Apenpokken - Veelgestelde vragen (FAQ)

Update 24 november 2022

Deze informatie is bestemd voor het groot publiek, het vervangt geen medisch advies. Deze uitbraak presenteert zich anders dan vorige uitbraken. Het kan dus zijn dat deze aanbevelingen nog worden bijgestuurd wanneer meer informatie beschikbaar wordt. We proberen de informatie steeds up-to-date te houden. Het is echter mogelijk dat de informatie snel veroudert ondanks onze zorg om de inhoud van deze pagina te actualiseren. Gelieve ons te verwittigen indien je een fout ontdekt. We controleren het en zetten het desgevallend z.s.m. recht.

Waar komen apenpokken voor?

Apenpokken was tot voor kort een ziekte die vooral voorkwam in bosrijke gebieden in Centraal- en West-Afrika, namelijk in de Democratische Republiek Congo en Nigeria. Sinds mei 2022 is er echter een grote uitbraak buiten het Afrikaanse continent. Vooral landen in Europa en Noord-Amerika zijn getroffen, inclusief België.

Hoeveel gevallen zijn er in België?

Eind november 2022 zijn er circa 80.000 bevestigde gevallen wereldwijd, waarvan 789 in België.

Bekijk de actuele epidemiologisch situatie:

Wat zijn de symptomen?

Vaak ontstaat er 5 tot 21 dagen na infectie een griepaal syndroom (koorts, spierpijn, hoofdpijn, algemeen onwelzijn), gevolgd door huidletsels. Deze huidletsels kunnen (rode) vlekjes, pukkeltjes, blaasjes of etterbulten zijn, die tenslotte na vorming van korstjes genezen. De huidletsels kunnen overal op het lichaam voorkomen en zijn soms pijnlijk. Vaak zien we ze op de plaats van de besmetting met name rond de anus, op de penis of in de mond. Deze huidletsels kunnen ook zonder koorts of griepaal syndroom voorkomen.
We zien ook minder klassieke presentaties. Bijvoorbeeld mensen die weinig of geen huidletsels of alleen plaatselijke klachten hebben, zoals een ontsteking van de keel, de anus of de plasbuis.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De arts kan de diagnose apenpokken vermoeden op basis van de klachten. Indien er een verdenking bestaat, vindt er vervolgens staalname plaats. Hierbij worden verschillende wissers genomen van bijvoorbeeld de huidletsels, de keel en de anus. De stalen moeten in beschermde omstandigheden worden genomen (met beschermkledij voor de hulpverlener en in een aparte kamer) om besmetting te vermijden.
De aanwezigheid van het virus wordt via een PCR-test vastgesteld. Het duurt minimaal 24 uur voordat de uitslag bekend is.

Wat moet ik doen als ik apenpokken heb?

Om verdere besmetting van andere mensen te voorkomen, moet je thuis in isolatie gaan tot alle letsels volledig opgedroogd zijn. Dit houdt in:

  • Blijf thuis. Het huis verlaten is alleen toegestaan voor essentiële redenen, zoals medische afspraken en dringende boodschappen als niemand anders hiervoor kan zorgen. Moet je toch het huis verlaten? Draag dan een chirurgisch mondmasker en bedek de huidletsels (bv. door lange mouwen en broek).
  • Blijf in je eigen kamer. Draag een chirurgisch mondmasker als je toch de kamer verlaat of contact hebt met huisgenoten.
  • Deel geen huishoudelijke artikelen zoals kleding, beddengoed, handdoeken en eetgerei met andere leden van het huisgezin.
  • Vermijd lichamelijk (seksueel) contact tot genezing van de huidletsels (afvallen van de korstjes). Condooms alleen geven geen volledige bescherming tegen apenpokken.
  • Vermijd contact met dieren (vooral met knaagdieren zoals muizen, ratten, hamsters, cavia's).
  • Verwittig de mensen met wie je de afgelopen drie weken nauw contact had zodat zij zichzelf kunnen monitoren op koorts en huidsymptomen en zich kunnen melden als er klachten optreden.

Kan ik genezen van apenpokken?

