Tijgermugseizoen van start: zie je er één? Meld het!
Met de start van het muggenseizoen roepen Sciensano en het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) burgers op om waarnemingen van de tijgermug (Aedes albopictus) te melden via het burgerwetenschapsplatform www.MuggenSurveillance.be. Die meldingen helpen om de verspreiding van de tijgermug in kaart te brengen. In 2025 bevestigden meldingen van burgers de aanwezigheid van tijgermuggen in tien gemeenten in België, waaronder vijf waar de soort nog niet eerder was vastgesteld. Sinds de start van de monitoring in 2022 werd de tijgermug al in 40 gemeenten waargenomen.
De tijgermug wint terrein
In 2025 meldden burgers tijgermuggen in tien Belgische gemeenten. In vijf daarvan was de tijgermug nog niet eerder gemeld: Heusden, Kortenberg en Zaventem in Vlaanderen, en Etterbeek en Watermaal-Bosvoorde in Brussel. Daarnaast rapporteerden burgers tijgermuggen in vijf gemeenten waar de soort in voorgaande jaren al werd waargenomen: Wijnegem, Merelbeke-Melle, Kessel-Lo en Hoegaarden in Vlaanderen, en Ath in Wallonië.
Naast de meldingen van burgers bevestigden inspecties op het terrein in 2025 dat de tijgermug overwintert in Sint-Joost-ten-Node, Wijnegem en Hoegaarden. Samen met eerdere vaststellingen in Ath, Kessel-Lo, Puurs-Sint-Amands, Wilrijk en Lebbeke komt het aantal Belgische gemeenten waar de tijgermug zich lokaal begint te vestigen op acht.
“Elk jaar wordt de tijgermug op nieuwe locaties gemeld. Het is waarschijnlijk dat deze mug op meer plaatsen in België aanwezig is dan tot nu toe bevestigd is,” zegt Javiera Rebolledo Romero, onderzoeker bij Sciensano. “Weten waar deze muggen voorkomen, helpt de autoriteiten om maatregelen te nemen om verspreiding van de tijgermug te voorkomen en zo in de toekomst de kans op lokale overdracht van ziektes als dengue, chikungunya en zika te vermijden. Daarom moedigen we iedereen aan om alert te blijven en waarnemingen te melden. Word je overdag lastiggevallen door een heel kleine zwarte mug met witte strepen wanneer je in je tuin of op je terras bent? Maak er een foto van en meld ze!”
Sinds 2022, toen burgers actief begonnen deel te nemen aan de surveillance, werd de tijgermug waargenomen in 40 Belgische gemeenten. Naast jaarlijks terugkerende waarnemingen in reeds gekende gemeenten melden burgers ook tijgermuggen in nieuwe gemeenten waar de soort nog niet eerder werd vastgesteld.
“Vier jaar monitoring toont aan dat de tijgermug niet enkel in België wordt binnengebracht, maar zich hier ook begint te vestigen,” zegt Wim Van Bortel, entomoloog aan het ITG. “Dankzij meldingen van burgers en actieve monitoring op het terrein, waarbij we muggen opvolgen op belangrijke locaties waar meldingen werden gedaan, kunnen we zowel nieuwe introducties als lokale verspreiding detecteren. Dat geeft ons een veel duidelijker beeld van hoe de soort zich in België vestigt.”
Waarom een tijgermug melden?
De tijgermug is overdag actief en kan veel hinder veroorzaken door haar agressieve bijtgedrag. Bovendien kan ze virussen zoals dengue, chikungunya en zika overdragen nadat ze iemand heeft gestoken die besmet terugkeerde van een reis. Hoewel het risico op lokale overdracht in België momenteel laag blijft, is monitoring van de tijgermug essentieel om haar aanwezigheid tijdig op te sporen en maatregelen te nemen om ze te bestrijden.
“De betrokkenheid van burgers is cruciaal voor de opvolging van de tijgermug, omdat deze soort zich vaak ophoudt in privétuinen in (rand)stedelijke gebieden en dorpen. Zonder deze meldingen zouden we haar aanwezigheid op veel plaatsen waarschijnlijk niet detecteren,” zegt Sciensano. “Door een tijgermug te melden via www.MuggenSurveillance.be kunnen we nieuwe locaties opsporen, eerder gemelde locaties opvolgen en kunnen er preventieve maatregelen genomen worden om de populatie te verminderen en de verspreiding en vestiging van de soort in België te beperken.”
Welke preventieve maatregelen kan je nemen?
Burgers spelen een belangrijke rol in het voorkomen van de verspreiding van de tijgermug. Omdat deze soort haar eitjes legt in allerlei kunstmatige voorwerpen met stilstaand water die vaak voorkomen in tuinen en op terrassen, zoals emmers, bloempotten, is het essentieel om deze broedplaatsen te beperken. Stedelijke omgevingen zijn gunstig voor de overleving en voortplanting van de tijgermug, omdat ze de ideale combinatie bieden van talrijke kunstmatige broedplaatsen en hogere temperaturen. Het is daarom belangrijk dat iedereen vóór de start van het seizoen zijn tuin en terras grondig schoonmaakt en deze gedurende de hele zomer netjes houdt. Verwijder of dek voorwerpen af waarin water kan blijven staan, maak stilstaand water leeg en ververs het water in drinkbakken voor dieren minstens één keer per week. Schrob ook de wanden van kunstmatige voorwerpen om eitjes te verwijderen en dek regentonnen goed af.
Voor reizigers is het raadzaam om vóór vertrek op www.wanda.be na te gaan welke vaccinaties in het algemeen nodig zijn voor hun reisbestemming en of er persoonlijke beschermingsmaatregelen tegen muggen aanbevolen zijn. Bij terugkeer controleren ze best hun auto en bagage op mogelijke meereizende tijgermuggen. Daarnaast is het belangrijk om na terugkomst uit een land waar muggenoverdraagbare ziekten endemisch zijn waakzaam te zijn voor symptomen.
In Vlaanderen lanceert het Departement Zorg vandaag opnieuw de steekmuggencampagne. Onder de slogan “Leg de tijgermug droog” moedigt de campagne burgers aan om actief mogelijke broedplaatsen te verwijderen en waarnemingen te melden via www.MuggenSurveillance.be. Meer informatie over de campagne en preventieve maatregelen is te vinden op www.steekmuggen.be.
Hoe meld je een tijgermug?
Iedereen die denkt een kleine zwarte mug met witte strepen te hebben gezien, kan een foto nemen en uploaden via www.MuggenSurveillance.be of via de app, beschikbaar voor Android en iOS.
Meer informatie over de vaststellingen van 2025 en voorgaande jaren is te vinden op https://mosquitosurveillance.be/reports.
Het MEMO+ project is een samenwerking tussen Sciensano en het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG). Het project wordt gefinancierd door de federale en gefedereerde entiteiten voor Leefmilieu en Gezondheid via het Nationaal Actieplan Leefmilieu en Gezondheid (NEHAP).
Spread the word! Deel dit artikel op