Hoofdgebouw

Architecturale parel in Antwerpen

Tuin van het hoofdgebouw
Tuin van het hoofdgebouw.

In 1924 zoekt de Provincie Antwerpen een ontwerp voor een nieuw Provinciaal Instituut voor Hygiëne. Er komt een wedstrijd, met Victor Horta als voorzitter van de jury. De hoofdprijs gaat naar de jonge, onbekende architecten Marcel Spittael en Paul Le Bon: zij mogen hun art-decoparel bouwen.

De bouw start op 7 augustus 1925 maar verloopt traag door de economische crisis. Pas in 1933 neemt het Instituut voor Tropische Geneeskunde er zijn intrek.

Het grondplan telt drie symmetrisch geschikte gebouwen: de onderzoeksafdeling, het ziekenhuis en de algemene diensten. De afwerking valt op door de art-decolijstgevels in arduin en gele baksteen. Erkerramen en speklagen zorgen voor reliëf en ritme.

Tussen 1979 en 1985 wordt de centrale vleugel volledig verbouwd. Er komt een vierde verdieping bij: de huidige bibliotheek.

Het gebouw en de tuin zijn sinds 1993 beschermde monumenten.

Terug in de tijd

Monumentale trap in het hoofdgebouw
Monumentale trap in het hoofdgebouw.

In de voorbouw aan de Nationalestraat vindt u nog het oorspronkelijke interieur: lambrisering in diverse houtsoorten, marmeren trappen en imposante muurschilderingen van Afrikanist Allard L’Olivier. Mensen, landschappen en scènes uit het Midden-Afrika van begin vorige eeuw bepalen de sfeer.

De hal ademt de typische art-decostijl uit: hoog plafond, brede trappen uit zwart en grijs marmer en sober versierde witkoperen trapleuningen.

Op de gelijkvloerse verdieping prijkt een monumentaal beeldhouwwerk van Arthur Dupagne. Het stelt een uitgeputte arbeider voor aan de voeten van een triomferende koloniaal. En is een eerbetoon aan de 1800 Afrikaanse en Chinese arbeiders en 132 Europeanen die het leven lieten bij de aanleg van de spoorweg Matadi-Leopoldstad in 1898.

Ook het interieur van de Bibliotheca Brodeniana is mooi bewaard. Deze vergaderzaal was vroeger de bibliotheek en ontleent haar naam aan de eerste directeur, prof. Broden. Het ITG heeft het wandtapijt van J.M. Strebelle en het plastische werk van M. de Witte in bruikleen van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.

Uniek stukje groen

De originaliteit beperkt zich niet tot de gebouwen. Ook de tuin rondom de gebouwen is vrij uniek. In België vindt u zo’n verzonken tuin (sunken garden) alleen nog in Brussel. Hierin primeert de vormgeving, niet de beplanting. Het is een prachtig spel van paden en hagen rond vijvers en fonteinen.

De tuin herbergt ook nog de voorloper van de airco die vroeger de vochtigheidsgraad in het gebouw stabiel hield. Een grote ventilator zoog lucht door het decoratieve rooster achter de waterval naar binnen en blies die in de luchttoevoerpijpen.

Tussen de gebouwen vindt u een strak geometrische vijver, arduinen terrasboorden en symmetrische bloemenperken.

We renoveerden deze tuin in 2002 volgens zijn oorspronkelijke vormgeving met steun van het Vlaamse Ministerie voor Monumenten en Landschappen en privémecenaat.