"It takes more than a village": Hoe gedragsveranderingen het antibioticagebruik verbeteren in Burkina Faso en de DRC
(c) Dr. Daniel Valia (midden) en dr. Eric Tiendrebeogo (links) van de Clinical Research Unit van Nanoro (CRUN) tijdens een voorlichtingssessie met een medicijndispenser om antibiotica uit de Watch-groep te herkennen en te bespreken waarvoor ze kunnen worden gebruikt, district Nanoro, Burkina Faso
Antimicrobiële resistentie (AMR) is wereldwijd een grote gezondheidsbedreiging, deels veroorzaakt door verkeerd antibioticagebruik bij mensen, dieren en planten. De oorzaken en gevolgen worden erger door de moeilijke toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg en diagnostiek, met onevenredige, ernstige gevolgen voor lage- en middeninkomenslanden.
Via het CABU-EICO-project testen ITG-onderzoekers samen met partnerinstellingen de effecten van gedragsinterventies op gemeenschapsniveau op het platteland van Burkina Faso en de Democratische Republiek Congo (DRC). De resultaten tonen een significante vermindering van het gebruik van 'Watch-group'-antibiotica: breedspectrum antibiotica die essentieel zijn voor de behandeling enkele levensbedreigende bacteriële infecties, maar waarvoor het risico op resistentie groot is. Hun bevindingen werden gepubliceerd in The Lancet Infectious Diseases.
De onderzoekers voerden de studie uit in 44 plattelandsdorpen en stedelijke wijken in twee gezondheidsdistricten: Kimpese in de DRC en Nanoro in Burkina Faso. In deze districten draagt bijna twee derde van de gezonde bevolking resistente bacteriën in de darmen die levensbedreigende sepsis kunnen veroorzaken. Ter vergelijking: in Europa gaat het om ongeveer 5% van de bevolking.
Lees artikel
Lees volledig artikel
De onderzoekers voerden de interventie uit in 63 gezondheidscentra, bij 60 apothekers en bij 41 informele medicijnverkopers. Ze ondervroegen in totaal ongeveer 5.000 patiënten om het effect van de interventie op het gebruik van antimicrobiële middelen te evalueren. Gedurende negen maanden organiseerden ze drie interventierondes met voorlichtingscampagnes en educatieve sessies met zorgverleners voor de gemeenschap. Daarbij introduceerden ze de AWaRe-richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor infecties met het hoogste antibioticagebruik .
Het AWaRe-boek is een wereldwijde richtlijn voor de diagnose en behandeling van veelvoorkomende infecties in de eerstelijnszorg. Het adviseert om antibiotica uit de Watch-groep te gebruiken voor dysenterie, tyfus, sepsis en bepaalde seksueel overdraagbare infecties. Helaas worden veel van die belangrijke bacteriële infecties onbehandelbaar door resistentie tegen de beschikbare antibiotica.
In de onderzochte gebieden is de formele eerstelijnszorg moeilijk toegankelijk. Daardoor worden antibiotica steeds vaker gebruikt voor zelfmedicatie, die de gemeenschap zonder voorschrift bij formele of informele apotheken kan verkrijgen.
Om de belangrijkste antibioticabronnen in de gemeenschap aan te pakken, richtte de interventie zich zowel op de formele eerstelijnszorg als op formele en informele medicijnverkopers. Bovendien richtten de interventies zich niet alleen op zorgverleners (de 'aanbodzijde' van antibiotica), maar maakten ze de bevolking ook bewust van het belang van diagnose en passende behandeling van de infecties die patiënten hadden (de 'vraagzijde' voor antibiotica).
ITG-epidemioloog Brecht Ingelbeen zegt: "De resultaten van het onderzoek zijn zeer bemoedigend. Het belangrijkste doel was om het gebruik van de klinisch meest relevante antibiotica uit de Watch-groep terug te dringen, en dat gebruik daalde met meer dan de helft in vergelijking met de zorgverleners die geen interventie ondergingen. Omdat het inkomen van veel zorgverleners afhankelijk is van de verkoop van geneesmiddelen, gingen we ervan uit dat het moeilijk zou zijn om het gebruik van antibiotica in het algemeen te verminderen. Toch vond er niet alleen een aanzienlijke verschuiving plaats van de Watch-groep-antibiotica naar minder kritische antibiotica, maar werd ongeveer de helft van de antibioticakuren vervangen door behandelingen zonder antibiotica."
Om ervoor te zorgen dat de interventie geen negatieve invloed had op de patiëntenzorg, maakten onderzoekers gebruik van "gesimuleerde patiënten": acteurs die op gestandaardiseerde wijze een ziekte nabootsten. Ze constateerden geen negatief effect op de patiëntenzorg, en zagen mogelijk zelfs een bescheiden verbetering in gezondheidscentra. "Een dergelijke aanzienlijke vermindering van het gebruik van breedspectrum antibiotica zou de toename van resistentie tegen de meest essentiële antibiotica kunnen helpen vertragen," voegt Ingelbeen toe, "zonder dure, nieuwe diagnostische tests".
Bij het project waren zeven internationale partners betrokken, waaronder de Clinical Research Unit of Nanoro (CRUN) in Burkina Faso en het Centre de Recherche en Santé de Kimpese (CRSK) in de DRC, beide langdurige partners van het ITG. Brecht Ingelbeen van het ITG, Daniel Valia van CRUN en Bijou Mbangi van CRSK coördineerden de interventiestudie, leidden de analyses en schreven het artikel, wat de zeer sterke samenwerking tussen de instellingen weerspiegelt.
Er zijn vervolgpublicaties in de maak, waarin het effect van de interventie op de overdracht van resistente bacteriën wordt geanalyseerd, evenals de invloed van de onderdelen van de interventie op het gedrag van de bevolking, voorschrijvers en medicijnverkopers, en andere analyses.
Het onderzoek werd gefinancierd in het kader van het Joint Programme Initiative AMR met medefinanciering van de lidstaten door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), Sida (het Zweedse bureau voor ontwikkelingssamenwerking) en de UK Medical Research Council. Een raamovereenkomst tussen het Instituut voor Tropische Geneeskunde, de Clinical Research Unit van Nanoro en het Centre de Recherche en Santé de Kimpese wordt financieel ondersteund door de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.
Experts aan het woord
Dr. Brecht Ingelbeen en dr. Daniel Valia bespreken de CABU-EICO-studie in de podcast van The Lancet Infectious Diseases.
Spread the word! Deel dit artikel op