Congopaleis-buiten

De werken van Allard L'Olivier

Na de wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen werden 12 schilderijen van de Doornikse kunstenaar Allard L'Olivier overgebracht naar het Instituut voor Tropische Geneeskunde.
Chef-agriculteur

FALO

De schilderijen in het Instituut voor Tropische Geneeskunde zijn van de hand van Fernand Allard L’Olivier (of 'FALO', het acroniem waarmee Allard L’Olivier zijn schilderijen ondertekent). Ze werden gemaakt voor de wereldtentoonstelling van 1930 in Antwerpen en kwamen daarna in het Instituut voor Tropische Geneeskunde terecht. Momenteel hangen een aantal schilderijen in de kliniek en een aantal in het administratief hoofdgebouw.

De reeks beeldt de overvaart van het Kivumeer uit, op de grens tussen Rwanda en Congo. De schilder vertrekt bij zonsopgang in Bukavu en vaart langs velden in volle bloei en een stoet dragers. Hij trotseert de dagelijkse wervelwind en woont een volksdans bij. ’s Avonds meert hij aan in de baai van Bobendana.

Chef-Watusi

Africanisme

FALO maakte deel uit van de Afrikanisten, een kunststroming uit de laat-negentiende, vroeg-twintigste eeuw die verwant is aan het Oriëntalisme.

Deze kunstenaars kenden Afrika dankzij reizen ter plaatse en beeldden de inheemse bevolking af in al haar schoonheid en met de nadruk op etnische verschillen. De Afrikanisten negeerden de invloed van de westerse beschaving. Voor hen is Afrika zwart, niet wit. Ondanks hun bewondering voor de Afrikanen was het werk van de Afrikanisten toch vaak een onderdeel van de koloniale propaganda.

Steunend op het boek Orientalism (1978) van Edward W. Said zou men kunnen stellen dat het werk van de Afrikanisten in plaats van een geïdealiseerd gedachtengoed een essentialistisch gedachtengoed vertegenwoordigt. De Afrikaanse volkeren worden daarbij afgeschilderd als ‘noble savages’ en herleid tot een exotische essentie.

Femme-au-léopard

FALO en het kolonialisme

Congo Vrijstaat was van 1876 tot 1908 een kolonie onder de persoonlijke heerschappij van koning Leopold II van België waarbij met name rubberexport een grote rol speelde. Door epidemieën, hongersnood en geweld nam de omvang van de Congolese bevolking met, naar schatting, enkele miljoenen af. Na publicatie van het Casement Report moest Leopold II onder internationale druk de kolonie afstaan aan de Belgische regering. Nadat de wantoestanden in de kolonie aan het licht waren gekomen, had de Belgische staat er het grootste belang bij het duistere imago van de kolonie op te schonen. De staat zette een allesomvattende propagandamachine op. Belgen die nooit in Congo waren geweest, kregen een positief, exotisch ideaalbeeld voorgeschoteld. Dat dorpen in opstand kwamen en mensen daarbij het leven verloren, werd nooit getoond.

congopaleis

Het Congopaleis op de wereldtentoonstelling

De schilderijen van FALO zijn een onderdeel van deze koloniale propaganda. FALO wou al lang naar Afrika reizen. Hij contacteerde eind jaren twintig het Ministerie voor Koloniën en vroeg hen om hulp om zijn ambitieuze reis waar te maken. Als rondtrekkend schilder had hij gidsen nodig en logistieke ondersteuning om zijn kunst uit te kunnen oefenen. In ruil bood hij hen tekeningen en schilderijen aan. De regering gaf hem vervolgens de opdracht de reeks schilderijen te maken die ook nu nog in het ITG hangen.

Uit zijn briefwisseling met familie en vrienden kunnen we opmaken dat FALO een diepe liefde koesterde voor Congo en de Congolese bevolking. Hij sprak steeds respectvol over de Congolezen en keurde de manier waarop Belgische kolonialen hen behandelen, af.

