Ga naar hoofdinhoud

Vrouwen en kinderen eerst?

ITG-onderzoekers bestuderen de impact van COVID-19 op de wereldwijde zorg voor moeders en pasgeborenen.

13-05-20

Afbeelding 1/1

Onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen bestuderen de effecten die de COVID-19-pandemie heeft op de wereldwijde gezondheidszorg voor moeders en pasgeborenen. Gezondheidswerkers worden gevraagd om deel te nemen aan een periodieke online enquête met vragen die specifiek gelinkt zijn aan de verschillende stadia van de pandemie. De eerste bevindingen tonen een sterke daling in het gebruik van de gezondheidsdiensten en een afname van de beschikbaarheid en de kwaliteit van de zorg voor moeders en pasgeborenen. Bovendien dreigt de vooruitgang van de afgelopen decennia die geboekt werd in maternale gezondheid te worden teruggedraaid. Deze bevindingen werden deze week door de onderzoekers bekend gemaakt.

Wereldwijd werd een aantal van deze zorgverstrekkers, waaronder vroedvrouwen, verloskundigen, gynaecologen en artsen met een andere specialisatie, verpleegkundigen, ander klinisch personeel, en lokale gezondheidswerkers, gevraagd via een online enquête te rapporteren over de effecten van de COVID-19 uitbraak op de medische dienstverlening aan moeders en pasgeborenen. De eerste ronde van deze enquête werd gelanceerd op 24 maart in drie talen (Engels, Frans en Arabisch). Momenteel is de vragenlijst beschikbaar in 13 talen. Tot op heden hebben meer dan 1.500 gezondheidswerkers uit bijna 100 landen in diverse stadia van de pandemie hun antwoorden ingestuurd.

Prof. Lenka Beňová  van het ITG en hoofdonderzoeker van deze studie legt uit: "Wetende dat de diensten voor moeders en kinderen vaak ernstig worden verstoord tijdens uitbraken, beseften we dat we de gebeurtenissen in verschillende landen moesten opvolgen vanaf het moment dat de COVID-19-uitbraak uitgeroepen werd tot pandemie. Het doel is inzicht krijgen in de impact op beschikbaarheid en gebruik van gezondheidsdiensten voor moeders en baby’s, maar we willen ook begrijpen hoe we dergelijke ontwrichtingen in de toekomst kunnen voorkomen en aanpakken, onder meer door voorbeelden te verzamelen van lokaal ontwikkelde innovaties en oplossingen."

Prof. Beňová vervolgt: "De eerste bevindingen vertellen ons dat de meeste zorgverleners informatie kregen over COVID-19, maar dat ze geen praktische opleiding en begeleiding kregen over hoe om te gaan met patiënten die COVID-19-symptomen vertonen. Het aantal zorgverleners is door de crisis drastisch gedaald en daardoor zijn er veel minder individuele consultaties, met als gevolg heel wat minder ondersteuning en opvolging voor moeders. Waar mogelijk wordt dit opgevangen door online communicatiemiddelen of telefoon. Professionals uit de zorgsector ervaren meer stress en sommige vrouwen zijn bang om naar zorginstellingen te komen uit vrees om daar besmet te raken."

Prof. Andrea B. Pembe van de Muhimbili University of Health and Allied Sciences in Tanzania voegt eraan toe: "Tijdens deze epidemie hebben sommige landen de manier waarop ze vrouwen opvangen, tijdens zwangerschap, bevalling en daarna, grondig veranderd. Het verbieden van de aanwezigheid van een andere persoon tijdens de bevalling, het scheiden van pasgeborenen van moeders na de geboorte, een toename van kunstmatig ingeleide bevallingen en mogelijk meer keizersneden zijn voorbeelden van COVID-19-preventiemaatregelen. Deze maatregelen zijn niet gebaseerd op sluitende bewijzen en kunnen op korte en lange termijn zelfs negatieve gevolgen hebben voor moeders en pasgeborenen. Het is daarom van essentieel belang diepgaande veranderingen zorgvuldig te overwegen en tevens te zorgen voor goede infectiepreventie en -bestrijdingsmaatregelen in de kraamafdeling en afdelingen waar pasgeborenen verzorgd worden. Onze benaderingen moeten ook rekening houden met de capaciteit en de middelen van het nationale gezondheidssysteem."

"Zorgverleners vrezen langdurige gevolgen voor vrouwen en hun pasgeborenen als gevolg van de verstoring van de standaardzorg: minder vraag naar prenatale opvolging, negatieve impact op de geestelijke gezondheid van moeders en onverwachte gevolgen die zullen opduiken in de nasleep van de  pandemie. Zowel patiënten als gezondheidswerkers zijn zwaar getroffen door deze pandemie", zegt ITG-onderzoeker Constance Audet, die de impact van COVID-19 op de gezondheid van moeders en pasgeborenen in België bestudeert.

"Het is absoluut noodzakelijk dat zoveel mogelijk verschillende zorgverleners van moeders en pasgeborenen deelnemen aan deze studie. Het is problematisch dat onze primaire doelgroep momenteel erg zwaar belast is. Maar we zien toch dat heel wat mensen deelnemen aan de enquête en zelfs de tijd nemen om de open vragen  te beantwoorden. Dat betekent dat gezondheidswerkers graag hun ervaringen gedocumenteerd en begrepen zien. We zijn erg dankbaar voor al hun inspanningen om vrouwen, baby's en gezinnen in deze veeleisende tijd goed te ondersteunen", besluit Prof. Beňová.

De bevindingen geven de wetenschappers een idee van de impact van de pandemie op de wereldwijde perinatale gezondheidszorg. De studie begon eind maart en zal lopen tot de pandemie voorbij is, zodat de gevolgen ten volle kunnen beoordeeld worden.

Online enquête: https://bit.ly/2UhW68U

Pre-print manuscript: Voices from the frontline: findings from a thematic analysis of a rapid online global survey of maternal and newborn health professionals facing the COVID-19 pandemic

Meer nieuws over

PUBLIC HEALTH     BUITEN LAND