Onderzoek dat niet mocht mislukken
De vorige keer dat we Selien Oostvogels (ITG) en Christian Kahusu (INRB) samen spraken, waren we in het Provinciaal Laboratorium voor Volksgezondheid en Onderzoek in Mbandaka, de hoofdstad van de provincie Equateur in de Democratische Republiek Congo (DRC). Daar vierden ze een belangrijke mijlpaal: het laatste follow-upbezoek van de EBO-BOOST-studie. Enkele maanden later spreken we hen opnieuw, terwijl de DRC kampt met haar zeventiende en grootste ebola-uitbraak sinds 1976.
Voor Selien en Christian maakt de huidige uitbraak hun onderzoek extra actueel en relevant. Als doctoraatsonderzoekers aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) en het Congolese Nationaal Instituut voor Biomedisch Onderzoek (INRB) bestuderen ze hoe het immuunsysteem reageert op boostervaccinaties voor het Zaïre-ebolavirus. Wat is dan de beste aanpak om de immuniteit te boosten? Wekt hetzelfde vaccin de sterkste immuunrespons op, of doet een ander vaccin dat beter?
Met de EBO-BOOST-studie zoeken ze naar antwoorden die uitbraakgevoelige regio’s kunnen helpen. "Voor mij moeten de mensen in de DRC hier als eersten baat bij hebben", zegt Christian. "Mijn land heeft al zo vaak te maken gehad met ebola-uitbraken. Veel mensen zijn gevaccineerd tegen het Zaïre-ebolavirus, sommigen zelfs meer dan eens. Daarom moeten we begrijpen hoe we hun bescherming kunnen versterken." Het belang van het onderzoek reikt verder dan de DRC. De resultaten kunnen ook andere landen met het risico op ebola-uitbraken helpen.
2.000 km noordwestwaarts
EBO-BOOST zou aanvankelijk van start gaan in Goma, in het oosten van de DRC. Toen de rebellengroep M23 daar in januari 2025 oprukte en de situatie onveiliger werd, moest het onderzoeksteam zijn voorbereidingen stoppen. Ze verplaatsten de studie naar Mbandaka, ruim 2.000 km verderop in het noordwesten van het land.
Het was een logistieke uitdaging om de nieuwe locatie operationeel te maken, zowel binnen als buiten het laboratorium. "In het begin leek het bijna onmogelijk om in een omgeving met zo weinig middelen een klinische studie op te zetten. We investeerden in een aparte kliniekruimte waar we de deelnemers konden ontvangen en installeerden airconditioning," vertelt Selien. Door de beperkte houdbaarheid van de vaccins kwam de werving na de verhuizing in een stroomversnelling. Dat de studie kon starten, toont dat er met de juiste mensen op de juiste plek, meer mogelijk is dan je denkt.
Als de werkdag om drie uur ’s ochtends begint
De uitdagingen tijdens de veldfase liggen beide onderzoekers nog vers in het geheugen. Christian herinnert zich nachten waarop het team in het midden van de nacht moest opstaan om een probleem met een vriezer op te lossen. De onbetrouwbare stroomvoorziening maakte de gekoelde opslag extra kwetsbaar. Bij een defect kunnen de temperatuurgevoelige vaccins en stalen verloren gaan. "Zoiets verwacht je niet onder normale omstandigheden", zegt hij.
Selien herinnert zich vooral de levering van een generator voor vloeibare stikstof. Het team had die nodig om de immuuncellen van deelnemers te bewaren. De verzending was zo complex en duurde zo lang dat de generator niet op tijd in Mbandaka aankwam. Het apparaat ging daarom terug naar Kinshasa, waar het nog wel van pas kwam. "Voor al die uitdagingen word je niet echt opgeleid", zegt Selien. "Je komt het gaandeweg te weten."
Het succes van de studie hing af van voortdurende communicatie en nauwe samenwerking tussen de teams in Mbandaka en Antwerpen. Stuitten Christian zijn collega’s in Mbandaka op een probleem, dan hielp Selien in Antwerpen met aanvullende documenten, logistieke ondersteuning, financiële opvolging of schakelde ze de expertise van het ITG-kantoor in de DRC in. Omgekeerd had het ITG de collega’s in Mbandaka nodig om problemen ter plaatste op te lossen.
Veerkracht
Voor Selien springen twee momenten eruit: het allereerste bezoek van de eerste studiedeelnemer en het laatste bezoek van de laatste studiedeelnemer. "Dat waren de twee grootste mijlpalen", zegt ze. "Toen het laatste bezoek soepel verliep, dacht ik: het is ons gelukt."
Voor Christian was vooral het eerste bezoek van de eerste deelnemer beslissend. "Dat we dit onderzoek konden starten, was op zich al een succes", zegt hij. "We hadden veel meegemaakt, en op een gegeven moment was het onzeker of het zou lukken." Dacht hij ooit dat het onderzoek zou mislukken? "Nee", zegt hij. "Dat was nooit een optie."
Hij vat EBO-BOOST samen in één woord: veerkracht. Die veerkracht dankt hij vooral aan het team ter plaatse. "Mensen denken soms dat een project uitvoeren eenvoudig is: je zet het op papier, reist erheen, doet het werk en komt terug. Maar dat is verre van de werkelijkheid. Iedereen had het druk en toch bleef iedereen doorzetten," zegt Christian. "Aan het eind van zo een dag denk je: ik werk met geweldige mensen."