Briefwisseling van Allard l'Olivier

" ... die dag, om 8 uur, zal ik de witte trein nemen die me ’s avonds rond vijf uur naar Madimba zal brengen, ik zal logeren bij de schoonbroers van Van Lancker. Wat mag ik verwachten van deze mensen? Naar ik vermoed, sympathieke agrariërs uit Avelgem, die me met wat angst en een beetje minachting zullen aankijken en zich veel zorgen zullen maken over hun portemonnee. Hier belanden we ofwel bij zwijmelende bewonderaars, zoals Madame T. die naar André schreef (ik kom er nog op terug) of bij lummels die eerlijkheid voorwenden maar de ergste onzin uitkramen. Kinine ageert anders naargelang het intellect van individuen. De zwarte is me oneindig meer sympathiek en als ik hun taal zou spreken, denk ik dat mijn reis tweemaal zo interessant en vruchtbaar zou zijn.”
Brief aan zijn vrouw - Matadi, 23 december 1932

“In werkelijkheid wordt de crisis waarover men zoveel spreekt en die zoveel onrecht veroorzaakt, in veel gevallen uitgelokt door een routinegeest en een gebrek aan assimilatie van de huidige behoeften. Men maait het luchtvaartkamp van Luluabourg resoluut weg en geen enkel vliegtuig landt er nog. Men onderhandelt over de prijs van het werk van een zwarte en hij wordt gedwongen uitputtende taken uit te voeren die geen steek houden. Er is geen enkele blanke die niet moppert over de werkvaardigheden van de zwarte, maar anderzijds vindt men het meer dan gepast om hem een half uur te laten rondhangen vooraleer men een arm uitsteekt om de brief aan te nemen die de zwarte met veel respect op een stok aanreikt. Ik heb een veel te logische geest voor een schilder en deze geest wordt hier constant geschokt. De heer Tshoffen komt langs, hij pleit voor de economie, zegt dat de staat zonder geld zit, maar bij het verlaten van de kolonie geeft hij drie en een half miljoen aan de priester van Matadi, die al een kerk heeft, maar die leeft van ambitie, en nog meer op de rug van de anderen.”
Brief aan Van Oost van 13 februari 1932

Bron: Fernand Allard L'Olivier de Tournai à Yanonge (Belgique 12 juillet 1883 - Congo 9 juin 1933)/ : Oeuvres et lettres de voyages / Geneviève Allard-Gouinaud et Pierre Peeters; Jean-Michel Kibushi Ndjate Wooto, Jean-Claude Poinsignon, Marc Quaghebeur, Sandrine Smets.

Danseurs-Watusi

Tweede en laatste reis

FALO zou nog geen 50 jaar oud worden. In november 1932 vertrok Allard l’Olivier opnieuw naar Congo. De overheid wou een album over Congo uitgeven om meer toeristen aan te trekken. Allard kreeg de opdracht de illustraties te maken.  Op 9 juni 1933 sloeg het noodlot toe. Allard schilderde op de sleepboot ‘Flandre’ scènes, portretten en landschappen. Daarbij stoot hij zijn hoofd waardoor hij in het modderige water viel. De stroming sleurde hem mee. Drie dagen later werd zijn lijk teruggevonden bij Yanonge.

_SBA5046-Edit

Hoe denkt het ITG vandaag over kolonialisme?

De werken van FALO zijn getuigen van een gedachtengoed dat we vandaag verwerpen. Het past in een tijd waarin de westerse leefwijze en maatschappij als superieur werd beschouwd.

Het kolonialisme laat haar sporen ook nu nog na in onze hedendaagse samenleving, op subtiele en minder subtiele wijze, in de manier waarop we omgaan met ons verleden of hoe we denken over onze medemensen. Het ITG kent zijn oorsprong in het kolonialisme maar wist te evolueren van een school voor tropenziekten naar een wetenschappelijke onderzoeksinstelling met sterke partnerschappen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Het Instituut is zich bewust van het structureel racisme dat nog steeds overal ter wereld aanwezig is en kijkt ook kritisch naar de eigen werking.  We richtten we een Commissie voor Dekolonisatie op om ons verleden, het heden en onze toekomst, onder de loep te nemen.

Onze missie, waarden en doelstelling zijn de voorbije eeuw drastisch veranderd. Vandaag wil het ITG streven naar gelijkwaardigheid, diversiteit en solidariteit.  We voeren ons onderzoek uit samen met partnerinstellingen uit de hele wereld. Jaarlijks ontvangen we studenten uit bijna 200 landen. En we zetten ons in voor een wereld waarin iedereen, ongeacht afkomst, toegang heeft tot volwaardige gezondheidszorg.

  • Tornade-sur-le-Kivu
  • Et-la-nuit-vient-Kivu
  • Kivu-agricole
  • Départ-de-Bukavu