Hoe langdurige partnerschappen het verschil maken in wetenschap en gezondheidszorg
Gezondheidscrises, geopolitieke spanningen en besparingen zetten internationale samenwerkingen onder druk. Toch laat het partnerschap tussen België, het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) en de Democratische Republiek Congo (DRC) zien hoe wetenschappelijke samenwerking over tientallen jaren kan uitgroeien tot een duurzame relatie.
Ter gelegenheid van de 120ste verjaardag van het ITG spraken we in Kinshasa met Eric Willemaers, tot augustus hoofd samenwerking bij de Belgische ambassade, dr. Urbain Menase, gezondheidsadviseur bij de Belgische ambassade, en dr. René-Hubert Mendo’o Medjo, hoofd van het ITG-kantoor in de DRC. We gebruiken deze gelegenheid om stil te staan bij de samenwerking vandaag en de richting die ze uitgaat.
Het ITG-kantoor in Kinshasa is onlangs verhuisd naar een nieuwe locatie naast de Belgische ambassade. Zegt die nabijheid ook iets over de band tussen gezondheidszorg en diplomatie?
Eric Willemaers: Gezondheidszorg is van oudsher een prioriteit binnen de internationale samenwerking. In de DRC neemt het ITG een bijzondere plaats in dankzij zijn jarenlange partnerschap met het Nationaal Instituut voor Biomedisch Onderzoek (INRB). Dat een Belgisch en een Congolees expertisecentrum zo nauw samenwerken, is diplomatiek bijzonder waardevol.
Recente gezondheidscrises tonen bovendien hoe belangrijk die samenwerking is. De mpox-epidemie en ebola-uitbraken maakten duidelijk dat investeringen in onderzoek, ziektesurveillance en uitbraakrespons niet alleen de Congolese bevolking beschermen, maar ook de internationale paraatheid versterken.
Wat zijn de gezondheidsprioriteiten van de DRC?
Urbain Menase: De geleidelijke invoering van een zorgverzekering staat voorop. Daarbij ligt de nadruk op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. Een concrete maatregel is de invoering van gratis kraamzorg, die nog verder wordt uitgerold. Tegelijk wordt breder ingezet op de versterking van het gezondheidssysteem. Dat betekent een betere organisatie van de dienstverlening, de terugdringing van moeder- en kindersterfte en de bestrijding van ernstige ziekten.
De DRC wordt regelmatig geconfronteerd met gezondheidscrises, zoals ebola of mpox-uitbraken, maar ook met ziekten zoals malaria of slaapziekte. In conflictgebieden en regio’s die door rampen worden getroffen, wordt de toegang tot zorg nog verder bemoeilijkt voor groepen mensen die moeten vluchten.
Focus op ebola
Sinds ons gesprek woedt er in het oosten van de DRC een ernstige ebola-uitbraak. Wetenschappers van het Institut National de Recherche Biomédicale (INRB) stelden de eerste diagnoses. Velen van hen zijn ITG-alumni, met de steun van de Belgische federale overheid.
Op vraag van en in overleg met het INRB, kwamen onderzoekers van het ITG snel in actie om ter plaatste het onderzoek te ondersteunen. Die samenwerking bouwt voort op een jarenlang partnerschap, mede gefinancierd via de meerjarenprogramma's van de Belgische overheid.
Congolese wetenschappers leiden het onderzoek, lokale gezondheidswerkers bestrijden de uitbraak op het terrein en de Congolese overheid coöridneert de respons. Het ITG draagt daaraan bij als een van de wetenschappelijke instellingen wereldwijd die onderzoeken hoe de uitbraak best kan worden ingedamd.
Die uitdagingen trekken veel internationale organisaties aan. Wat maakt dat het ITG een geloofwaardige en relevante partner blijft van zowel de Congolese als Belgische instellingen?
Eric Willemaers: Het ITG combineert verschillende troeven: erkende expertise en concrete resultaten die levens redden. Het werkt rond prioriteiten die belangrijk zijn voor de DRC én voor de wereldwijde gezondheid.
ITG onderscheidt zich bovendien door zijn partnerschap met het INRB. Er wordt vaak gesproken over gelijkwaardige partnerschappen, maar weinig samenwerkingen zijn volgens mij zo evenwichtig als dat tussen het ITG en het INRB.
De strijd tegen slaapziekte is daar een goed voorbeeld van. Het aantal gevallen neemt sterk af, maar overheden, onderzoeksinstellingen en donoren mogen zich niet te vroeg terug trekken. Als we erin slagen om de ziekte te elimineren, zou dat een uitzonderlijke verwezenlijking zijn.
Urbain Menase: In de strijd tegen ziekten en epidemieën, zoals ebola, zijn de verantwoordelijkheden voor onderzoek en laboratoriumwerk duidelijk toegewezen aan het INRB en het ITG.
Het ITG speelt daarnaast een belangrijke rol in de opleiding van onderzoekers. Een groot deel van de volksgezondheidsexperts die vandaag voor het ministerie werken zijn ITG-alumni.
Welke rol speelt de ITG in de samenwerkingsstrategie tussen België en de DRC?
Eric Willemaers: Samenwerking zonder aantoonbare resultaten is niet langer te rechtvaardigen, er moeten tastbare en concrete resultaten zijn. En dat is hier het geval. Ook vanuit het oogpunt van wereldwijde gezondheid is die samenwerking belangrijk. Gezondheidsvraagstukken zijn onderling verbonden. Investeringen in de Congolese gezondheidszorg maken het mogelijk om in lokale behoeften te voorzien en versterken tegelijk de internationale paraatheid voor epidemieën.