Vrijwel altijd geneest de ziekte na enkele weken spontaan en zonder restklachten. Soms blijft er een litteken over. Een kleine minderheid van patiënten moet worden opgenomen in het ziekenhuis, meestal voor controle van de pijn. Heel zelden treden er ernstige complicaties op, zoals forse ontsteking of infectie van de huidletsels. De ziekte is gelukkig zelden dodelijk.

Bestaat er een behandeling?

Er is momenteel geen specifieke behandeling beschikbaar. Gerichte antivirale middelen worden voorlopig alleen toegepast in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Bij klachten worden de symptomen ondersteunend behandeld met pijnstillers, koortswerende middelen, anti-jeuk-middelen, etc. Ernstige gevallen met een gecompliceerde vorm van apenpokken kunnen behandeld worden met het antiviraal middel tecovirimat (momenteel enkel tijdens hospitalisatie). Meestal zijn dit patiënten met een vorm van gestoorde immuniteit, zoals leukemie, of patiënten die medicatie nemen die inwerkt op het immuunsysteem. Er zijn een aantal antivirale behandelingen voorzien in België.

Welke preventieve maatregelen kan ik nemen?

  • Vermijd contact met mensen die de ziekte hebben of bij wie de ziekte vermoed wordt op basis van hun klachten tot ze uit isolatie mogen.
  • Beperk het aantal seksuele contacten en bespreek apenpokken met je partner. Anonieme seksuele contacten zijn een risico en maken het achteraf moeilijk om blootgestelde partners tijdig ter verwittigen.

Er bestaat op dit moment geen goedgekeurde medicatie die volledige bescherming biedt tegen een blootstelling. Vaccinatie wordt momenteel ingezet als hulpmiddel om de verdere verspreiding van apenpokken te verminderen. Ze wordt aangeboden  zowel onmiddellijk na een risicoblootstelling (zoals na seks met een patiënt die positief testte op apenpokken) als vóór een risicoblootstelling bij bepaalde doelgroepen (zie ook informatie ‘Wie komt op dit moment in aanmerking voor vaccinatie?’).
Door de beperkte gegevens over individuele bescherming kan het vaccin niet gezien worden als de ultieme oplossing tegen apenpokken. Na vaccinatie kan men nog steeds vatbaar zijn voor apenpokken: een vaccin beschermt niet volledig.

Algemene maatregelen blijven dus noodzakelijk:

  • Aanpassen van risicogedrag.
  • Isolatie.
  • Vermijden van seksuele en huid-op-huidcontacten met zieke personen.

Hoe krijg ik apenpokken?

Apenpokken kan je krijgen door:

  • Direct contact met de huidletsels die veel virus bevatten, bijvoorbeeld door langdurig huid-op-huid-contact of door seksueel contact.
  • Contact met lichaamsvochten of slijmvliezen van een besmet persoon. Bij geïnfecteerde patiënten vinden we vaak hoge concentraties virus terug in het speeksel en anaal, maar ook soms in het sperma.
  • Verspreiding door speekseldruppeltjes is mogelijk, maar vermoedelijk minder efficiënt.
  • In theorie is verspreiding via besmette oppervlakten of linnen (zoals beddengoed of handdoeken) ook mogelijk.

In de huidige uitbraak in Europa zijn vooral mannen die seks hebben met mannen (MSM) geïnfecteerd. Seksuele contacten blijken het grootste risico op besmetting te geven, meer dan huid-op-huid-contacten. Kussen lijkt ook een risico-blootstelling. Personen met verschillende seksuele partners hebben een hoger risico om de ziekte op te lopen.

Wat is mijn risico op besmetting na contact met iemand met apenpokken?

Het risico hangt af van het soort contact met de besmette persoon en wordt onderverdeeld in zeer hoog risico, hoog risico en laag risico. In de praktijk zien we vooral besmetting na een zeer hoog-risicocontact.

Zeer hoog-risicocontact:

  • Een seksueel contact.
  • Langdurig huid-op-huidcontact terwijl de besmette persoon huiduitslag had.

