De weg naar het hoogleraarschap in tuberculose
Professor Tom Decroo leidt sinds april 2025 de Dienst Hiv en Tuberculose (tbc), maar zoals hij zelf aangeeft, "bevinden ze zich in een overgangsfase" en zijn ze op weg om de dienst Tuberculose te worden. De dienst heette eerst Hiv en Co-infecties, daarna werden de co-infecties vervangen door tuberculose. Tuberculose krijgt een steeds prominentere plaats in de onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van de dienst. Daarom werd de functie van hoogleraar tuberculose in het leven geroepen, als aanvulling op de dienst Mycobacteriologie, die zich richt op diagnostiek. De dienst van Tom focust op therapieën, terwijl collega’s binnen de volksgezondheid instaan voor de organisatie van de zorg. En wat heeft Tom naar dit hoogleraarschap gebracht? Het was een lange weg met veel bochten en geweldige mentoren, en zoals hij tijdens ons interview meerdere keren zei, ook "veel geluk".
We beginnen bij het begin. Hoe kwam je huidige carrière tot stand?
TOM Herinner je je de verwoestende hongersnood in Ethiopië halverwege de jaren tachtig nog? Ik zat toen op de middelbare school en was diep onder de indruk van de beelden op tv. Ik vond het oneerlijk dat ik zoveel zekerheid had, terwijl anderen niet eens het meest noodzakelijke hadden om te kunnen leven. Dat onrechtvaardigheidsgevoel duwde me richting de geneeskunde. Later kwam ik een flyer tegen van Artsen zonder Grenzen (AZG) en dacht: "Ik kan de wereld misschien niet veranderen, maar ik kan zeker ergens een bijdrage leveren." Daarom ben ik na mijn studies bij AZG begonnen en kwam ik terecht in Mozambique, waar ik bijna tien jaar heb gewoond, van 2003 tot 2012.
Als mensen aan Mozambique denken, zien ze een land met veel stranden voor zich, maar ik werkte ver in het binnenland. De omstandigheden waren er zwaar. Veel expats maakten hun missie niet af, maar ik voelde me nuttig door voor hiv-patiënten te zorgen. Velen van hen hadden ook tuberculose en konden na diagnose en behandeling herstellen, maar door hun lage immuniteit kwamen ze steeds terug. Hoewel er in het Westen antiretrovirale middelen beschikbaar waren, hadden deze plattelandsgemeenschappen daar geen toegang toe. Het systeem was niet in staat om ze te blijven aankopen.
Toen de toegang verbeterde, moest je aan strenge vereisten voldoen om een hiv-combinatietherapie te krijgen: je moest een "buddy" hebben, begeleiding krijgen en je CD4-telling laten controleren, maar er waren geen tests beschikbaar. Stalen werden opgestuurd, maar de resultaten kwamen nooit terug. Veel mensen stierven voordat ze toegang kregen tot zorg.
Samen met collega's en patiënten hebben we peergroepen opgericht, of zogenaamde Community ART Groups. Patiënten haalden om de beurt de medicijnen op bij de kliniek in de stad en brachten die naar het platteland van Mozambique. Mensen waren enthousiast over dit zorgmodel. Op een dag kregen we bezoek van Nathan Ford, een collega bij Artsen zonder Grenzen en mijn eerste onderzoeksmentor. Hij zei: "Jullie moeten jullie ervaringen vastleggen en publiceren." En dat deden we ook: we schreven een manuscript, lieten het publiceren en presenteerden het zorgmodel en de resultaten op tal van conferenties. Het idee om patiënten zelf bij hun chronische zorg te betrekken, werd een nationale richtlijn en werd door anderen overgenomen en in buurlanden geïmplementeerd.
Tom Decroo
Tom Decroo is arts, behaalde zijn master in de volksgezondheid aan het ITG in 2013 en promoveerde in 2017 aan de Universiteit Antwerpen over ‘Community-based ART in sub-Saharan Africa’.
