Ga naar hoofdinhoud

De serologische resultaten van SARS-CoV-2 in Afrikaanse landen moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd

Onderzoekers van het ITG en het INRB analyseerden bloedsamples met vijf verschillende serologische tests voor SARS-CoV-2

15-03-21

Afbeelding 1/1

Uit een recente studie van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen en het Institut Nationale de Recherche Biomédicale (INRB) in Kinshasa blijkt dat de resultaten van verschillende serologische SARS-CoV-2-tests, die antilichamen tegen het virus opsporen, onderling inconsistente resultaten geven. De studie werd uitgevoerd bij gezondheidswerkers in verschillende gezondheidsinstellingen in Kinshasa, DRC in juli-augustus 2020. In een mededeling gepubliceerd in de Lancet Global Health waarschuwen de wetenschappers de onderzoekgemeenschap en beleidsmakers om de resultaten van seroprevalentiestudies die in Afrikaanse landen zijn uitgevoerd met commerciële tests die in Europa, de VS of Azië zijn gevalideerd, met de nodige voorzichtigheid te interpreteren.

Om een beter inzicht te krijgen in de circulatie van SARS-CoV-2 in Kinshasa hebben het ITG en het INRB de bloedsamples van 562 deelnemers geanalyseerd met behulp van vijf verschillende SARS-CoV-2-serologietests. Hun bevindingen wijzen erop dat er in Kinshasa een grotere circulatie van COVID-19 is dan verwacht op basis van de officieel gemelde gevallen, maar door mogelijke specificiteitsproblemen van serologische tests is het moeilijk om een precies cijfer te geven voor de werkelijke verspreiding van het virus.

Afhankelijk van de gebruikte test varieerde de seropositiviteit bij medisch personeel in onze studie tussen 13-36%, wat relatief hoog is gezien het lage aantal symptomatische en ernstige gevallen die in Kinshasa tijdens de eerste golf werden gemeld. Dit resultaat zou te wijten kunnen zijn aan een kruisreactie van de tests met andere circulerende virussen of parasieten in het Afrikaanse subcontinent, en zou kunnen leiden tot vals-positieve resultaten. Een dergelijke potentieel lagere specificiteit - in dit geval van commerciële SARS-CoV-2-tests - in Afrikaanse landen werd in het begin van de jaren negentig ook waargenomen met hiv-serologietests, waarbij een lagere specificiteit in Afrikaanse monsters werd aangetoond in vergelijking met Europese monsters.

Deze seroprevalentiestudie bij gezondheidswerkers werd gefinancierd door Enabel (het Belgisch Ontwikkelingsagentschap), GIZ (Deutsche Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) en de kaderovereenkomst tussen het Instituut voor Tropische Geneeskunde en het Directoraat-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD). 

Meer nieuws over

PUBLIC HEALTH     BUITEN LAND