Statuten

TITEL I. RECHTSVORM - NAAM - OPRICHTING - ZETEL - DOEL - ACTIVITEITEN – BESTUURSORGANEN - DUUR

Artikel 1. Rechtsvorm, naam en oprichting

De stichting heeft de rechtsvorm van een stichting van openbaar nut, conform de wet van 27 juni 1921, betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen (verder “de Wet” genoemd).

Zij draagt de naam “Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde”, verkort “Instituut voor Tropische Geneeskunde”.  De volledige naam en de verkorte naam mogen elk afzonderlijk worden gebruikt. Verder in deze tekst wordt de stichting aangeduid als "het Instituut".

Het Instituut werd opgericht als instelling van openbaar nut bij authentieke akte, opgemaakt voor notaris Cols te Antwerpen op elf februari negentienhonderd eenendertig, opgericht door de Belgische Staat, destijds vertegenwoordigd door de heer Baron Houtart, Minister van Financiën, door de toenmalige kolonie van Belgisch Congo, destijds vertegenwoordigd door de heer Jaspar, Eerste Minister, Minister van Koloniën, en door de “Commission for relief in Belgium C.R.B. Educational Foundation”, destijds gevestigd te New York (United States of America), Broadway 42.

De oprichting gebeurde onder de hoge bescherming van de Koning, en met tussenkomst en onder de bescherming van de heer Minister van Koloniën en van de Hogeschoolstichting.

De oprichting werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van eenendertig maart negentienhonderd eenendertig en bekendgemaakt in het Staats­blad van vier en vijf mei negentienhonderd eenendertig op bladzijde 2643.

Artikel 2. Zetel

De zetel van de stichting is gevestigd te 2000 Antwerpen, Nationalestraat 155, in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.

Artikel 3. Doel en activiteiten

Het doel van het Instituut is het verrichten en bevorderen van wetenschappelijk onderzoek, professioneel en academisch onderwijs alsook wetenschappelijke en maatschappelijke dienstverlening op het gebied van tropische ziekten en de mondiale gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor laag- en middeninkomenslanden. Het is gemachtigd alle initiatieven te nemen en alle activiteiten te verrichten om het beoogde doel te bereiken.

Gelet op het waardevol patrimonium beoogt het Instituut ook de instandhouding en de valorisatie van zijn gebouwen en omliggende tuin gelegen in de Nationalestraat 155 en in de Sint-Rochusstraat 43 te Antwerpen, die rechtstreeks, materieel en effectief gebruikt worden voor het maatschappelijk doel.

Artikel 4. Bestuursorganen

Het bestuur van het ITG wordt verzekerd door de Raad van Bestuur, die het dagelijks bestuur delegeert aan een orgaan van dagelijks bestuur. De Raad van Bestuur wordt benoemd door een statutair orgaan van toezicht, de Algemene Raad.

Artikel 5. Duur

De stichting is aangegaan voor een onbepaalde termijn.

TITEL II. WETTELIJKE BESTUURSORGANEN: RAAD VAN BESTUUR EN ORGAAN VAN DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 6. Raad van Bestuur

Het Instituut wordt bestuurd door een Raad van Bestuur, die besluit en handelt als college in het uitsluitende belang van de stichting.

Artikel 7. Samenstelling

De Raad van Bestuur is samengesteld uit minstens drie en maximum twaalf leden, benoemd door de Algemene Raad volgens de bepalingen in Titel III van deze statuten.

Ten hoogste twee derden van de leden van de Raad van Bestuur is van hetzelfde geslacht.

Artikel 8. Benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Bestuur

Onverminderd artikel 10 benoemt, schorst en ontslaat de Algemene Raad de bestuurders op voordracht van een derde van zijn leden, of op voordracht van de zetelende Raad van Bestuur.

De Algemene Raad beslist bij twee derde meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden over de benoeming, de schorsing of het ontslag van een bestuurder.