Tussen 2003 en 2012 werkte hij in Afrika (Mozambique, Burkina Faso) als arts, onderzoeker en coördinator voor Artsen Zonder Grenzen (AZG). Tussen 2014 en 2016 werkte hij als operationeel onderzoeksprogrammabeheerder voor AZG.
In 2016 kwam hij in dienst bij de Dienst Hiv en Co-infecties van het ITG. Hij behaalde een postdoctoraal mandaat bij FWO voor de periode 2018-2021. Sinds 2025 is hij diensthoofd in zijn functie als hoogleraar tuberculose.
Blijf je graag op de hoogte van Tom's activiteiten en bezigheden?
Volg hem op LinkedIn
Verken zijn ITG-onderzoeksprofiel
Wanneer kwam je voor het eerst naar het ITG?
TOM Ik mag mezelf gelukkig prijzen dat ik de kans heb gekregen om te leren van de grote namen in mijn vakgebied. Het concept achter de Community ART Groups was gebaseerd op een paper van ITG-professor Wim Van Damme, getiteld 'Expert Patients and AIDS'. Toen ik het in 2006 las, was ik meteen overtuigd: dit zou de oplossing voor Mozambique kunnen zijn. Later, na de pilots met de eerste groepen, ontmoette ik Wim in Mozambique, toen hij ons project bezocht. We hebben zelfs samen gefietst (lacht).
Geïnspireerd door Nathan en Wim verdiepte ik me in implementatieonderzoek en nam ik in 2010 deel aan de korte cursus over klinisch onderzoek en op wetenschappelijke bewijzen gebaseerde geneeskunde aan het ITG (SCREM). Als arts kan je een soort tunnelvisie hebben: je bent erg gefocust op je patiënten en hun behandeling. Ik moest leren hoe ik een onderzoeksvraag moest stellen, doelstellingen moest formuleren, een protocol moest schrijven, ethische vereisten moest begrijpen, gegevens moest opschonen en een manuscript moest schrijven. De cursus was zeer leerzaam.
Toen mijn zoon zes werd, ging hij naar een lokale basisschool, maar al snel werd duidelijk dat hij daar niet hetzelfde onderwijs zou krijgen als ik had gehad. In 2012 keerden we met mijn gezin terug naar België en schreef ik me in voor de master in de volksgezondheid (MSc in Public Health) aan het ITG.
Maar je bent niet meteen bij het ITG gaan werken.
TOM Nee, niet meteen. Ik heb eerst in Luxemburg als programmamedewerker voor de Operational Research Unit van Artsen Zonder Grenzen gewerkt. Daar heeft een andere grote naam, Rafael Van den Bergh, me verdiept in gestructureerd schrijven, in hoe je een vraag stelt, gegevens verzamelt en analyseert, en hoe je een manuscript structureert. Tijdens de ebola-uitbraak in 2014 hielden we toezicht op al het implementatieonderzoek van Artsen Zonder Grenzen Brussel.
Bij AZG kon je echter niet vanuit Brussel aan hiv- en tbc-onderzoek werken; dat gebeurde in Zuid-Afrika, en daar lag mijn interesse ook. Toen professor Lut Lynen een vacature had bij het ITG, stelde ik me kandidaat en uiteindelijk kwam ik in 2016 bij haar dienst Hiv en Co-infecties terecht. Dat was opnieuw een bijzonder moment in mijn carrière. Lut was al erg belangrijk voor mij toen ik in 2003 als onervaren arts in Mozambique toekwam. In het begin hadden we geen antiretrovirale middelen: een hiv-diagnose was een doodvonnis. Hoewel onze patiënten veel verschillende infecties hadden, hadden we nauwelijks training of richtlijnen hierover. Onze 'bijbel' was een boek over de behandeling van opportunistische infecties dat Lut had geschreven. Ik voelde me bevoorrecht om deel uit te maken van de dienst van de persoon die me had geholpen het leven van zoveel patiënten te verbeteren.
