ITG’ers Guido van der Groen en Peter Piot en ontdekten het ebolavirus, dat in 1976 voor het eerst werd bestudeerd in Zaïre.

Op 29 september 1976 komt een Sabena-piloot in Antwerpen een thermosfles uit Zaïre afgeven. Daarin treffen de jonge ITG-vorsers Guido van der Groen en Peter Piot bloedstalen aan van een Vlaamse missiezuster die een onbekende ziekte heeft gekregen waaraan al tientallen mensen gestorven zijn.

Van der Groen, Piot en hun chef, prof. Pattyn (1976)
Van der Groen, Piot en hun chef, prof. Pattyn (1976)

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) beveelt het ITG de bloedstalen door te sturen naar beter beveiligde buitenlandse labs. Maar het instituut houdt wat onderzoeksmateriaal achter en speurt gedreven voort. Drie dagen later verspreidt de WGO deze telex: “Op 14 oktober 1976 hebben het ITG, het lab van Porton Down (VK) en de Centers for Disease Control (VS) tegelijk een virus geïsoleerd dat morfologisch verwant is met het marburgvirus maar immunologisch verschillend.” Twee ITG-vorsers mogen zich voortaan de medeontdekkers noemen van het virus dat later de naam ‘ebola’ zal krijgen. Ze trekken naar Zaïre om de epidemie te bestuderen.

Het spaghetti-achtige ebolavirus onder de elektronenmicroscoop
Het spaghetti-achtige ebolavirus onder de elektronenmicroscoop

Ook bij volgende epidemieën deed het ITG zich opmerken. Zo hielp dr. Bob Colebunders de ebola-uitbraak van 1995 in Kikwit (Zaïre) bestrijden. Tijdens de ongeziene monsterepidemie in West-Afrika (2014-2015) coördineerde prof. Johan Van Griensven een groot Europees onderzoeksproject over de behandeling van ebola, zorgde prof. Kevin Ariën (hoofd virologie) ervoor dat de ziekte in Antwerpen kan worden gediagnosticeerd, en fungeerde ITG-interniste Erika Vlieghe als nationaal ebolacoördinator.