Artikel 9. Bevoegdheden

De Raad van Bestuur heeft volheid van bevoegdheid voor alle daden van bestuur en van beschikking. Voor de bevoegdheden opgesomd in artikel 20 is het voorafgaand advies vereist van de Algemene Raad. Indien dit advies negatief is kan de Raad van Bestuur zijn voorstel enkel met grondige motivering en een twee derde meerderheid goedkeuren.

De Raad van Bestuur stelt een charter van goed bestuur op.

Artikel 10. Duur, hernieuwing en beëindiging van het mandaat van bestuurder

Het mandaat van de leden van de Raad van Bestuur duurt vier jaar en is hernieuwbaar.

Het mandaat van bestuurder eindigt bij het verstrijken van het mandaat, overlijden, ontslag op eigen initiatief of door de Algemene Raad, burgerlijke onbekwaamheid, plaatsing onder voorlopig bewind of afzetting. De Algemene Raad voorziet in de opvolging.

Artikel 11. Voorzitter en Ondervoorzitter

De Raad van Bestuur duidt onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan, voor een termijn van vier jaar. Het mandaat van voorzitter en van ondervoorzitter van de Raad van Bestuur zijn hernieuwbaar.  Ingeval de voorzitter verhinderd is, neemt de ondervoorzitter diens bevoegdheden over.

Artikel 12. Bijeenroeping van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur vergadert na bijeenroeping door de voorzitter, minstens vier keer per jaar en zo dikwijls de belangen van het Instituut dit vereisen. De Raad van Bestuur moet tevens bijeengeroepen worden als drie bestuurders hierom verzoeken.

De voorzitter legt de dagorde vast na overleg met de directeur. Elke bestuurder mag schriftelijk de inschrijving van een punt op de agenda van de Raad van Bestuur vragen. Een niet ingeschreven punt mag ter zitting enkel besproken worden als alle aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders zich hiermee akkoord verklaren.

De bijeenroeping gebeurt schriftelijk, minstens vijftien kalenderdagen vóór de vergadering. De voorstellen en toelichtende nota’s worden minstens vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk aan alle leden bezorgd. In uitzonderlijke gevallen kan de voorzitter een gemotiveerde uitzondering toestaan op deze termijn. Elk lid kan erom verzoeken de stemming over een dergelijk voorstel te verdagen.

De Raad van Bestuur kan op zijn vergaderingen derden uitnodigen en/of waarnemers toelaten. De aanwezigheid van externen moet worden gemotiveerd, ten laatste bij de aanvang van de vergadering door de voorzitter gemeld en goedgekeurd door de Raad van Bestuur. Hun aanwezigheid wordt geacteerd in de notulen.

Artikel 13. Besluitvorming

Onverminderd artikel 24 kan de Raad van Bestuur slechts geldig beraadslagen en beslissen als minstens de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

De Raad van Bestuur kan geldig vergaderen in elke vorm, zowel fysiek als per telefoon, videoverbinding of andere rechtsgeldige middelen, die een interactieve beraadslaging in college mogelijk maakt.

De Raad van Bestuur streeft beslissingen in consensus na, en neemt deze als nodig bij gewone meerderheid van stemmen tenzij de statuten het anders voorschrijven. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of diens vervanger doorslaggevend. Alle leden van de Raad van Bestuur zijn in solidum verantwoordelijk en aansprakelijk voor de beslissingen van de Raad van Bestuur en de daaruit voortvloeiende gevolgen.

Eenieder die geconfronteerd wordt met een mogelijk belangenconflict bij een beraadslaging, beslissing of verrichting, deelt dit mee aan de voorzitter en in voorkomend geval aan de commissaris, waarvan sprake in artikel 26. Eenieder die een persoonlijk of materieel belang heeft bij een bepaalde beslissing, neemt niet deel aan de beraadslaging noch aan de stemming over het punt. Bij andere belangenconflicten beslist de Raad van Bestuur, in afwezigheid van het lid, of het verder kan deelnemen aan de beraadslaging en/of de stemming. Elk gemeld belangenconflict wordt geacteerd in de notulen van de vergadering.