TOM Toen ik in 2016 bij het ITG begon, was het onderzoek van de dienst voornamelijk gericht op hiv en hepatitis C. Ik voegde tuberculose als onderzoekslijn toe. Lut wilde zich ook meer op tbc richten, omdat er voor hiv betere behandelingen beschikbaar waren, terwijl er voor tuberculose nog veel moest worden gedaan. Ik begon met de ontwikkeling van de korte cursus over klinische besluitvorming bij medicijnresistente tuberculose (DRTB), samen met wijlen Armand Van Deun van de dienst Mycobacteriologie, een echte pionier op dit gebied.
TOM De cursus over resistente tuberculose stond bol van discussies over klinische besluitvorming en de wetenschappelijke onderbouwing van aanbevelingen. Destijds was die onderbouwing beperkt en was veel van de begeleiding gebaseerd op de mening van deskundigen. Wanneer Armand verwees naar zijn ervaringen, maakte ik aantekeningen. Later besprak ik met hem of we er een artikel over konden schrijven. Uiteindelijk hebben we samen tientallen artikelen geschreven. Hij had veel gegevens die hij nooit had gepubliceerd. Aangezien hij op dat moment met een chronische ziekte kampte, voelde het voor mij alsof ik mee aan zijn nalatenschap bouwde door die artikelen te schrijven. Wat publicaties betreft, was dit een hoogtepunt van mijn tijd bij het ITG. Het was een groot voorrecht om met hem te mogen werken.
TOM Er zijn veel noden in het tuberculoseveld, en volksgezondheid is cruciaal. De diagnose van tuberculose is nog steeds niet perfect. Bij de behandeling ontstaat zelfs met nieuwe medicijnen resistentie. Armand waarschuwde ons hiervoor: het duurt maar een paar jaar voordat er resistentie ontstaat. Daarom moet ons cursusmateriaal voortdurend worden bijgewerkt. Elke nieuwe oplossing brengt nieuwe problemen met zich mee. We verzamelen en delen informatie uit verschillende bronnen: onze faculteit bestaat uit internationale experts, we verwijzen naar bewijsmateriaal uit onze eigen projecten en van onze studenten, en naar bewijsmateriaal dat we zelf genereren.
In 2017 verdedigde ik mijn doctoraat bij professoren Marie Laga en Bob Colebunders, over 'Community-based ART in sub-Sahara Afrika'. Van 2018 tot 2021 had ik een postdoctoraal mandaat van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Lut ging in 2024 met pensioen en in maart 2025 werd ik diensthoofd. En zoals ik al zei, heeft de dienst in de loop der jaren zijn focus geleidelijk verlegd naar de evaluatie van tbc-behandelingsregimes in omgevingen met beperkte middelen.
Vertel eens iets over je huidige team.
TOM We zijn momenteel met vier, binnenkort met zes. Ze zijn allemaal postdocs of zeer ervaren onderzoekers. We houden ons bezig met dienstverlening, onderzoek, onderwijs en capaciteitsopbouw. We hebben een expert op het gebied van tuberculose bij kinderen, een andere op het gebied van klinische zorg voor patiënten met (zeer) resistente tuberculose, en een expert in klinische besluitvorming en gezondheidseconomie. Binnenkort start een postdoc met zowel klinische als biomedische expertise. Zij zal de uitvoering van twee recent verworven EDCTP-onderzoeksprojecten ondersteunen: over zeer resistente tbc en over het gebruik van long-echografie voor de diagnose van tbc. De zesde persoon zal onze capaciteit voor onderwijsactiviteiten versterken. Dit omvat een derde EDCTP-project, een masterprogramma met een terugkeerfase, waarin deelnemers de verworven vaardigheden via onderzoek bij hun eigen instelling toepassen.