René-Hubert Mendo’o Medjo: De mpox-epidemie illustreert dit goed. De samenwerking tussen het ITG en het INRB maakte de identificatie van een nieuwe variant mogelijk. Daardoor kregen we een beter begrip van hoe het virus zich verspreidt en konden we de respons aanpassen. De samenwerking versterkt de lokale capaciteit. Onderzoekers worden door het ITG opgeleid, maar blijven wel in hun land werken of keren na hun opleiding terug. Dat is vrij uniek. Zo kunnen ze er hun loopbaan duurzaam uitbouwen en ter plaatse bijdragen aan onderzoek en gezondheidscrisissen.
Urbain Menase: Er is dus nauwelijks sprake van een braindrain. De Congolese onderzoekers keren terug om in hun eigen hun carrière voort te zetten. Ze verlaten het systeem niet, integendeel, ze dragen er actief aan bij. Tegelijk behouden ze hun internationale netwerk. Ze blijven samenwerken met collega’s van het ITG en andere internationale partners. Dat is ook de kracht van de opleidingen van het ITG. De deelnemers vertrekken vaak vanuit een concreet volksgezondheidsprobleem uit hun eigen werkomgeving. Tijdens de opleiding wisselen ze ervaringen uit. Bij hun terugkeer hebben ze oplossingen die afgestemd zijn op de lokale context.
Als u het partnerschap tussen België, het ITG en de DRC zou moeten samenvatten, wat zou u dan zeggen?
René-Hubert Mendo’o Medjo: Onze samenwerking is vandaag veel sterker op impact gericht. We doen niet alleen onderzoek om bewijsmateriaal te produceren. Het gaat erom dat de resultaten worden geïntegreerd in de praktijk en het beleid. Met de steun van de ambassade proberen we daarvoor alle hefbomen in te zetten.
De aanpak van slaapziekte is daar een goed voorbeeld van. Het ITG speelt een belangrijke ondersteunende rol, zonder de leiding over te nemen van de Congolese overheid en de lokale experten. Dankzij die samenwerking neemt de ziektelast in de getroffen gemeenschappen af. Dit is het resultaat van open overleg en een gedeeld doel.
Urbain Menase: Het is een tastbaar partnerschap dat verder gaat dan een universitaire samenwerking en het is gericht op concrete impact.
Eric Willemaers: Het is een echt gelijkwaardig partnerschap tussen twee expertisecentra. Met een win-winsituatie voor beide instellingen en voor beide landen. De samenwerking beantwoordt zowel aan de verwachtingen van de Belgische belastingbetaler als aan de behoeften van de Congolese bevolking.
Hoe zou u willen dat het partnerschap er over een paar jaar uitziet?
René-Hubert Mendo’o Medjo: In de volgende raamovereenkomst met de Belgische Overheid willen we evolueren naar een multinationale aanpak. Vroeger draaiden programma’s vaak rond één enkel land of ziekte. Vandaag, in een context van afnemende middelen, willen we meerdere landen samenbrengen rond gedeelde uitdagingen.
Dit heeft als voordeel dat er sterkere partnerschappen ontstaan die veel verder gaan dan de traditionele noord-zuid relaties. Partnerinstellingen in Guinee of Peru kunnen zich bijvoorbeeld laten inspireren door de ervaring van het INRB in de DRC. Dit slaat ook bruggen tussen onderzoek en beleid. Onderzoekers kunnen voortbouwen op ervaringen uit andere landen, en beleidsmakers kunnen die kennis gebruiken bij het uitwerken van hun beleid.
Deze visie past binnen de dekolonisering van de wereldgezondheid. Niet de partij met de meeste financiële middelen moet vanzelfsprekend de koers bepalen. Lokale partners moeten zelf de vraagstukken kunnen formuleren, oplossingen uitwerken en met andere partners samenwerken om ze uit te voeren.
Urbain Menase: Het woord dat bij mij opkomt is duurzaamheid. We moeten blijven rekenen op expertise, maar ook het nationale eigenaarschap versterken. Wat we vandaag opbouwen, moet ook op lange termijn standhouden. Het ITG kan dat niet alleen. Het speelt een sleutelrol als partner, maar de inspanning moet collectief zijn en in overleg worden uitgevoerd, zodat de nationale partij de acties daadwerkelijk eigen kan maken. De DRC is nog steeds sterk afhankelijk van donoren. Duurzaam werken betekent dat we er samen met de partners in slagen de nationale betrokkenheid te versterken, zodat deze actiever en zelfstandiger wordt.
Eric Willemaers: Wij geloven in deze samenwerking, en in het ITG en het INRB. Daarom hopen we dat ze op lange termijn kan worden voortgezet. Daarvoor is niet alleen vertrouwen nodig, maar ook voldoende middelen. De uitdaging wordt om de samenwerking in stand te houden in een krappere begrotingscontext. Dat vereist een nauwere samenwerking tussen landen en om nog duidelijker te laten zien wat de investeringen opleveren.
"In de volgende raamovereenkomst met de Belgische Overheid willen we evolueren naar een multinationale aanpak. Vroeger draaiden programma’s vaak rond één enkel land of ziekte. Vandaag, in een context van afnemende middelen, willen we meerdere landen samenbrengen rond gedeelde uitdagingen.
Dit heeft als voordeel dat er sterkere partnerschappen ontstaan die veel verder gaan dan de traditionele noord-zuid relaties. Partnerinstellingen in Guinee of Peru kunnen zich bijvoorbeeld laten inspireren door de ervaring van het INRB in de DRC."
dr. René-Hubert Mendo’o Medjo
hoofd van het ITG-kantoor in de DRC
Spread the word! Deel dit artikel op