Ieder bestuurder kan bij gewone brief, fax of elektronisch communicatiemiddel, gericht aan de voorzitter, aan een andere bestuurder de opdracht geven om hem of haar te vertegenwoordigen op een welbepaalde vergadering en om in zijn of haar plaats te stemmen. De volmachtgever wordt meegeteld bij het bepalen van het quorum. Een bestuurder kan slechts één ander lid van de Raad van Bestuur vertegenwoordigen. De opdrachtgever draagt de collegiale verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de gedelegeerde stem.

In uitzonderlijke gevallen, wanneer de dringende noodzaak en het belang van het Instituut dit vereisen, kan de Raad van Bestuur op voorstel van de voorzitter schriftelijke besluiten nemen.

De Raad van Bestuur regelt de verdere bepalingen m.b.t. zijn werking in een huishoudelijk reglement, dat onderdeel uitmaakt van het charter van goed bestuur.

Artikel 14. Notulen

De Raad van Bestuur duidt een secretaris aan die de notulen van de vergaderingen opmaakt. Deze moeten worden goedgekeurd door alle aanwezige en vertegenwoordigde leden en ondertekend door de voorzitter. De notulen worden geklasseerd in het register van de notulen van de Raad van Bestuur. Afschriften of uittreksels zijn slechts tegenstelbaar aan derden als ze ondertekend zijn door ofwel de voorzitter, ofwel de directeur ofwel twee leden van de Raad van Bestuur.

Artikel 15. Comités

De Raad van Bestuur richt een auditcomité en een benoemings- en remuneratiecomité op waarvan de bevoegdheden, taken en werking vastgelegd worden in het charter van goed bestuur. De Raad van Bestuur kan andere comités oprichten om zich te laten bijstaan op strategisch, wetenschappelijk of bestuurlijk vlak.

Artikel 16. Orgaan van dagelijks bestuur - Directeur

De Raad van Bestuur benoemt de directeur aan wie hij de uitvoering van zijn beslissingen en de bevoegdheden van dagelijks bestuur delegeert. Het dagelijks bestuur omvat, naast de uitvoering van de besluiten van de Raad van Bestuur, alle handelingen en vertegenwoordigingen die horen bij het dagelijkse leven van het Instituut of die dusdanig dringend en minder belangrijk zijn dat ze geen tussenkomst van de Raad van Bestuur rechtvaardigen.

De directeur is voor alle bestuurshandelingen verantwoording verschuldigd aan de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur stelt een bestuurlijk reglement op waarin hij de bevoegdheden, taken en werking van de directeur vastlegt, met inbegrip van een lijst van handelingen die als daden van dagelijks bestuur worden beschouwd. Dit bestuurlijk reglement maakt onderdeel uit van het charter van goed bestuur.

De directeur is ambtshalve lid van de Raad van Bestuur, maar kan geen voorzitter of ondervoorzitter van de Raad van Bestuur zijn.

Voor het dagelijks bestuur wordt hij of zij bijgestaan door een bestuurscomité, waarvan de samenstelling, de werking en bevoegdheden vastgelegd worden in het bestuurlijk reglement. De Raad van Bestuur waakt daarbij over de participatie, de transparantie en de academische waarden in het dagelijks bestuur.

De directeur kan, onder eigen verantwoordelijkheid, handelingen en vertegenwoordigingen van dagelijks bestuur delegeren aan personeelsleden en derden.

TITEL III. STATUTAIR ORGAAN: ALGEMENE RAAD

Artikel 17. Opdracht

De Algemene Raad ziet er op toe dat het beleid, het bestuur en het beheer van het Instituut in overeenstemming zijn met zijn doel, identiteit en integriteit.

Artikel 18. Samenstelling

Alleen natuurlijke personen kunnen lid zijn van de Algemene Raad. De leden vertegenwoordigen de belangen van de aanduidende instantie of groep, maar binden deze niet. De Algemene Raad omvat stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden.