Van veldwerk naar resultaten
Nu alle bezoeken zijn afgerond, bevindt EBO-BOOST zich in de analysefase. Christian werkt momenteel in het immunologielaboratorium van de Dienst Klinische Immunologie van het ITG. Later voert hij in het virologielaboratorium neutralisatietests uit, die meten hoe goed antilichamen het virus uitschakelen. Daarna richt hij zich meer op cellulaire immuniteit: de afweerreactie van de immuuncellen. Selien verwacht opnieuw naar Kinshasa te reizen voor de antilichaamanalyses en kijkt uit naar de tussentijdse analyse van de onderzoeksgegevens.
Beide onderzoekers verheugen zich op het eerste wetenschappelijke artikel. "De analyse van de eerste resultaten is een belangrijke stap", zegt Selien. "Het zal een bevestiging zijn van de verzamelde gegevens en van onze onderzoeksopzet, daarna kunnen we verdergaan." Een wetenschappelijke publicatie is echter niet het einddoel. Het EBO-BOOST-team wil de resultaten ook delen met de deelnemers, lokale teams, financiers, gezondheidsautoriteiten en wetenschappers die onderzoek doen naar ebolavirussen en andere filovirussen.
Lokale paraatheid
EBO-BOOST draait niet alleen om boostervaccins. Het project versterkt ook de onderzoekscapaciteit en de uitbraakparaatheid. "Lokale paraatheid is essentieel", zegt Christian. "Als de nodige kennis en infrastructuur ter plaatse beschikbaar zijn, kunnen lokale teams sneller op een uitbraak reageren." Ook Selien benadrukt het belang van testcapaciteit binnen de DRC. "Bij uitbraken worden stalen vaak naar het buitenland gestuurd, wat niet altijd efficiënt is. Door de lokale testcapaciteit te versterken, kunnen instellingen zoals het INRB stalen verwerken en onderzoek dichter bij de getroffen gebieden leiden."
EBO-BOOST laat zien hoeveel samenwerking, aanpassingsvermogen en doorzettingsvermogen wetenschappelijk onderzoek kan vragen. Met de studie wil het team lokale onderzoekers en gezondheidsautoriteiten beter uitrusten voor toekomstige uitbraken.
EBO-BOOST is een samenwerking tussen het ITG en het Institut National de Recherche Biomédicale (INRB), een langdurige partner van het ITG. Het project wordt gefinancierd door de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI), Merck Sharp & Dohme (MSD) en de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD). Johnson & Johnson en MSD schonken vaccins.
Ontmoet de onderzoekers
Selien Oostvogels
Selien Oostvogels is sinds de start van EBO-BOOST in 2022 bij het project betrokken. Ze begon in een coördinerende rol. Gaandeweg vormde haar werk de basis voor haar doctoraatsonderzoek. Selien onderzoekt uitgebreid de serologische immuniteit na vaccinatie, waarbij ze zowel de respons van bindende als neutraliserende antilichamen analyseert.
Daarnaast onderzoekt ze de door het vaccin opgewekte immuniteit van de slijmvliezen, de vochtige weefsels in onder meer de mond, neus en ogen. Dit is relevant omdat het ebolavirus via slijmvliezen het lichaam kan binnendringen. Tot slot bekijkt Selien hoe de vaccindosis en gelijktijdige infecties de immuunrespons beïnvloeden. Een voorbeeld is malaria, een ziekte die in de DRC blijvend voorkomt.
Christian Kahusu
Christian Kahusu is onderzoeker aan het INRB. Voor zijn sandwich-doctoraat werkt hij momenteel aan het ITG in Antwerpen en aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Bij zo’n traject voert een onderzoeker een deel van het doctoraatsonderzoek uit aan de thuisinstelling en een deel aan een buitenlandse partnerinstelling. Zijn doctoraat maakt deel uit van een breder programma voor capaciteitsopbouw, met steun van de Belgische Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD).
Ebolavaccins leren het immuunsysteem het virus herkennen en bestrijden. Daarbij spelen verschillende afweermechanismen een rol. Antilichamen kunnen virusdeeltjes binden en neutraliseren, terwijl bepaalde immuuncellen geïnfecteerde cellen herkennen en opruimen. Christian onderzoekt beide reacties, met bijzondere aandacht voor de cellulaire immuniteit.
EBO-BOOST
Het EBO-BOOST-project is gericht op het aanpakken van de aanhoudende dreiging van het ebolavirus door de optimale timing en veiligheid van boostervaccinaties te onderzoeken. Het doel is om de snelle inzet van vaccins tijdens uitbraken mogelijk te maken en de epidemische paraatheid op lokaal niveau te versterken.
EBO-BOOST-BRIDGE
EBO-BOOST-BRIDGE bouwt voort op EBO-BOOST. Naar aanleiding van de uitbraak van Bundibugyo-virus onderzoeken het ITG en het INRB of de goedgekeurde vaccins tegen het Zaïre-ebolavirus ook een immuunreactie opwekken tegen andere filovirussen, zoals het Bundibugyo-virus. Op langere termijn kan het onderzoek bijdragen aan de ontwikkeling en evaluatie van vaccins die tegen verschillende filovirussen beschermen.
Spread the word! Deel dit artikel op