Hoog-risicocontact:

  • In hetzelfde huishouden of een vergelijkbare omgeving wonen als de besmette persoon.
  • Kleding, beddengoed of keukengerei delen terwijl de besmette persoon uitslag had.
  • Een besmette persoon verzorgen terwijl deze symptomen had.
  • Contact met een besmette persoon in kader van (para)medische zorgen, zonder de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Een scherp letsel of blootstelling zonder persoonlijke beschermingsmiddelen aan lichaamsvloeistoffen van een besmette persoon of aan aërosolen die tijdens een (medische) procedure ontstaan.
  • Blootstelling aan een besmet staal bij laboprocedures zonder persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • 3 uur of langer op één of twee zitplaatsen afstand van een symptomatisch besmette persoon zitten in een vliegtuig, bus of trein.

Wat moet ik doen bij nauw contact met een besmet persoon?

Als je in contact kwam met iemand die apenpokken heeft, dan moet je een aantal maatregelen nemen afhankelijk van het risico. Dit geldt ook indien je gevaccineerd werd. Er is immers onvoldoende zekerheid over de beschermingsgraad na vaccinatie.

Bij een hoog- of zeer hoog-risicocontact (zie ‘Wat is mijn risico op besmetting na contact met iemand met apenpokken?’):

  • Monitor gedurende 21 dagen mogelijke symptomen bij jezelf. Bij symptomen neem je telefonisch contact op met een centrum waar op apenpokken getest wordt.
  • Vermijd seksuele contacten en nauwe contacten.
  • Vermijd contacten met kinderen, zwangere vrouwen en personen met een verminderde afweer.
  • Vermijd contacten met zoogdieren.

Bij een zeer hoog-risicocontact (seksueel, intens huid-op-huid-contact):

  • Draag een chirurgisch mondmasker bij alle contacten met andere mensen.
  • Kom je in contact met jonge kinderen (bv. in de kinderopvang), zwangere vrouwen of personen met een verminderde afweer, blijf dan 21 dagen in quarantaine.

Wat moet ik doen als ik denk dat ik apenpokken heb?

Er kan mogelijk sprake zijn van een infectie met apenpokken indien je:

  • Onverklaarde huidletsels rond de anus en/of in genitaal gebied hebt en je ofwel:
    • een man bent die in de laatste weken intiem contact had met een of meerdere andere mannen;
    • in West- en/of Centraal-Afrika bent geweest.
  • In de laatste drie weken nauw contact hebt gehad met iemand met apenpokken en je een of meer van onderstaande symptomen ontwikkelt:
    • koorts of griepale klachten;
    • huidletsels ;   
    • klachten passend bij ontsteking van de keel, anus of plasbuis.

Indien je vermoedt dat je apenpokken hebt, dien je zo snel mogelijk contact op te nemen met een centrum waar je op apenpokken getest kunt worden. Om verdere besmetting van andere mensen te voorkomen, moet je thuis alvast in isolatie gaan.

De polikliniek van het ITG is op werkdagen van 9 tot 17u bereikbaar op het nummer 03 247 66 66. Indien je buiten Antwerpen woont, kan je contact nemen met de spoedgevallendienst van een ziekenhuis met een infectieziekten specialist ter plaatse (reisklinieken/gele koorts-vaccinatiecentra).

Neem steeds contact op met de zorgverleners vooraleer je een bezoek brengt aan een kliniek. Dit laat de gezondheidsmedewerkers toe om zich voor te bereiden en de zeer strikte beschermingsmaatregelen op te volgen. Je mag steeds je huisarts telefonisch contacteren indien je twijfelt, maar laat voor je op consultatie gaat weten dat je vermoedt dat je besmet bent met het apenpokkenvirus.

Bestaat er een vaccin?

Er bestaat geen vaccin specifiek voor apenpokken. Omdat het apenpokkenvirus nauw verwant is met pokkenvirus, biedt het pokkenvaccin vermoedelijk ook een goede bescherming tegen apenpokken. De gegevens over de exacte mate van werkzaamheid zijn wel nog beperkt. Het vaccin vervangt de algemene voorzorgsmaatregelen daarom niet; blijf na vaccinatie dus waakzaam en beperk je seksuele contacten.