De volgende instanties of groepen kunnen elk een stemgerechtigd lid aanduiden:

  • Het Vlaams Ministerie bevoegd voor onderwijs;
  • Het Vlaams Ministerie bevoegd voor wetenschapsbeleid;
  • Het Vlaams Ministerie bevoegd voor volksgezondheid;
  • Het Vlaams Ministerie bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking;
  • De federale overheidsdienst bevoegd voor wetenschapsbeleid;
  • De federale overheidsdienst bevoegd voor volksgezondheid;
  • De federale overheidsdienst bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking;
  • De provincie Antwerpen;
  • De stad Antwerpen;
  • De Universiteit Antwerpen;
  • De Vrije Universiteit Brussel;
  • De Universiteit Hasselt;
  • De Universiteit Gent;
  • De Katholieke Universiteit Leuven;
  • De "Chambre des Universités de l'Académie de Recherche et d'Enseignement supérieur Conseil interuniversitaire de la Communauté française"; 
  • Het academisch, wetenschappelijk en medisch kaderpersoneel van het Instituut;
  • Het overige academisch, wetenschappelijk en medisch personeel van het Instituut;
  • Het administratief en technisch personeel van het Instituut;
  • De studenten van het ITG;
  • De alumni van het ITG.

De wijze van aanduiding van het personeel, de studenten en de alumni worden geregeld in een huishoudelijk reglement van de Algemene Raad, dat onderdeel uitmaakt van het charter van goed bestuur.

De leden van de Raad van Bestuur en de Regeringscommissaris zijn niet-stemgerechtigd lid van de Algemene Raad.

De Algemene Raad kan bijkomende leden coöpteren, met een maximaal aantal van één derde van het totaal aantal leden, en verzekert daarbij de vertegenwoordiging vanuit midden- en lage inkomstenlanden.

Indien een aangeduid lid van de Algemene Raad tot bestuurder van het ITG benoemd wordt, doet het automatisch en met onmiddellijke ingang afstand van het mandaat als aangeduid, stemgerechtigd lid. De aanduidende instantie voorziet binnen de drie maanden in de opvolging.

Maximaal twee derden van de stemgerechtigde leden zijn van het zelfde geslacht. Indien de aanduiding van een nieuw lid deze verhouding verbreekt, wordt de aanduidende instantie of groep verzocht een andere vertegenwoordiger van het andere geslacht aan te duiden.

Artikel 19. Duur, hernieuwing en beëindiging van het lidmaatschap van de Algemene Raad

Het mandaat als lid van de Algemene Raad duurt vier jaar en is hernieuwbaar.

Een aanduidende instantie kan haar vertegenwoordiger te allen tijde terugtrekken, schorsen of vervangen. Zij meldt dit schriftelijk aan de voorzitter en voorziet binnen de drie maanden in de vervanging van het lid.

Niet ingevulde mandaten worden niet meegeteld voor het bereiken van quorum van aanwezigheid, stemming of samenstelling volgens geslacht.

Artikel 20. Bevoegdheden

De Algemene Raad benoemt en ontslaat de leden van de Raad van Bestuur volgens de bepalingen in artikels 7, 8 en 10, acteert hun ambtsbeëindiging en bepaalt hun vergoeding.

De Algemene Raad waakt er daarbij over dat de Raad van Bestuur:

  • beschikt over de nodige onafhankelijkheid, competenties, ervaring en objectiviteit;
  • samengesteld is met aandacht voor diversiteit en complementariteit;
  • voor ten hoogste twee derden uit de leden van hetzelfde geslacht bestaat;
  • de principes van goed bestuur volgt en daartoe een charter opstelt;
  • op een transparante wijze communiceert over de uitvoering van zijn opdracht.

Een voorafgaand advies van de Algemene Raad is vereist voor volgende beslissingen van de Raad van Bestuur:

  • Wijzigingen van de statuten;
  • Aanpassingen van de strategische missie en visie van het Instituut;
  • Vastlegging en substantiële wijzigingen van het charter van goed bestuur;
  • De beheersovereenkomsten met de overheden en de daaraan verbonden meerjarige beleidsplannen en budgetten;
  • De algemene samenwerkingsovereenkomsten met de universiteiten zoals bedoeld in de Codex Hoger Onderwijs;
  • Ontbinding, vereffening en fusies van het Instituut.

