0810_Zone rouge_square

We zijn vertrokken

De eerste patiënten zijn opgenomen in de studie, waardoor meteen duidelijk wordt wat in de praktijk nog beter kan.

We zijn vertrokken

(10 augustus 2026)

Het was een druk weekend. Zaterdag was ik alleen met de kinderen en zondag had ik wacht in het ziekenhuis. Tussendoor, zoals onderweg naar huis na mijn wachtdienst,  probeerde ik Emmanuel in de DRC nog te bellen over de studie. Dit weekend zijn de eerste patiënten geïncludeerd, intussen zijn het er vijf. Dat is heel goed nieuws, na alle voorbereiding zijn we nu echt begonnen. Maar zoals verwacht, botsen we meteen ook op de eerste moeilijkheden.

Iedereen moet de instrumenten waarmee we de gegevens verzamelen nog goed leren kennen. Daardoor verlopen sommige procedures nog traag. Bij veel andere studies zou dat niet zo’n groot probleem zijn, maar hier gaat het over ebola.

Een deel van het werk gebeurt in de “rode zone”, dat is de ruimte waar patiënten met ebola worden verzorgd en er risico is op blootstelling aan het virus. Iedereen die daar binnengaat, draagt volledige persoonlijke beschermingsmiddelen, of PPE. Als procedures te traag verlopen, moeten mensen langer in die zone blijven. En dat willen we absoluut vermijden.

Werken in zo’n volledige beschermingsuitrusting is zwaar en vermoeiend. Hoe langer iemand erin zit, hoe groter de vermoeidheid en de kans op fouten. Bij ebola kunnen die ernstige gevolgen hebben, omdat iemand zich zo aan het virus kan blootstellen. Het is heel belangrijk dat de procedures zo efficiënt mogelijk zijn. Niet alleen om goede data te verzamelen, maar ook om de mensen die het onderzoek uitvoeren zo goed mogelijk te beschermen. Iemand van het studiepersoneel heeft intussen aangegeven: ik zie dit toch niet zitten. Ik vind het heel goed dat die persoon de ruimte heeft om dat te zeggen en voor zichzelf die beslissing neemt. Je moet je veilig genoeg voelen om aan te geven dat iets niet gaat.

Dus ja, de eerste uitdagingen zijn er. Het goede is dat we telkens opnieuw de koppen bij elkaar kunnen steken. Wat loopt er moeilijk? Welke alternatieven zijn er? Hoe kunnen we het anders organiseren? Het studieteam denkt ook mee over mogelijke oplossingen. Dat vind ik heel positief. Door die uitwisseling kunnen we dag per dag bijsturen.

Ik heb het al eens gezegd: zo’n studie is bijna een organisch wezen. Je begint met een plan, maar pas wanneer je echt aan de slag gaat, zie je wat werkt en wat nog moet veranderen. We blijven dus bijsturen.

Zelf moet ik intussen vooral zorgen dat alles klaar is voor mijn vertrek naar de DRC, waarschijnlijk donderdag. Thuis beginnen we dat ook stilletjes voor te bereiden. Ik vertel het beetje bij beetje aan de kinderen en we regelen opvang. In de zomer is dat wat ingewikkelder. Tegelijk besef ik heel goed dat dit, vergeleken met wat er in de DRC gebeurt, een enorme luxepositie is.

Het is een nieuwe week, we gaan er opnieuw tegenaan. De studie is begonnen, de eerste problemen zijn zichtbaar en we weten dat we nog veel zullen moeten aanpassen. Maar we zijn vertrokken.

Dagboek van Isabel

Lees het volgende deel over de ervaringen van Isabel:

  1. Het eerste puzzelstuk

  2. Schakelen

  3. We zijn vertrokken