In België zijn momenteel twee vaccins beschikbaar, namelijk Imvanex® en Jynneos®, respectievelijk goedgekeurd door EMA (European Medicines Agency) en de FDA (Food and Drug Administration, VS) voor de indicatie van apenpokken. Indien je het Jynneos® vaccin toegediend krijgt, moet je in België een formulier tekenen. De reden hiervoor is dat dit vaccin vooralsnog officieel enkel is goedgekeurd in de Verenigde Staten.

Andere vaccins, zoals tegen waterpokken (windpokken) of zona, beschermen niet tegen apenpokken.

Wie komt op dit moment in aanmerking voor vaccinatie?

Mensen die behoren tot een risicogroep voor apenpokken kunnen gevaccineerd worden. Vaccinaties worden zowel vóór een risicocontact (preventief) als na een risicocontact (post-exposure) ingezet. 

Het ITG doet zijn best om zo snel en efficiënt mogelijk de huidige stock van vaccins in te zetten. De vaccinatiestrategie kan veranderen in functie van het aantal beschikbare vaccins, de evolutie van de uitbraak en de kennis over de ziekte.

VACCINATIE VOOR EEN RISICOCONTACT: PREVENTIEVE VACCINATIE

Laatste update apenpokken vaccinatie

Vanaf eind november 2022 zijn er een aantal wijzigingen in de landelijke vaccinatiestrategie:

  • Er wordt terug overgeschakeld naar de subcutane vaccinatiemethode waarbij 2 vaccins met een interval van minimaal 28 dagen worden toegediend. Dit geldt ook indien de eerste vaccinatie intradermaal werd gegeven.
  • Personen geboren voor 1976, die als kind een pokkenvaccin kregen en behoren tot de risicogroep, kunnen een eenmalige booster krijgen.
  • Personen die hun eerste vaccinatie subcutaan toegediend kregen, kunnen hun tweede vaccinatie krijgen. Dit betreft degenen die t/m augustus 2022 in België gevaccineerd werden en personen die een eerste vaccin in Frankrijk kregen.

Huidige indicaties voor 2 subcutane vaccinaties (met een interval van minimaal 28 dagen):

  • Mannen die seks hebben met mannen (MSM) en meerdere partners hebben.
    Uitzondering: personen geboren voor 1976 die als kind tegen pokken gevaccineerd werden, krijgen een eenmalige booster.
  • Vrouwen die PrEP nemen en die frequente wisselende seksuele contacten hebben.
  • Mannelijke en transgender sekswerkers.
  • Personen met een ernstige immuunstoornis en een hoog risico op een infectie. Onder immuunstoornissen vallen onder andere ongecontroleerde hiv-infectie, onderdrukte afweer door medicatie (zoals na een transplantatie), kwaadaardige bloedziekten en aangeboren afweerstoornissen.
  • Laboratoriumpersoneel dat de virusculturen behandelt.

Huidige contra-indicaties voor vaccinatie:

  • Personen die reeds apenpokken doormaakten.
  • Personen met symptomen verdacht voor apenpokken of een acute infectie met koorts.
  • Personen jonger dan 18 jaar (tenzij in uitzonderlijke gevallen).
  • Personen die allergisch zijn aan het vaccin of één van de bestanddelen van het vaccin: kippeneiwit, benzoase, gentamicine, ciprofloxacine. 

Toediening tweede dosis van het vaccin
Tussen de eerste en tweede apenpokken vaccinatie dient een interval van minimaal 28 dagen te zitten. Indien je het eerste vaccin reeds intradermaal kreeg toegediend (dit betreft de vaccinaties van begin september t/m 24 november 2022), zal de tweede vaccinatie volgens de subcutane methode worden gegeven op dag 28-35.

Achtergrond vaccinatiestrategie
In augustus werd gestart met de preventieve vaccinatie tegen apenpokken. Initieel werden enkel hoogrisico patiënten subcutaan gevaccineerd omwille van beperkte beschikbaarheid van vaccins. Vanaf september kon een groter aantal personen gevaccineerd worden, omdat er werd overgeschakeld naar de intradermale vaccinatiemethode waarbij er slechts 1/5e van de dosis nodig was. 