Mijn team is zeer gepassioneerd over onderwijs. We zijn nauw betrokken bij de DRTB-korte cursus, de SCREM en de master in de tropische geneeskunde (MSc in Tropical Medicine). Bovendien hebben we een actieve groep van ongeveer tien doctoraatstudenten, van wie velen alumni van onze cursussen zijn. Ik probeer hen een "Yes, we can"-mentaliteit bij te brengen en moedig hen aan om vroeg in hun doctoraatsopleiding hun eerste paper te publiceren, om zo zelfvertrouwen op te bouwen. Ondersteuning door collega's is ook ontzettend belangrijk.
TOM Het academische leven kent intense periodes, vooral wanneer je subsidieaanvragen schrijft. Maar omdat we afhankelijk van deze subsidies zijn, blijven we schrijven. Ik probeer ervoor te zorgen dat intensieve periodes worden gevolgd door rustigere momenten, om een gezonde balans tussen werk en privé te behouden. De afgelopen twee jaarhebben we succes geboekt met onze subsidieaanvragen. Ik ben erg blij en trots op het team voor deze prestaties.
Wat zijn je plannen voor de toekomst?
TOM We kijken ernaar uit om samen met onze partners aan onze EDCTP-projecten te werken. Deze projecten bieden ons de tijd en middelen die we nodig hebben om onze wetenschappelijke ambities te verwezenlijken. In het Zuiden groeien samenwerkingsverbanden vaak via het netwerk van onze doctoraatsstudenten en de programma's waaraan ze werken. We voegen strategisch partners met relevante expertise toe in omgevingen waar nog behoeften bestaan.
In het geval van het TASP-project bijvoorbeeld, wat staat voor "Tuberculosis Antimicrobial Stewardship Programme", werken we nauw samen met Zuid-Afrikaanse partners, maar ook met partners uit Mozambique en Nigeria. Zuid-Afrika heeft veel expertise op het gebied van tuberculose en een hoge ziektelast. Bevindingen uit Zuid-Afrika kunnen vaak worden vertaald naar omgevingen met beperkte middelen.
Met onze huidige onderzoeks- en onderwijsprojecten hebben we zeker genoeg werk voor de komende jaren en slaan we een brug naar de toekomst. Idealiter helpen de lopende projecten en samenwerkingsverbanden de postdocs van de dienst om hun eigen onderzoeksportfolio's te ontwikkelen, aanvullende financiering te verkrijgen en projecten onafhankelijker te beheren, zodat ze hun carrière binnen de dienst Tuberculose verder kunnen uitbouwen. Op die manier zullen we als team groeien en meer impact hebben.
Dienst Hiv en Tuberculose
Tom Decroo (diensthoofd)
Ine Decuyper (tbc bij kinderen)
Anita Mesic (klinische zorg voor patiënten met (zeer) resistente TB)
Rodrigo Henriquez (klinische besluitvorming en gezondheidseconomie)
Jihad Snobre (klinische en biomedische expertise)
Verken de lopende EDCTP-projecten van de dienst
Tuberculosis Antimicrobial Stewardship Program (TASP)
Het doel van het TASP-project is om de veiligheid en effectiviteit van behandelingsregimes voor tuberculose met uitgebreide resistentie te onderzoeken en de klinische besluitvorming te verbeteren.
The sub-Saharan Africa Health Research and Innovation Fellowship Program (SAHRI Fellowship)
Dankzij het SAHRI Fellowship-programma kan een nieuwe generatie bekwame onderzoekers de kritieke hiaten in gezondheidsonderzoek en innovatie in sub-Sahara Afrika aanpakken.
Geavanceerde diagnostiek voor de triage van longtuberculose in Benin, Mali en Zuid-Afrika (CAD LUS4TB)
Het CAD LUS4TB-project heeft als doel een nieuwe digitale technologie op basis van long-echografie te ontwikkelen en te valideren. Beeldgebaseerde analysetools en software worden aangepast voor echografietoepassingen op mobiele telefoons. De technologie zal eerstelijnsgezondheidswerkers helpen om tuberculose uit te sluiten en sneller beslissingen te nemen over de behandeling van patiënten.
Spread the word! Deel dit artikel op