risico lopen door hun beroep of activiteiten zoals bijvoorbeeld dierenartsen, boswachters, studenten diergeneeskunde, of vrijwilligers die vleermuizen beschermen.
  • Militairen die op missie vertrekken naar endemische gebieden.
  • Laboranten of experten die om beroepsredenen met het virus in aanraking komen (bijvoorbeeld laboratoriumactiviteiten).

Wat verandert er op het gebied van postexpositieprofylaxe voor rabiës?

Vanaf 11 oktober 2018 werden in België de richtlijnen omtrent de procedures postexpositie lichtjes aangepast.

MARIG enkel in de wonde

In het verleden werd de toe te dienen hoeveelheid MARIG berekend op basis van het lichaamsgewicht van de patiënt. De MARIG die niet rondom de wond kon worden toegediend, werd intramusculair ingespoten. Intramusculair toedienen van het overgebleven volume MARIG is conform het nieuwe WHO-advies niet meer aanbevolen. MARIG wordt voortaan alleen in en rondom de wond toegediend met als doel het virus lokaal te neutraliseren.

Hierdoor is er een wijziging van de berekening van de benodigde hoeveelheid MARIG. De maximumdosering van MARIG blijft 20 IE per kilogram lichaamsgewicht. De hoeveelheid MARIG is afhankelijk van de anatomische locatie(s) van de verwonding en de grootte van de laesie(s), met een maximumdosering nog steeds op basis van het lichaamsgewicht. Bij de grootte van de verwonding speelt ook de diersoort een rol. Zo leidt een kras of beet van een vleermuis of een oppervlakkige kattenkrab bijna altijd tot kleine verwondingen (2 ml MARIG), in tegenstelling tot een volle transdermale beet van een hond in een been waarbij de maximale dosering (op basis van lichaamsgewicht) toegediend kan worden. Bij meerdere bijtwonden door een hond kan verdunning met fysiologisch zout nodig zijn om alle wonden te kunnen infiltreren met MARIG.

Geen MARIG bij risico’s met apen

Na een contact in de categorie III met apen in endemisch gebied is MARIG niet meer geïndiceerd. Naast adequate wondverzorging is in deze gevallen enkel actieve immunisatie aangewezen.

Geen MARIG bij slijmvliescontact zonder wonde

Na slijmvliescontact met speeksel van een potentieel rabide dier zonder verwonding is MARIG niet meer geïndiceerd. Er wordt in deze gevallen enkel actieve immunisatie gestart.

PEP-schema tijdens één visite

In het Belgisch advies is de mogelijkheid is toegevoegd om rabiëspostexpositieprofylaxe (PEP) te geven op één dag, voor individuen die reeds op voorhand gevaccineerd waren (na pre-expositieprofylaxe (PrEP): twee- of drie-visite-schema).

Het rabiësvaccin (minidosissen van 0,1 mL) wordt hierbij intradermaal toegediend op vier verschillende locaties (bv. in de voorzijde van beide voorarmen en in de M. deltoideus van beide bovenarmen).

Communicatie naar derden

We verzoeken deze informatie zoveel mogelijk te verspreiden naar huisartsen, artsen op diensten spoedgevallen en reisklinieken.

Wanneer er vragen zijn over rabiëspostexpositieprofylaxe kan er steeds overleg gebeuren met artsen van het ITG (of de UZA wacht infectiologie buiten de diensturen).  

Links

 

Meer nieuws over

PUBLIC HEALTH     BUITEN LAND