Vanaf eind november 2022 is besloten om terug over te schakelen naar de subcutane methode, aangezien er meer vaccins beschikbaar zijn gekomen. Daarnaast zijn de doelgroepen voor vaccinatie verder uitgebreid.
Personen geboren voor 1976, die als kind een pokkenvaccin kregen en behoren tot de risicogroep, kunnen een eenmalig booster krijgen. Ook is het vanaf nu mogelijk om een tweede vaccinatie aan te bieden aan personen die hun eerste vaccin subcutaan toegediend kregen. Dit betreft degenen die t/m augustus 2022 in België gevaccineerd werden en personen die in Frankrijk een eerste vaccin kregen in kader van de apenpokken uitbraak.

VACCINATIE NA EEN RISICOCONTACT: POST-EXPOSITIE VACCINATIE

De volgende personen kunnen een vaccin krijgen binnen de 4 dagen na risicoblootstelling aan apenpokken:

  • Personen met een zeer-hoog risicocontact.
  • Personen met een hoog-risicocontact en een verhoogd risico op ernstige infectie.
  • Zorgpersoneel na een hoog-risico contact zonder adequate bescherming.

Slechts in zeldzame gevallen overwegen we vaccinatie tussen de 4 en 14 dagen na risicoblootstelling, namelijk wanneer de persoon ook een verhoogd risico heeft op een ernstig verloop. Dit wordt beoordeeld door de arts van het vaccinatiecentrum.

Door vaccinatie na risicoblootstelling proberen we een infectie met apenpokken en/of ernstige symptomen te voorkomen. De gegevens over de werkzaamheid hiervan zijn echter nog beperkt. Het krijgen van een vaccin na blootstelling is daarom geen garantie dat je de ziekte niet zal ontwikkelen. Daarom blijft het belangrijk om alert te zijn op symptomen en de maatregelen voor zeer hoog-risicocontacten te volgen (zie ’Wat moet ik doen bij nauw contact met een besmet persoon?’).

Indien je in aanmerking komt voor een vaccin na een hoog- of zeer-hoog risicocontact, contacteer je best dringend je hiv-referentiecentrum. In Antwerpen kan je terecht bij het ITG via 03 247 66 66.

Wat zijn mogelijke nevenwerkingen van het vaccin?

De huidige vaccins hebben een gunstiger bijwerkingsprofiel dan de eerdere generaties van pokkenvaccins, omdat het geen replicerend virus bevat.

De meest voorkomende nevenwerkingen zijn:

  • Reacties rond de injectieplaats: pijn, roodheid, zwelling, verharding en jeuk.
  • Hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid en vermoeidheid.

Mag het apenpokken vaccin gecombineerd worden met andere vaccins?

Er is geen specifiek onderzoek verricht naar interacties van het (apen)pokken vaccin met andere vaccins. Het pokkenvaccin bevat een levend, maar niet replicerend virus en valt zo in de classificatie tussen de groep van ‘levend verzwakte vaccins’ en van ‘geïnactiveerde vaccins’ in. Omdat er met deze tussengroep nog geen wijdverspreide ervaring is, worden de adviezen van ‘levend verzwakte vaccins’ aangehouden.

Veiligheidshalve wordt aangeraden om een interval van minstens 4 weken te respecteren met:

  • Levend afgezwakte vaccins, zoals het vaccin tegen mazelen of tegen gele koorts.

Veiligheidshalve wordt aangeraden om een interval van minstens 2 weken te respecteren met:

  • Griepvaccinatie.
  • COVID-19 vaccinatie.

Waar kan ik een vaccin krijgen? 

Personen die nog geen oproep tot vaccinatie kregen en op grond van bovenstaande criteria toch in aanmerking komen voor vaccinatie, nemen best contact op met hun behandelend arts of met het medisch secretariaat van het ITG (03 247 66 66).