De Algemene Raad kan op eigen initiatief of op verzoek van de Raad van Bestuur adviezen uitbrengen over alle aangelegenheden die het Instituut aanbelangen. De Raad van Bestuur formuleert er binnen een redelijke termijn een gemotiveerd antwoord op.

De Algemene Raad evalueert jaarlijks de kwaliteit van het door de Raad van Bestuur geleverde werk. Bij ernstige tekortkomingen kan hij met een gemotiveerd besluit overgaan tot schorsing of ontslag van een of meerdere bestuurders.

Artikel 21. Bijeenroeping

De Algemene Raad vergadert minstens twee keer per jaar.

De voorzitter van de Algemene Raad kan bijkomende vergaderingen beleggen, op eigen initiatief, op schriftelijk verzoek van minstens een derde van zijn leden, of op verzoek van de Raad van Bestuur.

De Algemene Raad kan, op voorstel van de voorzitter, ook schriftelijk, telefonisch of per videoconferentie overleggen en handelen.

Artikel 22. Voorzitter, ondervoorzitter en werking

De Algemene Raad duidt onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan, voor een termijn van vier jaar. Deze mogen geen personeelslid of student van het Instituut zijn. Het mandaat van voorzitter en van ondervoorzitter van de Algemene Raad zijn hernieuwbaar.

De voorzitter legt de dagorde vast van de vergaderingen en roept de vergaderingen bijeen. Ingeval de voorzitter verhinderd is, neemt de ondervoorzitter diens bevoegdheden over.

De Algemene Raad kan slechts geldig vergaderen en beslissen als minstens de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is.

Behalve voor de benoeming, de schorsing en het ontslag van de bestuurders beslist de Algemene Raad bij eenvoudige meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter of diens vervanger de doorslag.

Eenieder die geconfronteerd wordt met een mogelijk belangenconflict heeft bij een beraadslaging, beslissing of verrichting deelt dit mee aan de voorzitter en in voorkomend geval aan de commissaris, waarvan sprake in artikel 26.

Eenieder die een persoonlijk of materieel belang heeft bij een bepaalde beslissing neemt niet deel aan de beraadslaging noch aan de stemming over het punt. Bij andere belangenconflicten beslist de Algemene Raad, in afwezigheid van het lid, of het verder kan deelnemen aan de beraadslaging en/of de stemming. Elk gemeld belangenconflict wordt geacteerd in de notulen van de vergadering.

De Algemene Raad kan in zijn schoot bijzondere of permanente commissies oprichten. Hij kan externen uitnodigen op de vergaderingen.

De Algemene Raad stelt een eigen huishoudelijk reglement op waarin hij zijn werking verder omschrijft. Het huishoudelijk reglement van de Algemene Raad maakt onderdeel uit van het charter van goed bestuur.

TITEL IV. VERTEGENWOORDIGING VAN HET INSTITUUT

Artikel 23. Vertegenwoordiging van het Instituut

Het Instituut wordt in en buiten rechte verbonden door ofwel de voorzitter van de Raad van Bestuur, ofwel de directeur, ofwel twee gezamenlijk handelende bestuurders. Zij dienen geen volmacht voor te leggen bij het verbinden van het Instituut.

 De Raad van Bestuur kan bijzondere gevolmachtigden aanduiden die het Instituut kunnen verbinden, binnen de perken van de hun verleende volmacht. Zij dienen deze volmacht voor te leggen bij het verbinden van het Instituut.

In de uitvoering en binnen de perken van het dagelijks bestuur kan de directeur, onder eigen verantwoordelijkheid, bepaalde vertegenwoordigingen delegeren aan personeelsleden of derden.

TITEL VI. WIJZIGING VAN DE STATUTEN

Artikel 24. Wijziging van de statuten

Onverminderd artikel 30 §2 van de Wet, kan de Raad van Bestuur besluiten van de statuten te wijzigen na advies van de Algemene Raad. In dit geval gebeurt de bijeenroeping van de Raad van Bestuur tenminste dertig kalenderdagen voor de vergadering, en worden het voorstel en het advies van de Algemene Raad minstens vijftien kalenderdagen voor de vergadering aan alle leden verstuurd.