Indien je opgevolgd wordt in een hiv-referentiecentrum kan je daar terecht:

  • Antwerpen: Instituut voor Tropische Geneeskunde, 03 247 66 66
  • Brussel: CHU Sint Pieter, 02 535 31 77
  • Brussel: VUB, 02 477 60 61
  • Brussel: UCL, 02 764 21 22
  • Brussel: ULB, 02 555 72 00
  • Henegouwen: CHU Charleroi, 071 92 22 58, 071 92 23 07
  • Limburg: Jessa Ziekenhuis, 011 33 81 11, 011 33 76 50
  • Luik: CHU Liège, 04 270 31 90
  • Namen: CHU Mont-Godinne: 081 42 28 61 (weekdagen); 081 42 31 01 (weekend)
  • Oost-Vlaanderen: UZ Gent, 09 332 21 11, 09 332 23 50
  • West-Vlaanderen:
    Brugge: AZ Sint Jan, 050 45 23 12
    Oostende, 050 45 23 20

Is het vaccin tegen apenpokken gratis? 

De overheid biedt het vaccin gratis aan. Als je dossier voorbereid werd door je hiv-specialist of huisarts, rekent het ITG enkel een verpleegkundig consult aan. Indien er tijdens je visite toch uitzonderlijk nood is aan een doktersadvies, zal dit aangerekend worden volgens de geldende RIZIV-nomenclatuur.

Ben ik beschermd als ik gevaccineerd werd tegen de pokken?

Er bestaat geen vaccin specifiek voor apenpokken. Daar het apenpokkenvirus nauw verwant is met pokkenvirus, biedt het pokkenvaccin vermoedelijk ook een goede bescherming tegen apenpokken. De routinevaccinatie tegen pokken werd in de jaren ‘70 gestaakt in België. Mogelijks biedt vaccinatie op kinderleeftijd nog enige bescherming tegen apenpokken. De bescherming door het vaccin vermindert echter met de jaren. Het is dus mogelijk om toch besmet te geraken. Preventieve maatregelen blijven van toepassing.

We vermoeden dat de infectie met apenpokken slechts éénmaal doorlopen wordt als persoon en dat er nadien een basisimmuniteit voor een welbepaalde tijd bestaat. Zeker zijn we echter niet en de hypothese dat er zich geen herinfecties van apenpokken zullen voordien, dient eerst bewezen te worden met verder onderzoek.

Ook over de beschermingsgraad van de huidige generatie van vaccins tegen de apenpokken is nog weinig bekend. Hoewel we verwachten dat het inzetten van vaccins zal helpen om de verspreiding van apenpokken tegen te gaan, is de grootorde van dit effect nog onzeker. Je hebt dus geen garantie dat je niet meer besmet kan geraken.

Zowel na een infectie met apenpokken als na vaccinatie (preventief of na blootstelling) blijven de algemene preventieve aanbevelingen van toepassing.

Ben ik beschermd als ik de apenpokken heb gehad?

Ons inzicht in hoelang immuniteit na een apenpokken besmetting duurt, is momenteel beperkt. Zelfs als u in het verleden apenpokken hebt gehad, moet je er alles aan doen om te voorkomen dat u opnieuw wordt blootgesteld. Na infectie met apenpokken blijven de algemene preventieve aanbevelingen van toepassing.

Welke seksuele handelingen zijn veilig na vaccinatie?

Hoewel het enigszins duidelijk is via welke weg het virus zich verspreidt, is er zeker nog nood aan verder onderzoek. We verwachten dat er tijdens een actieve apenpokkeninfectie hoge concentraties van het virus op alle slijmvliezen (mond, anus, plasbuis) en op de huid aanwezig zijn gedurende enkele weken. Alle contacten met deze slijmvliezen (anaal, oraal, vaginaal) en huid kunnen overdracht veroorzaken. We zien dat de meeste personen door seksueel contact apenpokken oplopen. We raden aan om niet seksueel actief te zijn (insertief, oraal, anaal, vaginaal) voor minstens 21 dagen of totdat de huidletsels genezen zijn. Kussen, tongzoenen, alsook intens naakt knuffelen worden beschouwd als risicocontacten. Een monogame seksuele relatie of zelfbevrediging houden geen risico in.

Waar vind ik meer informatie over apenpokken?