De Raad van Bestuur kan alleen rechtsgeldig over een wijziging van de statuten beraadslagen en besluiten als tenminste twee derden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien dit quorum niet bereikt wordt, moet een nieuwe vergadering met dezelfde agenda bijeengeroepen worden, met inachtneming van een nieuwe oproepingstermijn van minimum dertig dagen. In deze nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit de Raad van Bestuur dan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

In afwijking van artikel 13 vereist een besluit tot statutenwijziging een meerderheid van twee derden van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. Een wijziging van het doel van het Instituut, zoals omschreven in artikel 3, vereist echter een meerderheid van vier vijfden van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

TITEL VII. BOEKJAAR - JAARREKENING - BEGROTING – CONTROLE

Artikel 25. Boekjaar, jaarrekeningen en begroting

Het boekjaar van het Instituut gaat in op één januari en eindigt op éénendertig december van elk jaar. De boeken en de bescheiden worden afgesloten op het einde van elk boekjaar.

Ten laatste binnen de zes maanden na de afsluiting van het boekjaar maakt de Raad van Bestuur de inventaris en de jaarrekening van het voorbije boekjaar en de begroting van het volgend, dit is het lopend boekjaar, op. De goedgekeurde jaarrekeningen en begrotingen moeten overgemaakt worden aan de bevoegde overheden en aan de Algemene Raad.

Artikel 26. Commissarissen

De Raad van Bestuur draagt de controle van de financiële toestand, van de jaarreke­ning en van de regelmatigheid van de verrichtingen daarin op aan één of meer commissarissen. Hij benoemt deze onder de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, voor een termijn van drie jaar, op aanbeveling van het auditcomité. Desgevallend bepaalt de Raad van Bestuur ook de bezoldigingen van de commissaris(sen).

Op straffe van schadevergoeding kan de Raad van Bestuur de commissaris(sen) enkel om wettige redenen van hun opdracht ontslaan.

TITEL VIII. OVERGANGSBEPALING

Artikel 27. Overgangsbepaling

Algemene Raad

Op datum van inwerkingtreding van deze statuten worden de aangeduide en gecoöpteerde leden van de Raad van Bestuur, zoals samengesteld op de voorafgaande dag, en de dan zetelende waarnemers van het personeel, automatisch stemgerechtigd lid van de Algemene Raad. De aldus samengestelde Algemene Raad vervolledigt zijn samenstelling als beschreven in artikel 18 binnen de zes maanden. Het lidmaatschap van de aanvankelijke leden neemt een einde op de voorziene einddatum van het voormalige bestuurdersmandaat.

Raad van Bestuur

Op de datum van inwerkingtreding van deze statuten benoemt de Algemene Raad minstens drie bestuurders, buiten de directeur.

TITEL IX. ONTBINDING EN VEREFFENING - AANVULLENDE BEPALINGEN

Artikel 28. Ontbinding en vereffening van de stichting

Alleen de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar het Instituut haar zetel heeft, kan, in de gevallen voorzien in artikel 39 van de Wet, op verzoek van de stichters, van één van hun rechthebbenden, van één of meer bestuurders of van het openbaar ministerie, de ontbinding van het Instituut uitspreken.

De rechtbank kan beslissen tot de onmiddellijke afsluiting van de vereffening, of een vereffeningswijze bepalen en één of meer vereffenaars aanwijzen. Na afloop brengen de vereffenaars verslag uit bij de rechtbank.

In geval van ontbinding van het Instituut zullen de netto-activa na vereffening overgedragen worden aan de Vlaamse Gemeenschap, die deze activa zal benutten voor doeleinden en activiteiten gelijkaardig aan deze beschreven in artikel 3 van deze statuten.

Artikel 29. Aanvullend recht

Alles wat deze statuten niet uitdrukkelijk voorzien zal worden geregeld volgens de Wet en haar uitvoeringsbesluiten.